columnmerel van vroonhoven

In het onderwijs is het bedroevend gesteld met diversiteit. Zonde en niet uit te leggen, zeker gezien het almaar groeiende lerarentekort

null Beeld

‘En wat is jouw lievelingsdier?’, vraag ik de 7-jarige Dennis. Al een tijdje prikt het ventje ongeduldig met zijn vinger in de lucht. ‘Ik houd van alle dieren in de natuur!’, roept hij enthousiast. ‘Thuis heb ik een terrarium. Ik heb een bidsprinkhaan, vier krekels, wel twintig mieren, een boskever, tien lieveheersbeestjes, vijf vliegen, een wesp, drie spinnen en een Indische wandelende tak. En ik ken ook al hun Latijnse namen. Zal ik die opnoemen?’

‘Ik weet zeker dat juf Merel het heel interessant vindt’, onderbreekt juf Ineke professor Dennis, ‘maar we gaan nu naar buiten.’

Het is mijn eerste stagedag op een speciale school voor kinderen met autisme. Drie meisjes en acht jongens telt mijn groep 4. Ook op de rest van de school zitten opvallend veel jongens. Het herinnert me aan mijn studententijd. Als een van de weinige meisjes op de Technische Universiteit Delft was ik een zeldzame bezienswaardigheid. Collegezalen vol met jongens.

Ook later bleek ik vaak de enige vrouw in een mannenwereld. Niet zelden leidde dat tot verwarring. Zoals die keer bij een vergadering toen een voor mij onbekende man mij opdroeg ‘Koffie met melk’ voor hem te halen. Groot was zijn schrik toen bleek dat ik de net benoemde directeur was.

Gelukkig is de afgelopen decennia veel veranderd. Meer meisjes studeren techniek en bij de overheid en grote bedrijven staan steeds vaker vrouwen aan het roer. Maar waar het in mijn oude wereld langzaam de goede kant op gaat, daar is het in mijn nieuwe wereld zorgelijk gesteld met de diversiteit. Niet vrouwen, maar mannen moet je met een lampje zoeken, zeker in het basisonderwijs. Ook gaat het met de culturele diversiteit voor de klas nog niet best. Nog geen 4 procent van de leraren heeft een niet-westerse migratieachtergrond, tegenover bijna 20 procent van de kinderen.

Het gebrek aan diversiteit onder leraren is om meerdere redenen een probleem. Homogeen samengestelde teams missen de kracht van verschillen, waardoor ze vaak minder goed presteren dan teams met allerlei ‘soorten’ mensen. Een divers onderwijsteam heeft daarnaast óók meer oog voor de sterk variërende talenten, interesses en kwaliteiten van de verschillende kinderen. Bovendien: als het team verscheidene rolmodellen omvat, is het een betere afspiegeling van de samenleving. Daar hebben kinderen baat bij.

Tegelijkertijd leeft het beeld dat werken in het (basis)onderwijs vooral iets is voor witte vrouwen en niet voor mannen of mensen van kleur. Hierdoor blijft meer dan helft van de beroepspopulatie onbenut. Zonde en niet uit te leggen, zeker gezien het al maar groeiende lerarentekort.

Toch biedt júíst het lerarentekort kansen op meer diversiteit, zoals mijn oude stageschool laat zien. Daar werken Seval (tweede generatie Turks, rekenwonder), Tom (atletiekkampioen, Brabant), Fatima (Boekenwurm, Marokkaanse roots), Anke (67 jaar, historicus), Orlando (Suriname, sportcoach), Lisa (pas afgestudeerd, Fries), Peter (autodidact, Duindorp) en Yorick (homoseksueel en ex-advocaat) elke dag samen om het beste uit hun leerlingen naar boven te halen.

‘Juf, kom je nog?’, brengt Dennis me terug in het hier en nu. Netjes in een rijtje lopen de kinderen naar de speelplaats. Dennis met een groene, plastic kist, boordevol doorzichtige, ronde doosjes. Daar stopt hij zijn insecten in. ‘Juf, weet je dat Indische wandelende takken altijd vrouwtjes zijn? En dat ze voor voortplanting geen mannetje nodig hebben? Dat heet parthenogenese.’ Hij zwaait trots met zijn ANWB Insectengids.

‘Nee Dennis, dat wist ik niet’, glimlach ik. Wandelende takken redden het misschien prima met alleen maar gelijksoortige vrouwtjes. Maar een school zeker niet.

Meer over