Media in Ethiopië

In de oorlog om Tigray dreigt de waarheid het slachtoffer te worden

Te midden van het geweld tussen de Tigrese strijders en de federale regering van Ethiopië hebben nepnieuws en propaganda een regelrechte vlucht genomen, merkt Mark Schenkel op.

Speciale agenten van de Amhara politie bewaken voedsel en hulpgoederen voor vluchtelingen in de Ethiopische stad Dessie. Het geweld tussen Tigrese strijders en de federale regering van Ethiopië is sinds enkele weken ook overgeslagen naar Amhara en Afar, regio’s rondom Tigray. Beeld AFP
Speciale agenten van de Amhara politie bewaken voedsel en hulpgoederen voor vluchtelingen in de Ethiopische stad Dessie. Het geweld tussen Tigrese strijders en de federale regering van Ethiopië is sinds enkele weken ook overgeslagen naar Amhara en Afar, regio’s rondom Tigray.Beeld AFP

Toen de BBC vorige maand interviews met vermeende kindsoldaten uit de Ethiopische deelstaat Tigray kreeg aangeboden, rook de Britse omroep al vrij snel onraad. Enkele tieners vertelden aan de BBC dat ze door de rebellen uit Tigray gedwongen waren om mee te vechten in de oorlog tegen de federale regering van Ethiopië en haar bondgenoten. De kinderen zouden gevangen zijn genomen en in veiligheid zijn gebracht door pro-regeringstroepen.

Maar wat bleek: tijdens de interviews fluisterden regeringsgezinde officials de ‘kindsoldaten’ in wat ze moesten zeggen, in een andere taal bovendien dan die van Tigray, zo berichtte de BBC. De interviews leken kortom in scène te zijn gezet, met als bedoeling de rebellen uit Tigray af te schilderen als gewetenloze ronselaars van minderjarigen.

Deze gebeurtenis staat niet op zichzelf: nepnieuws en propaganda hebben een regelrechte vlucht genomen in de tien maanden oude oorlog om Tigray. Op radio, tv, krantenpapier en internet woedt al haast net zo’n verbeten strijd als op het echte slagveld. En wie anders dan de waarheid dreigt hiervan het slachtoffer te worden.

De Ethiopische regering en haar aanhangers zetten de Tigrese rebellen al maandenlang neer als ‘terroristen’ waarmee je niet zomaar over vrede kunt gaan praten. De Tigrese ‘junta’ – ook al zo’n term – riep bovendien het legeroffensief in november 2020 over zichzelf af door het federale bestuur van Ethiopië moedwillig te saboteren, zo luidt het narratief. In dit verhaal is juist weinig ruimte weggelegd voor het geweld dat de Ethiopische soldaten, samen met hun medestanders uit de regio Amhara en buurland Eritrea, loslieten op de burgerbevolking van Tigray. Meer dan 5 miljoen van de 6 miljoen Tigreeërs hebben volgens de Verenigde Naties nu dringend hulp nodig – hulp, die nog altijd wordt tegengehouden.

Dit voorjaar gaf het persagentschap van de Ethiopische staat een flink staaltje desinformatie ten beste door een Twitter-bericht van een niet-bestaande ex-VN-functionaris verder te verspreiden. Een zekere ‘George Bolton’ noemde Tigrese leiders ‘wreed’ en riep de Verenigde Staten op om zich niet in Ethiopische aangelegenheden te mengen. Ondanks de vaststelling dat ‘Bolton’ niet bestaat, bleef ‘zijn’ bericht op de honderdduizenden volgers tellende Facebookpagina’s van het Ethiopische persagentschap staan.

Online woekert de informatieoorlog nog altijd voort, Ethiopiërs in de omvangrijke diaspora scharen zich op Twitter in groten getale achter premier Abiy Ahmed. Onder de hashtag ‘HandsOffEthiopia’ verwijten twitteraars buitenlandse diplomaten, journalisten en analisten dat zij op de hand van Tigray zouden zijn en onvoldoende oog zouden hebben voor de repressieve trekken van de Tigrese leiders, die tussen 1991 en 2018 heel Ethiopië in hun greep hielden.

Hoewel de inwoners van Tigray moeilijk terug kunnen twitteren omdat hun internet nog altijd platligt, laten Tigreeërs in het buitenland wel volop van zich horen. Online roepen zij de wereld op niet weg te kijken van het conflict. Twitteraars delen daarbij ook foto’s van hongerende kinderen en stukgeschoten kerken die in werkelijkheid helemaal niet uit Tigray komen.

De begeleidende hashtag ‘TigrayGenocide’ moet iedereen nog verder doordringen van de ernst van de situatie, al helpt het daarbij niet dat de Tigrese rebellen, sinds zij in juni in het offensief gingen, burgers in omliggende deelstaten tot doelwit maken. Bij het begin van het conflict waren Tigrese strijders ook al betrokken bij misdrijven tegen andere bevolkingsgroepen. De Verenigde Naties en de VS roepen álle strijdende partijen op de wapens neer te leggen, maar voorlopig legt hun geluid het af in de woordenstrijd.

Mark Schenkel is correspondent in Afrika.

Meer over