ColumnAaf Brandt Corstius

In mijn dromen ben ik me aan het voorbereiden op het einde van de tunnel

null Beeld

Het is officieel: ik heb mijn eerste post-coronadroom gehad. Ik weet dat het navertellen van je dromen de grootste verbale marteling is die je een ander kunt aandoen, maar deze is kinky én hoopgevend.

Ik liep in die droom met een kennis van mij door een industriegebied, waar ter viering van het eind van de maatregelen allerlei loodsen waren omgebouwd tot nachtclubs. Het hele gebied was een festivalterrein geworden, overal klonk keiharde muziek. We keken door de ramen van een van die loodsen, en daar waren mensen verstrikt in een gigantische orgie. Mijn kennis, ook in het niet-droomleven een keurige vrouw, zei: ‘Nou ja zeg.’ Ik zei, ook in lijn met wie ik in het echte leven ben: ‘Ach, als ze maar gevaccineerd zijn.’

Toen werd ik wakker.

Door je dromen weet je wat je overdag bezighoudt, en mijn dromen waren het afgelopen jaar niet heel verrassend: overdag hield corona me bezig, ’s avonds droomde ik van corona. Meestal droomde ik van mensenmassa’s waarin iedereen te dicht bij elkaar stond, en dat ik dan als enige wist dat dat gevaarlijk was en constant ‘Afstand!’ riep. Dan word je niet uitgerust wakker.

Maar na mijn post-coronadroom werd ik vrolijk wakker. Van mij mag iedereen wekenlang feesten als dit voorbij is. Jaren, kan mij het schelen. Dan kan de horeca ook weer eens wat geld verdienen.

In het echte leven durf ik nog niet te geloven dat we het eind van de tunnel naderen, maar in mijn dromen ben ik me er dus blijkbaar op aan het voorbereiden. Dat geeft hoop.

Ik dacht, eenmaal wakker, ook weer aan al die hoopvolle vooruitzichten die aan het begin van de coronatijd vaak opgeworpen werden, maar waar iedereen, nu het eind in zicht lijkt, over is gaan zwijgen.

In de lente van vorig jaar riepen mensen de hele tijd dat we hier ontzettend veel van zouden leren: we zouden minder gaan vliegen, we zouden de natuur echt gaan waarderen, er zwommen weer zwanen in de kanalen van Venetië, we zouden onze vrijheden nooit meer voor lief nemen en de verpleegkundigen rijkelijk belonen voor alles wat ze hadden gedaan, dit was een grote reset, et cetera.

Zoals gezegd: hoor je nooit meer iemand over. Zouden we van deze geschiedenis toch iets leren, behalve dat we het eigenlijk best prima vinden om niet iedereen te begroeten met drie kussen op de wang?

Ik weet zeker van niet. Als kind leerde ik op school jarenlang over de Tweede Wereldoorlog, want van die geschiedenis moesten we iets leren. Ik kon me toen op geen enkele manier voorstellen dat op een dag, niet ver in de toekomst, een enorm deel van de Nederlandse bevolking op extreem-rechtse partijen zou stemmen.

Meer over