Column

In Lucca werd ik fan voor het leven

Mijn vooroordeel over Leonard Cohen (meisjesstudenten Frans, kaasfondue, gezwijmel tijdens Suzanne) eindigde op 9 juli 2013, rond een uur of negen in de avond, op het Piazza Napoleone in Lucca. Cohen had op dat moment een stuk of vier liedjes ten gehore gebracht. Nog weer 21 songs later, toen het inmiddels half twaalf in de Toscaanse nacht was geworden, was ik fan voor het leven.

Bert Wagendorp
In Lucca werd Bert Wagendorp fan voor het leven. Beeld afp
In Lucca werd Bert Wagendorp fan voor het leven.Beeld afp

Een klein, breekbaar mannetje met een hoed op, die soms tijdens het zingen knielde op het podium en zijn hand om de microfoon legde - het signaal voor de band, begreep ik later, om zachter te gaan spelen en Cohen de kans te geven écht intiem te worden. Wat hij deed, kon je nauwelijks zingen noemen; de stem kraakte, mompelde, kreunde en bracht bastonen naar buiten die leken op het trage gerommel van de donder in de verte, op het grommen van een hond - Cohens zingen leek op laatste woorden op een sterfbed, amper verstaanbaar, ergens uit de duistere diepten van een lang leven.

Maar wel om te janken zo mooi, veel mooier dan de gladde stem van Cohen die ik me herinnerde van een paar decennia eerder, toen drank en sigaretten nog niet hun zegenende werk hadden gedaan - voor de stembanden dan.

Cohen was in 2008, na een afwezigheid van vijftien jaar (hij wilde een boeddhistische monnik worden), op 73-jarige leeftijd weer concerten gaan geven. Dat moest, want zijn pensioen was op. De geliefde/manager die hem had opgelicht en van zijn kapitaal had ontdaan, werd gisteren alom geprezen voor haar diefstal: zij dwong Cohen het podium weer op.

Maar de man die ik in de zomer van 2013 zag en hoorde - en daarna nog een keer, in september van dat jaar in Amsterdam - leek me geen beroepsmuzikant die er louter stond om geld te verdienen. Hij speelde in Lucca het 87ste concert van de Old Ideas Tour, die op 21 december 2013 zou eindigen met wat na 125 optredens zijn allerlaatste concert zou blijken te zijn. De Leonard Cohen Tour van 2008-2010 (248 concerten) had zijn pensioengat allang gevuld.

Bovendien: hoeveel had hij nog nodig? Hij was er al een tijdje achter dat hij niet onsterfelijk was; dat zei hij tenminste in 2012 tegen onze Menno Pot. Hij had, in de jaren van afwezigheid, de dood bestudeerd en was toen tot die onvermijdelijke conclusie gekomen.

In Lucca bracht hij een hemeltergend mooie versie van Hallelujah - psalm en poëtisch orgasme in één, dat zo vaak door anderen was gezongen dat hij er zelf weinig zin meer in had. Maar het publiek eiste het - en daar had het publiek gelijk in.

In I'm Your Man van Sylvie Simmons staat een veelzeggende anekdote. Cohen vraagt aan Bob Dylan hoe lang hij over zijn laatste song heeft gedaan. 'Een kwartiertje', antwoordt Bob, 'en jij?' 'Vijf jaar', zegt Cohen - en hij overdrijft niet. Hij heeft tachtig coupletten geschreven voor Hallelujah, dat wil zeggen, hij heeft er tachtig bewaard en nog veel meer weggegooid. Op het podium van Lucca stond een perfectionist en twijfelaar, een entertainer, dichter en muzikant, een zoeker en een kunstenaar die werd aanbeden door het publiek maar die ook het publiek aanbad. Het laatste nummer op zijn laatste cd You Want It Darker is zijn requiem.

Ik beken dat ik Suzanne ontroerd heb meegezongen.

So long, Leonard.

Cohen op bezoek in Amsterdam, 1974. Beeld anp
Cohen op bezoek in Amsterdam, 1974.Beeld anp
Meer over