tv-recensiefrank heinen

In de ogen van vader Hoogkamer staat het woord te lezen dat hij uit alle macht tracht te omzeilen. Jaloezie

null Beeld

‘Ik doe mijn best. Ik doe mijn best.’ Het zijn de laatste woorden van de slotaflevering van Over vaders en zonen (VPRO), de documentaireserie die Hugo Borst meer dan tien jaar geleden maakte. In de laatste aflevering blikte Borst destijds terug op de mensen die hij had geportretteerd, aan de hand van de relatie met zijn eigen zoon, Charlie. Die laatste woorden leken daarom zowel een boodschap voor de kijker thuis als voor z’n eigen kind.

Zaterdagavond, bij het zien van 3doc: Van vader op zoon (BNNVara), een korte documentaire over de familie Hoogkamer, moest ik aan Over vaders en zonen denken. Sinds de zomer van 2021 kent heel Nederland Mart junior, vertolker van het ‘hebban olla vogala nestas hagunnan’ van het laat-coronatijdperk: ‘Ik ga zwemmen / in Bacardi Lemon’. Uit de stille, prettig niet-uitleggerige film van Arjen Sinninghe Damsté wordt duidelijk dat de ster van Mart, een opgewekte knakker van begin twintig, in de wereld van het Nederlandstalige lied al langer rijzende is. De aanvragen stroomden binnen, het succes groeide en de droom de nieuwe Hazes te worden kwam elke dag en beetje dichterbij. Sinninghe Damsté volgde het gezin Hoogkamer in de jaren voorafgaand aan de definitieve doorbraak. In de kleine, met snuisterijen volgepakte woonkamer zitten drie mannen met zangambitie op de bank naar oude concerten van Hazes te kijken: Mart jr., vader Mart sr. en broertje Luciano, die halverwege de film een nieuwtje aankondigt. Hij is uitgenodigd om bij een ‘heel groot evenement te staan’.

Mart Hoogkamer sr. Beeld BNNVARA
Mart Hoogkamer sr.Beeld BNNVARA

Moeder Diana: ‘Om te zingen?’

De centrale figuur van Van vader op zoon is Mart Hoogkamer senior. Ooit was hij zelf een ster, een kindster, maar toen hij de baard in de keel kreeg, was het rap afgelopen. Die neergang kwam hij nooit te boven. De drank deed zijn intrede, en er was sprake van ‘verkeerde mensen’. Traag glijden zijn vingers soms over een oude elpee, en door vergeelde knipsels, terwijl hij eerbiedig de namen prevelt van de sterren met wie hij een platenmaatschappij deelde. ‘George Baker, Nico Haak, dat waren toen de zangers.’

Nog altijd heeft senior af en toe een time-out nodig. ‘Dat hep puur ook te maken met Mart z’n bekendheid en dat soort dingen.’ In zijn ogen staat het harde woord te lezen dat hij uit alle macht tracht te omzeilen. Jaloezie. En wanneer pa dan eindelijk weer eens mag optreden, op een Hazes-avondje, en hij in de coulissen met zijn succesvolle zoon belt om zijn zenuwen in bedwang te krijgen, is de omkering volkomen: de zoon is de vader, de vader de zoon. Als je aan de zachte, naïeve blik van Mart Hoogkamer senior woorden zou moeten geven, dan zou het ‘Ik doe mijn best, ik doe mijn best, ik doe echt ontzettend mijn best’ zijn.

Meer over