tv-recensieemma curvers

In ‘Memphis – Met beide benen’ komen we toch dichter bij Memphis Depay, ondanks hemzelf

null Beeld

Filmmaker Jessica Villerius laat het voetballersleven van Depay zien zonder het filter dat op zijn socialmediakanalen over het beeld ligt.

Als voetballer en rapper, zo ziet Memphis Depay zichzelf. Zeg het eerlijk Mem, bij Manchester was je geflopt, rapt hij achter het stuur, een horloge twinkelt ontoevallig in het donker, Dit is de payback, rij in een Rolls-Royce of een Maybach. Achterin zit filmmaker Jessica Villerius (o.a. De kinderen van Ruinerwold), die Depay voor Memphis – Met beide benen volgde in het jaar waarin hij herstelde van een gescheurde kruisband.

Memphis Depay in ‘Memphis - Met beide benen’. Beeld BNNVara
Memphis Depay in ‘Memphis - Met beide benen’.Beeld BNNVara

Moeder Cora belde gelijk na die blessure. Samen hadden ze zitten huilen aan de telefoon. Wie belde hij zelf op?, vraagt Villerius. ‘Niemand. Geen behoefte aan.’ Iedereen begon aan hem te trekken, zegt hij: ‘Iedereen wil Memphis opereren, iedereen wil zeggen: ik heb hem teruggebracht.’ Depay vloog naar Rome, en nam zijn oude PSV-vriend Tufan Özbozkurt mee – die had toevallig dezelfde blessure, maar moest wachten op een operatie. ‘Ik zeg: weet je wat, ik neem je mee, fuck die wachtrij.’

Even kun je denken dat dit een heldenepos wordt, van vallen, opstaan en overwinnen: Memphis met een van pijn vertrokken gezicht in een ziekenhuisbed, mensen die aan zijn been rommelen, eindeloze revalidatie-oefeningen. Memphis die zijn hoofd kaalscheert. Hoe zag dat eruit?, vraagt Villerius. ‘Goed’, zegt Depay.

Maar bij dat soort antwoorden legt Villerius zich niet neer. Ze blijft rondjes cirkelen om de voetballer, die maar mondjesmaat iets loslaat waar je als documentairemaker (of kijker) wijzer van wordt. En zo schetst ze tóch dit voetballersleven, zonder het genadige filter dat op zijn socialmediakanalen over het beeld ligt. Ja, we zien Memphis en de auto’s, de Lambo, in een poenige club, een minimalistische designvilla in weer een andere stad, maar hij is veel alleen, of met assistent Aubrey, druk doende met de vraag hoe ze die klontjes uit zijn sojashake kan krijgen.

Af en toe schijnt toch gevoeligheid door zijn flegmatieke imago. Als hij praat over zijn broer Jeffrey, die in een tbs-kliniek zit waar Depay langsgaat. ‘Dat is mijn broer man, en ik ga hem zeker niet wegstoppen, dat heb ik hem ook gezegd’, zegt Depay. Even oogt hij wankel. En dan weer snel: ‘Het maakt me echt niet uit hoe mensen over mij denken.’

Daar zal moeder Cora zich niet bij aansluiten: ‘Hij vond zichzelf altijd al bijzonder’, zegt zij, ‘hij keek in de spiegel en zag die mooie grote bruine ogen en die mooie krullen. Maar in de loop van de jaren hebben ze op zijn ziel getrapt en hem gekwetst, en dan kun je niet meer jezelf zijn. Dan stel je je hard op, en dan zeggen ze: je bent arrogant.’ Cora vertelt over de vader die vertrok, en hoe ze samen achterbleven.

Het is in die scènes met Cora, bijna ondanks Memphis, dat we in Memphis - Met beide benen wat dichter bij Memphis komen. Als Cora in Dubai aankomt bij weer een andere designkubus, staat ze voor een dichte deur. Depay is in de club, met andere voetballers. Maar Cora is de ochtend erop niet boos: ze ziet een rog in de baai liggen. ‘Wát een welkom in Dubai’, zegt ze, en ze sluit haar zoon in haar armen.

Meer over