tv-recensieYasmina Aboutaleb

‘In een boek kan het wél’ is een charmante houtje-touwtje-ode aan de boeken en schrijvers die Raoul de Jong bewondert

null Beeld

Schrijver en, inmiddels, theatermaker Raoul de Jong (37) stond vorig jaar ter ere van 45 jaar Surinaamse onafhankelijkheid in het theater met de voorstelling In Suriname, gebaseerd op zijn boek Jaguarman, waarin hij op zoek gaat naar het Suriname van zijn vader en zijn voorouders.

Bij wijze van reprise is er nu de driedelige tv-reeks In een boek kan het wél (nog te zien op NPO Plus en Start), een theatrale ode aan zijn favoriete schrijvers en hun boeken uit het verleden. Zora Neale Hurstons Their Eyes Were Watching God (1937), Christopher Isherwoods Down There on a Visit (1961) en De menschetende aanbidders der zonneslang (1907) van de gebroeders Penard. Boeken die in Nederland een groter publiek verdienen, vindt De Jong, omdat deze boeken ‘ons groter kunnen maken, ons moediger kunnen maken en ons kunnen aansporen om dingen in ons eigen leven te proberen die we zonder boeken niet zouden durven.’

Schrijver Raoul de Jong in ‘In een boek kan het wél’. Beeld Theater Rotterdam/ VPRO
Schrijver Raoul de Jong in ‘In een boek kan het wél’.Beeld Theater Rotterdam/ VPRO

De Jong wilde eigenlijk naar de plekken waar de drie boeken geschreven zijn – New York City, Los Angeles en Suriname – maar daar kwam de pandemie tussen. Dus besloot hij de boeken naar hier te halen. Vanuit Theater Rotterdam tovert hij met de hulp van theatermaker en decorontwerper Mathieu Wijdeven in drie afleveringen achtereenvolgens Harlem, een zwoel appartement in Hollywood en de Surinaamse amazone tevoorschijn. U heeft er wel een heel klein beetje fantasie bij nodig, maar dat houtje-touwtjegevoel is nu juist de charme van programma.

Bovendien hebben we de innemende De Jong die ons bij de hand neemt. De flamboyante Amerikaanse auteur Zora Neale Hurston (van aflevering 1) kwam hij op het spoor vlak nadat hij op zijn 28ste voor het eerst zijn Surinaamse vader had ontmoet, die hem had verteld dat hij een voorouder had met speciale jaguarkrachten die de slavernij had overleefd. Zijn vader adviseerde hem die krachten met rust te laten, maar het was voor De Jong juist een teken op onderzoek te gaan. Hij ging naar Suriname, las boeken van zwarte schrijvers en hij kocht – De Jong steekt zijn vuist uit – een dikke, goudkleurige jaguarring.

Voor het vertellen van de geschiedenis van de schrijvers en hun boeken krijgt De Jong hulp van schrijversvrienden Karin Amatmoekrim, Philip Huff, Maurits de Bruijn, Daphne Huisden en Gershwin Bonevacia, maar ook een wintipriester en een activist hebben een rol. De Jong haalt intussen van alles uit de kast om ons het verhaal in te trekken. Jasje aan, jasje uit, dansje hier, dansje daar. Het gaat hem allemaal goed af. Maar alleen al De Jong zittend aan een desk is een feest om naar te luisteren, en dat is talent.

Meer over