ColumnMax Pam

In Manaus hebben de grafieken de vorm van een skischans gekregen: de pandemie is er uitgedoofd

Ooit las ik dat Louis Paul Boon, die behalve ­romanschrijver ook columnist was, op de muur van zijn werkkamer een krantenpagina had geprikt. Had hij even geen onderwerp, dan wierp hij een pijltje in de krant en schreef een stukje over het woord waarin het pijltje terecht was gekomen. Lidwoorden telden niet mee.

Daardoor aangemoedigd hing ik een kaart van de wereld op en gooide een pijltje. Het kwam terecht in Brazilië, in een plaats aan de Amazone die Manaus heette. Daar moest ik dus heen. De gedachte dat je ergens moet zijn waar je nooit bent geweest en waar je eigenlijk ook niets te zoeken hebt, heb ik altijd aantrekkelijk gevonden. De reisverhalen van Bob den Uyl zijn gebaseerd op dat principe.

Massatoerisme bestond toen al, maar het Braziliaanse oerwoud was geen reguliere bestemming. Het was de tijd dat je nog zonder schuldgevoel kon reizen. Pas nu besef ik hoe verwend ik ben geweest. Het zal voor mijn zoon heel wat lastiger worden zo maar ergens naartoe te vliegen, als hij daar toevallig zin in heeft.

Hoewel, verwendheid toont zich in elke tijd en voor iedere generatie op haar geheel eigen wijze. Een paar dagen geleden hoorde ik iemand diep verongelijkt in een talkshow zeggen: ‘Het is niet eerlijk dat er geen vijfduizend mensen naar een voetbalwedstrijd mogen, maar wel naar de Efteling. Legt u dat maar eens uit!’

Het was inderdaad niet uit te leggen.

Manaus bleek een van de meest surrealistische plekken op aarde en dat is het misschien nog steeds. Gisteren stond in deze krant dat Manaus als eerste stad de groepsimmuniteit heeft bereikt. Britse en Braziliaanse onderzoekers hebben ontdekt dat ongeveer de helft van de twee miljoen inwoners is besmet en dat bij 68 procent inmiddels antistoffen zijn aangetroffen. Daardoor hebben grafieken de vorm van een skischans gekregen, wat betekent dat de pandemie in een snel tempo aan het uitdoven is. Volgens Maarten Keulemans, die er in deze krant over schreef, ‘is het virus tegen zijn natuurlijke grens aangelopen’. In het totaal zijn er zo’n vierduizend doden gevallen, maar dat schijnt niet veel te zijn, en dan heb je ook wat.

In maart van dit jaar sloeg het virus in Manaus hard toe, ‘waarschijnlijk omdat de stad arm en dichtbevolkt is, en de inwoners veel in boten varen waar ze opeengepakt zitten.’ Die opmerking trof mij.

Er is een tijd geweest dat Manaus de rijkste stad van Zuid-Amerika was. Dat kwam door de rubber, die deze open plek in het oerwoud tot enorme welvaart bracht. Het geld klotste daar zo uit de bomen dat men in 1884 is begonnen om zo’n beetje de hele Scala van Milaan na te bouwen. Het tropisch hardhout lag om de hoek, maar het vele marmer liet men uit Europa komen. Het operagebouw, uitbundig opgeluisterd met plafondschilderingen, bestaat nog steeds en is nog altijd in vol bedrijf. Met onder meer de Eiffeltoren en het Vrijheidsbeeld wordt het gerekend tot de tien opmerkelijkste gebouwen ter wereld.

Even bijzonder was de ‘zoo’ van Manaus, waar ik de vreemdste dieren heb gezien, zoals de reuzenotter met grootvaders reuzensnor. Maar het opmerkelijkste waren toch de scheepjes, die vanaf Manaus uitvoeren over een oneindig brede rivier, daar waar de Amazone en de Rio Negro kilometers lang vreedzaam naast elkaar stromen – het groene water zij aan zij met het zwarte water, tot zij zich uiteindelijk in elkaar armen sluiten, ver achter de horizon. Ik herinner mij de diepe zucht die ik hoorde en waarvan ik even dacht dat hij behoorde aan iemand die overboord was gevallen. Maar het was de zucht van de roze zoetwaterdolfijn die naast ons omhoog was gesprongen.

Zo’n boottocht was een idyllische reis naar het paradijs, aangezien men ons had beloofd dat ergens aan de overkant een Victoria Regina aan het bloeien was. En dat bleek waar. Daar in de vrije natuur, zonder een ­museumkoord eromheen, stond de waterlelie met het blad zo sterk dat een kind erop kan zitten.

Ik herinner mij open boten, langwerpige pontachtige voertuigen. De wind floot je om de oren, bij heerlijk weer. Voor het virus zal het geen gunstige leefomgeving zijn geweest, maar dat was toen. Ik zie dat tegenwoordig olietankers en zelfs cruiseschepen Manaus aandoen. Liggen aan het zwembad op de Amazone, het kan. Het is nog surrealistischer dan een grassproeier in de regen.

Het krokodillen vangen vanuit Manaus is wel hetzelfde ­gebleven, las ik. Dat doe je ’s nachts. Je schijnt ze met een zaklamp in de ogen, legt ze op hun rug en kietelt ze onder de kin, tot ze verlamd zijn. Het eten van wilde croco’s wordt niet aanbevolen.

Meer over