DE BEWUSTE DIGIBETE BURGEROlaf Tempelman

In het smartphonetijdperk wemelt het van de mensen die zichzélf op hun schermpjes andere namen geven

null Beeld

Een vriend uit mijn jaren in Boekarest tolkte voor Nederlandse investeerders. In een dikke oude Nokia koppelde hij hun telefoonnummers aan hun voornamen en ‘veld van investering’. Als die dikke Nokia rinkelde, zag hij op het scherm meteen welke investeerder hem moest hebben. Het kon ‘Joop Friet’ zijn, maar ook ‘Joris Yoghurt’ of ‘Jolanda Transport’. Vaak was het Joop Friet, want die had behalve in frituurvet een specialisme in bellen voor elk akkefietje.

In het smartphonetijdperk wemelt het van de mensen die zichzélf op hun schermpjes andere namen geven. ‘JosPoison23’, ‘killer-bob 30’ en ‘assasin_lotje’ doen dat om er anoniem met een paar spelfouten op los te kunnen schelden. Veel mensen doen het gewoon voor de lol. Vorig jaar april begon in de whatsappgroep van het voetbalteam van mijn dochter een rage met verkleinwoordjes. Een zo’n voetbalmama noemde zichzelf ‘preciesje’ , toen kreeg je een papa die zichzelf ‘baasje’ noemde, toen kreeg je ‘bijdehandje’. U kunt raden dat ik niet aan deze rage meedeed. Ik ben digibeet en heb geen idee hoe je jezelf een nieuwe naam geeft op WhatsApp. Ik heb ook een pesthekel aan conformisme. ‘Wat zijn mensen toch kuddedieren!’, riep ik afgelopen herfst. Toen mama’s en papa’s zichzelf namen gaven als ‘figuurtje’, ‘snaveltje’ en ‘kaasje’, ging ik over op serieus cultuurpessimisme: ‘In hun conformisme hebben sommige mensen echt geen besef meer van het ridicule.’

En toen was mijn telefoon weer eens leeg en bekeek ik die groepsapp op de telefoon van mijn vrouw. Daar heetten al die mama’s en papa’s nog gewoon Anke en Maarten en Sacha en Bart. ‘1 april’, zei mijn dochter. ‘Het is geen 1 april, het is pas maart’, zei ik. ‘Nee’, zei mijn dochter. ‘Ik ben er op 1 april vorig jaar mee begonnen, maar omdat jij niets doorhad ben ik er het hele jaar mee doorgegaan.’

Meer over