COLUMNSplinter Chabot

In het Concertgebouw trok een vlaggenparade aan ons voorbij. Niet een van trots, maar van schaamte

In de weken dat we de Pride moeten missen, steekt Splinter Chabot in zes columns de lhbti’ers een hart onder de riem.

Bij de opening van de Pride-week bij het Homomonument waren het alleen de regendruppels die alom aanwezig waren. Afgelopen zaterdag bestond de angst dat bij ‘Pride Is Protest’ op het Museumplein een te grote mensenmassa bijeen zou komen. Om die reden werd het publieke protest op het laatste moment afgelast. Ergens was dat symbolisch: bij de allereerste Canal Parade was initiatiefnemer Siep de Haan nog bang dat er niemand zou meevaren; zo’n 25 jaar later moet een protestbijeenkomst vanwege het risico van een te massale opkomst worden afgezegd.

Op mijn mobiel keek ik naar het alternatieve programma voor de protestbijeenkomst. Het Koninklijk Concertgebouw had hiervoor zijn deuren geopend. Speeches en optredens wisselden elkaar af. Plafondhoge regenboogvlaggen met de tekst: ‘Be who you are – Love who you want’ gaven de statige zaal kleur.

Net als tijdens de Olympische Spelen was er bij het Pride-protest in het Concertgebouw een vlaggenparade. Geen vlaggenpolonaise van trotse vlaggen, maar 72 vlaggen van schaamte. Vlaggen van de landen waar homoseksualiteit nog in het Wetboek van Strafrecht staat. Terwijl een vlag, Algerije, langs het podium werd gedragen, werd de maximale straf voorgelezen die een rechter de liefde kan opleggen, 2 jaar. De volgende vlag kwam eraan. Nigeria: doodstraf. Singapore: 2 jaar. Vlag. Land. Straf. Malediven: 8 jaar. Ooit zullen mensenrechten olympisch kampioen worden en wint verliefdheid goud.

Rechts voor het podium stond, mondkapbedekt, Hans Verhoeven, een regenboogactivist van het eerste uur. Tanzania: levenslang.  Als een voetbalcoach regelde hij welke vlaggendrager met welke vlag langs het podium moest lopen. Kenia: 14 jaar. Hans zien staan herinnerde me aan zijn uitspraak: ‘Wil je iets veranderen in de maatschappij, dan moet je zichtbaar zijn.’ Verenigde Arabische Emiraten: doodstraf.

Later die dag fietste ik met wat vriendinnen uit de regenboogfamilie door de stad. En nog later voer ik met vrienden over de Amsterdamse grachten. Uit ramen klonk huiskamergefeest. Jongens smeerden glitters op hun wang, omdat ze zichtbaar mochten schitteren. Kleurrijke kleding kreeg in het straatbeeld de overhand.

Overal in Amsterdam waren regenboogbubbels: groepjes mensen die hadden besloten dat de Pride niet ongezien en onopgemerkt voorbij mocht gaan. Gescheiden champagnebubbels, want helaas ontbrak het gemeenschappelijke ontkurkingsmoment. Heimwee naar iets wat niet was, sluimerde door de stad.

Terwijl de grachtengolven tegen de boot tikten en we rustig verder voeren, zag ik de protestvlaggen opnieuw voor me. Jezelf nooit laten uitwissen. Niet laten weggummen. Jezelf nooit meer hoeven te verstoppen. Ik realiseerde me dat eens te meer en pakte mijn mobiel om een bericht te sturen naar een dierbare vriend. ‘Ooit maken we een reis, door alle landen waar we verboden waren.’ Een paar grachten verderop kreeg ik antwoord: ‘Wanneer gaan we? #AlwaysProud.’