ColumnPeter Winnen

In de Ronde van Zwitserland schoot Peter Winnen over het randje. ‘O jee, nu is het mijn beurt’

Peter Winnen artikel ColumnBeeld .

Dat hij daar in de diepte op ‘een boterbloem in het gras’ had geleken. Volgens de overlevering zou ploegmaat Gé Peters dit tegen Wim van Est hebben gezegd nadat die in zijn gele trui uit het ravijn was getakeld met een lint van aan elkaar geknoopte fietsbanden. Het was de Tour van 1951, afdaling van de Aubisque. Ik heb eens nagevraagd bij Gé of hij het echt zo gezegd heeft. Het klopte, maar hij had zich de woorden pas gepermitteerd toen IJzeren Willem relatief ongehavend bleek. Het was een uiting van opluchting. Wonder boven wonder had Wim zijn dodensprong overleefd. Alsof hij aan een parachute had gehangen.

Zaterdagmiddag verdween Remco Evenepoel van de radar. Op een wazig televisiebeeld zag je hem over een muurtje gekatapulteerd worden. Het sloeg de commentatoren van Eurosport op de stembanden. Hoe diep was het daar? Hoe is hij terechtgekomen? Het was angstig wachten op nieuws; alleen goed nieuws was acceptabel.

En er kwam relatief goed nieuws: Remco Evenepoel was bij bewustzijn!

De RAI bracht beelden van Evenepoel op de bodem van het gat. Als een geknakte hyacint lag hij daar. Maar er werd goed voor hem gezorgd door ambulancebroeders.

Met een gebroken heup en een gekneusde long is hij goed weggekomen. Op particulier geschoten beelden is duidelijk te zien dat Evenepoel zich in een reflex probeert vast te grijpen aan het muurtje. Het remt hem deels af. Later zei de ploegdokter dat hij op zijn voeten terechtkwam. Als je het mij vraagt, heeft hij zichzelf gered.

De afdaling van de Muro di Sormano is een zwarte piste met een kwalijke reputatie. In deze zwarte maand klinkt de roep om veiligheid steeds nadrukkelijker. Schrappen dit soort afdalingen dan maar? Of alleen de kritische punten extra beveiligen met vangnetten of stootkussens? Het eerste lijkt me niet wenselijk, het tweede noodzakelijk.

Feit is dat Remco Evenepoel onder druk werd gezet door meesterdaler Vicenzo Nibali. En niet ten onrechte. Evenepoel was de te kloppen man in de Ronde van Lombardije. Een man als Nibali kun je moeilijk verbieden dat hij gebruikmaakt van zijn kwaliteiten, hij had Evenepoel al op een gaatje gekoerst.

Ikzelf schoot ooit over het randje in de Ronde van Zwitserland. Een valpartij voor me, in een bocht waar het asfalt om een of andere reden verdwenen was. Ik was aan het terugkomen na iets gelost te zijn op de beklimming. Het balanceren op het randje, het optimistisch bijsturen, ineens geen grond meer onder de banden voelen (een vreemde gewaarwording) en de belachelijk nuchtere vaststelling: o jee, nu is het mijn beurt. Wat je hoopte nooit te hoeven meemaken gebeurde. Aftocht in een ambulance. Als muurbloem.

Na die dag ging ik niet slechter dalen, hooguit reikte ik iets minder gretig naar het edelweiss.

Meer over