GastcolumnChristine Otten

In de oude arbeiderswijk woedt tegenwoordig een heel andere klassenstrijd

null Beeld Fjodor Buis
Beeld Fjodor Buis
Christine Otten

‘Ik héb ze wel in de stoel hoor. Die hoog gestudeerd zijn, maar toch menselijk… met humor.’ Kapster Benthe Knipmeijer van kapsalon Magnifique aan het Zonneplein in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam Noord wil maar zeggen: die nieuwelingen in de buurt, die geitenbreiers, of yuppen, hoe je ze ook noemt, die komen gewoon niet in de salon. Die lopen erbij in afgedragen kleding, haren niet gekamd, of ze knippen zélf. Dat is dan een groen statement! Maar wél drie keer per jaar vliegen, naar Bali, of voor het werk. Zeggen ze: support your locals. Ja hallo! ‘Je denkt dat je iets hebt opgebouwd in die dertig jaar dat ik de salon heb, maar dat is niet zo. Soms denk ik: schiet mij maar af.’

Honderd jaar bestaat de buurt waar ik sinds vijftien jaar woon: Tuindorp Oostzaan. Ooit een eiland van moderniteit, volksverheffing en optimisme in een zee van weilanden en water. Arbeidersbuurt. Mensen werkten in de scheepsbouw, of achter de kassa, in de schoonmaak, de bouw, waren schoenmaker, loodgieter, bakker, thuiszorgmedewerker… Er was behoorlijk wat verzet in de Tweede Wereldoorlog in Tuindorp, dat als ‘rood’ bekend stond. De opa van Benthe maakte machines op de NDSM- werf onklaar en verstopte onderdelen onder het podium in het Zonnehuis; de Duitsers konden niks beginnen.

Lokale penose

Als kinderen in de zomer niet op vakantie konden omdat hun ouders geen geld hadden, sprong de lokale penose bij. Zelfredzaamheid avant la lettre. Tegenwoordig is Tuindorp hard op weg een A-locatie te worden, waar de ene na de andere luxe ‘ecoflat’ de grond uit gestampt wordt en een typisch Tuindorps gehorig vooroorlogs huisje van circa 65 vierkante meter rustig vier ton doet. Minimaal.

Kinderen van oorspronkelijke bewoners kunnen hier niet meer wonen. Gentrification. Verdringing. Ik weet het: niks nieuws. Als het zo door gaat staan er binnen tien jaar trailerparken in de weilanden bij Purmerend.

Omdat ik me nog nooit ergens zó thuis heb gevoeld als hier, reken ik mezelf - ten onrechte - niet tot de ‘nieuwelingen.’ Tuindorp herinnert me aan de volksbuurten waar mijn ouders in Deventer opgroeiden: Knutteldorp en Het Rode Dorp.

Wij kregen destijds (2006) amper een hypotheek omdat we geen ‘eigen geld’ hadden en ik zzp’er ben. Zelfstandige zonder pensioen. Een huis van drie ton kopen was een sprong in het diepe. Wisten wij veel hoe het superkapitalisme de huizenprijzen tot aan de lucht zou opdrijven en de oud-premier van het Verenigd Koninkrijk Margaret Thatcher met terugwerkende kracht gelijk zou geven: maak zoveel mogelijk mensen huizenbezitter en de klassenstrijd verstomt vanzelf. Iedereen medeplichtig, zeg maar. Wij ook.

Of toch niet helemaal?

Ik voel een sterke verwantschap met Benthe; onze familieachtergronden lijken op elkaar: arbeiders, maatschappelijk zeer bewust, cultureel ontwikkeld, non-conformistisch, uitgesproken links. Ik deel haar weerzin tegen de ‘yuppen’ en tegen de hippe moeder die haar tweedehandskleding ‘rotzooi’ noemt in plaats van ‘vintage,’ tegen de nieuwe koffietent (for the diversity of coffee) waar een cappuccino gauw drie euro vijftig doet. Terwijl ik, als redelijk succesvolle schrijver met een koophuis dat sterk in waarde is gestegen, objectief wellicht tot de (culturele) ‘elite’ behoor.

Verkeerde strijd

Hoewel ik niet dagelijks Karl Marx lees, heb ik sterk de indruk dat we op veel fronten de verkeerde klassenstrijd aan het voeren zijn. ‘Oude’ tegen ‘nieuwe’ bewoners. Huurders tegen huizenbezitters. Hoger- tegen lager opgeleiden. Milieuactivisten tegen werknemers van Tatasteel, om een zijstraat te noemen. Gevaccineerde mensen tegen antivaxers. Wit tegen zwart (denk aan ‘zwarte Piet’).

In een hyper-kapitalistisch systeem dat ‘de markt’, efficiency en onderlinge concurrentie heilig verklaart, zijn we allemaal elkaars tegenstrijders geworden, lijkt wel. Een ‘vals klassenbewustzijn’ noemde Marx dat als ik me goed herinner. Alsof we het zicht op de machtsverhoudingen kwijt zijn.

De traditionele linkse partijen bieden geen uitweg. De SP mijdt de klimaatcrisis en immigratie te benoemen uit angst voor haar traditionele arbeidersachterban. GroenLinks schippert tussen liberaal en echt links en bedient vooral de hoger opgeleiden. De PvdA is medeverantwoordelijk voor de ‘participatiesamenleving’: sinds de toeslagenaffaire weten we waar dat toe leidt.

Elkaar opzoeken

Toch ben ik allesbehalve somber. Hier in Tuindorp zoeken we elkaar op. ‘Ik denk dat de nieuwelingen meer hun best doen om met de oude bewoners samen te leven dan andersom,’ zegt Benthe, ‘verderop hebben ze met z’n allen een buurttuin aangelegd.’ Als tante Ria of tante Cor moppert over Turken of asielzoekers met hun grote gezinnen die huizen krijgen toegewezen terwijl hún kinderen op de wachtlijst…. zegt ze er wat van.

Onlangs vierden ‘oude’ en ‘nieuwe’ bewoners in een afgeladen Zonnehuis samen het honderd jarig bestaan van Tuindorp. In verhalen, muziek en theatermonologen werd de tegendraadsheid, solidariteit en non-conformisme gevierd. Het Zonnehuis was even weer een broeinest van verzet en ‘volksverheffing.’ Op het winkelcentrum zie je dezer dagen alleen nog roetpieten.

Ik denk dat we ‘verandering’ en ‘hoop’ alleen maar kunnen afdwingen door te doen, en ons niet op te sluiten in onze eigen (culturele) bubbels. ‘Vertrouwen,’ zegt Benthe: ‘Ik denk dat we daar allemaal een beetje behoefte aan hebben.’


Christine Otten is schrijver en theatermaker en in de maand december gastcolumnist van volkskrant.nl/opinie.