COMMENTAARPieter Klok

In het amorele voetbal was de actie van het Nederlands elftal toch een uniek gebaar

Hoewel de slogan nietszeggend was, valt van de internationals op dit maatschappelijke vlak weinig meer te verwachten. Niet zij, maar de bestuurders zijn verantwoordelijk.

Spelers van het Nederlands elftal dragen shirts met de tekst ‘Football Supports Change’ tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd tussen Nederland en Letland op 27 maart in Amsterdam. Beeld ANP
Spelers van het Nederlands elftal dragen shirts met de tekst ‘Football Supports Change’ tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd tussen Nederland en Letland op 27 maart in Amsterdam.Beeld ANP

Het is makkelijk om geringschattend te doen over de actie van het Nederlands elftal tegen de erbarmelijke arbeidsomstandigheden in Qatar waar volgend jaar het WK voetbal wordt gehouden. ‘We ondersteunen verandering’, is welbeschouwd een nietszeggende slogan. Ze straalt vooral uit dat de spelers iets van zich wilden laten horen – om van de kritiek af te zijn –, maar daarbij vooral niemand tegen het hoofd wilden stoten. De selecties van Duitsland en Noorwegen toonden meer lef door op de mensenrechten te hameren.

Niettemin was het gebaar historisch, want voetballers spreken zich niet snel uit over maatschappelijke kwesties. Eenmalig international Oeki Hoekema, die ooit contractueel liet vastleggen dat hij niet tegen elftallen hoefde te spelen uit dictatoriaal geregeerde landen, is tot op de dag van vandaag een uitzondering. De actie Bloed aan de Paal tegen het WK in Argentinië (1978) vond bij de voetballers zelf weinig weerklank. Toen de Dwaze Moeders de spelers uitnodigden om te komen kijken bij de wekelijkse protesten gaven slechts drie spelers daaraan gehoor. De rest van de selectie ging liever winkelen op de ‘Florida’, de chicste winkelstraat van Buenos Aires.

Het voetbal is sindsdien alleen maar amoreler geworden. De macht van het geld werd overheersend, net als in de rest van de wereld, ethische overwegingen speelden een steeds kleinere rol. Grote clubs werden overgenomen door dictatoriaal geregeerde landen of miljardairs die gelieerd waren aan bedenkelijke regimes. Ruud Gullit die in 1987 de Gouden Bal, de prijs voor de beste voetballer van Europa, aan Nelson Mandela schonk, vond het in 2011 geen enkel probleem om in Tsjetsjenië aan de slag te gaan. Zijn miljoenensalaris werd betaald door Ramzan Kadyrov die zijn land tot op de dag van vandaag met harde hand leidt.

Dat spelers zich nu hebben uitgesproken is dus op zich al uniek. Het past in een beweging die eind 2019 werd ingezet met een fel protest tegen het racisme op de voetbalvelden. Voetballers zijn steeds meer doordrongen van hun voorbeeldfunctie en dat is winst.

Het is niet reëel om veel meer van hen te verwachten. Dat het WK in Qatar wordt gehouden is niet de schuld van de voetballers, maar van corrupte bestuurders. President Nicolas Sarkozy van Frankrijk, die warme banden had met het regime in Qatar, speelde een cruciale rol bij de toewijzing. Het zijn in de eerste plaats de bestuurders die ter verantwoording moeten worden geroepen, niet de spelers.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over