ColumnLoes Reijmer

In Den Haag zijn ze doodsbang voor Kaag

null Beeld

Terecht dat ze opstapte natuurlijk. Al anderhalf jaar smeekten lokale ambassademedewerkers in Kabul het ministerie van Buitenlandse Zaken iets voor te bereiden, mochten de Taliban oprukken naar de Afghaanse hoofdstad. Een plan, een idee, íéts, in godsnaam.

Vaak bleef het stil. Dat was nog onder die ijzerenheinige meneer met borrelpraatdiploma in ‘failed states’, de minister van een partij die vindt dat niet iedere Afghaan ‘die een keer twee stenen op elkaar heeft gemetseld’ naar Nederland mag komen. In mei nam Sigrid Kaag pas de functie van minister van Buitenlandse Zaken van hem over, maar ook toen werd er weinig haast gemaakt met een mogelijke evacuatie.

Het falen is pijnlijk voor een politicus die over Buitenlandse Zaken zegt dat het haar hart is, ‘wie ik ben’. Een soort imposter syndrome-nachtmerrie die zich ontvouwt op klaarlichte dag. Als politieke tegenstander of koppenmaker van De T. zou ik het wel weten. Iets met ‘ONTMASKERING’ breeduit over de voorpagina, minstens.

Toch ging het na haar aftreden onder de duiders vooral over het spel. ‘Sigrid Kaag organiseerde eigen val’, schreef Wouter de Winther in De Telegraaf. In Nieuwsuur zei Arjan Noorlander dat Kaag ‘slachtoffer is van haar eigen, hoge moraal’. Het vrouwtje was hoogmoedig geweest, moesten we concluderen. (Consequent zijn, of principieel, behoorde kennelijk niet tot de mogelijkheden.)

Geert Wilders, leider van de op twee na grootste partij en tevens de kleuterleeftijd toch alweer zo’n 52 jaar ontstegen, toog naar Twitter en plaatste een foto van een heks die tegen een boom is gevlogen. Hij schreef er ‘#HEXIT’ bij, in navolging van NRC-cartoonist Ruben L. Oppenheimer, die deze week overuren draaide met het tekenen van Kaag vastgeklemd aan vliegende objecten, veelal een bezemsteel.

Dat mag natuurlijk allemaal. Het was dan ook potsierlijk dat D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma op Twitter kritiek leverde op de cartoon, want met cartoons hebben politici niets te maken. Een beetje gedateerd is dat geleur met heksen wel. Zowel Wilders als de cartoonist heeft kennelijk het memo gemist waarin wordt uitgelegd dat de kwalificatie ‘heks’ nogal een upgrade heeft gekregen. Dat veel vrouwen inmiddels weten dat degenen die vroeger op de brandstapel belandden geen malle kruidenvrouwtjes of leugenachtige feeksen waren, maar zelfstandige en mondige vrouwen. Eigenzinnige figuren die pastoor en patriarchaat angst inboezemden, en daarom opgeruimd moesten worden. Heks is inmiddels een feministische geuzennaam.

Dat kan de PVV-leider niet allemaal bijhouden, hij is veel te druk met het tellen van hoofddoeken en het verdoezelen van het wangedrag van Dion Graus om zich in de vrouwenzaak te verdiepen. Onbedoeld wierp zijn schoffering licht op iets anders: in Den Haag zijn ze doodsbang voor Kaag.

De D66-leider is ongrijpbaar, zelfverzekerd en niet echt bezig met wat collega’s van haar vinden. Haar afkeer van de xenofobe Wilders is niet onderdeel van het Haagse gezelschapsspel, zoals bij haar voorganger Alexander Pechtold, maar diep doorvoeld. Ze schaamt zich niet voor moralisme, een houding die op het Binnenhof ook al snel leidt tot verwarring, zeker in het tijdperk Rutte. En ze is de eerste die met de VVD-leider onderhandelt zonder voor diens mensenmens-charmes te vallen.

‘Een grote mevrouw’, zei de demissionair premier donderdagavond tegen de pers nadat ze haar aftreden bekend had gemaakt. Wonderlijk ruttiaans klonk het, een onhandig compliment waarin je ook een sneer zou kunnen horen. Grote meneren kende hij al wel natuurlijk, die vinden zichzelf doorgaans heel wat. Maar aan deze grote mevrouw moest hij nog steeds een beetje wennen.

Meer over