CommentaarPieter Klok

In deze crisis moet wellicht het taboe op overheidsschulden sneuvelen

Moet de belastingbetaler opdraaien voor de redding van KLM?Beeld Getty

Voortdurend wordt de vraag gesteld wie er moet boeten voor deze crisis. Moet de belastingbetaler straks wel opdraaien voor de redding van KLM? Moeten wij Nederlanders boeten voor het wanbeleid van de Italianen?

Wellicht is het verstandiger om eerst de vraag te stellen of er überhaupt iemand moet boeten. Een nieuwe lichting economen die opereert onder de naam Modern Monetary Theory denkt dat dat helemaal niet nodig is. Zolang de inflatie laag blijft, is de snel oplopende overheidsschuld volgens hen helemaal geen probleem. Ze pleiten ervoor om fundamenteel anders naar geld te kijken. Ook andere economen, zoals Olivier Blanchard en in Nederland Coen Teulings, stellen dat de snel oplopende staatsschulden geen reden zijn tot zorg, zolang de rente zo laag is als nu.

Het zou niet voor de eerste keer zijn dat onze kijk op geld door een crisis radicaal verandert. Tijdens de crisis van de jaren dertig voelden landen zich gedwongen de goudstandaard los te laten, wat betekende dat geld niet langer kon worden ingeruild voor een vaste hoeveelheid goud. In de Tweede Oorlog werd vervolgens in Bretton Woods een nieuwe financiële wereldorde gesmeed.

Tijdens de financiële crisis in 2008 werd het taboe op grootschalige interventies door de centrale banken geslecht. Eerst in de VS, maar later ook in Europa besloot de centrale bank grote hoeveelheden geld te drukken om te voorkomen dat de rente zou oplopen.

In deze crisis moet wellicht het taboe op overheidsschulden sneuvelen, al was het maar omdat het onwaarschijnlijk is dat de schuld die de wereld door het coronavirus opbouwt ooit zal worden afgelost. Het is eenvoudigweg onbetaalbaar.

We hoeven de schulden die we nu opbouwen misschien wel nooit af te lossen. Zolang de rente 0 procent blijft, is daar geen enkele noodzaak toe. En zolang de inflatie laag blijft, is er geen reden de rente te laten oplopen.

Nederland mag graag hameren op het Stabiliteitspact, dat in 1997 werd gesloten. Dat schrijft voor dat de overheidsschuld maximaal 60 procent van het nationaal inkomen mag bedragen en het begrotingstekort maximaal 3 procent. Deze afspraken moesten voorkomen dat de inflatie zou toenemen en de euro zou worden ondermijnd.

Toen het akkoord werd afgesloten, was de tienjaarsrente 5 procent. Inmiddels is dat -0,3 procent. In plaats van rente over de overheidsschuld te betalen krijgt de Nederlandse overheid nu geld toe. Dat zou voldoende aanleiding moeten zijn voor een herbezinning. Schulden maken is nu veel minder erg dan in 1997.

Het is een notie die indruist tegen de logica van het huishoudboekje, maar het zou niet voor het eerst zijn dat juist die logica ons in de weg zit bij het vinden van een oplossing.

Nederland liep, vanwege onze calvinistische aard waarschijnlijk, nooit voorop in de discussie over een nieuw monetair stelsel. In 1936 was ons land het laatste dat de goudstandaard losliet. Ook nu is Nederland binnen Europa het land dat het langst en hardst hamert op begrotingsdiscipline. Zelfs Duitsland heeft besloten dat het andere zaken – het overeind houden van de economie vooral – nu even belangrijker vindt.

Meer over