ColumnEVA POSTHUMA DE BOER

In Frankrijk zitten de kleintjes nog steeds keurig in de houding

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers - een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Over de strikte Franse moraal.

Allo allo, hier uw dienstdoende columnist, standplaats Frankrijk, Bourgogne. Ik kan u melden: hier is niets veranderd. Op vrijdag is er markt in het dorp, op zaterdag in de stad, de cafés zijn open, de terrassen zitten vol en de mensen morren zoals ze gewend zijn te morren. Dat zit ze nu eenmaal in het bloed, beetje morren, glas inschenken, grap maken en weer morren. 

Het onderwerp van het huidige gemor betreft natuurlijk Covíd dix-neuf. De verplichte mondkapjes, de boete van 135 euro op mondkapweigering, de onvoorzichtigen, de te voorzichtigen, en Macron, sowieso Macron, die het allemaal gedaan heeft. 

Nou moet ik toegeven dat hij mij ook is tegengevallen. Toen hij werd verkozen, dacht ik: da’s een vlotte vrijdenker, met z’n frisse hoofd en z’n 25 jaar oudere vrouw - bij nader inzien een tamelijk wonderlijke aanname: met een 25 jaar jongere vrouw was hij een viespeuk geweest (hij was 39 toen hij president werd), maar met een veel oudere vrouw zou hij een vrijdenker zijn… Hoe dan ook, dat bleek hij überhaupt niet. Macron behandelt het Franse volk zoals veel Fransen hun kinderen opvoeden: autoritair. Zo blijft de traditionele, strikte moraal keurig intact.

Parijs, 1978.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Als kind ravotte ik hier al door de bossen en weilanden, op mijn kaplaarzen en in kleren die van mijn zusje waren geweest - geheel anders dan de keurig geklede Franse kinderen, die zwijgend en met rechte ruggetjes aan moesten blijven zitten in het dorpsrestaurant, terwijl wij al na het voorgerecht op het kerkplein mochten rondrennen.

Mijn ouders raakten bevriend met François, de burgemeesterszoon. Hij was getrouwd met de hoogblond geverfde Chantal, die hij vaak pesterig op haar platte, vierkante achterste sloeg. Zij slaakte dan gilletjes, als een karikatuur van zichzelf. Op een dag waren we uitgenodigd voor een borrel. Trippelend op haar hakjes excuseerde Chantal zich, haar man was er nog niet. We namen plaats op een plakkerige kunstleren bank, tegenover haar en haar gestreken en gekamde zoontje van 2. Zodra hij bewoog, trokken de parelmoeren lippen van Chantal tot spleetjes en maande ze hem zich koest te houden. 

De krampachtige stilte duurde tot François thuiskwam en de flessen open mochten. In het rumoer wist het jongetje aan zijn moeder te ontsnappen. Hij trok zijn bandplooibroekje omlaag en begon met schokkerige bewegingen tegen de leuning van de kunstleren bank te rijden. De tik die volgde was niet mals. Daarna werd de hitsige peuter opgesloten in de hal, achter een matglazen deur waar hij zich stilletjes tegenaan drukte, terwijl Chantal haar glimlach weer opzette en François de glazen bijvulde.

Soms denk ik aan dat alles, als ik naar Macron kijk. En als ik in het dorpsrestaurant eet, de Franse kleintjes nog steeds in de houding. En als ik de oude François Chantal op haar karakteristieke achterste zie slaan. Non, non, rien n’a changé/ Tout, tout a continué. Hey hey!

Meer over