ColumnSheila Sitalsing

In de nieuwe wereldorde weet onze EU-ambassadeur niet altijd naar wie hij protestbrieven moet sturen

Een van de dingen die een ambassadeur van de Europese Unie in de Verenigde Staten doet is beleefde protestbrieven schrijven, elke keer wanneer ergens in een Amerikaanse staat een terdoodveroordeelde dreigt te worden geëxecuteerd. Dan schrijft Stavros Lambrinides, die sinds afgelopen voorjaar EU-ambassadeur in Washington is, een brief waarin hij uitlegt dat de Europese Unie gelooft dat slachtoffers van verschrikkelijke misdaden niet geholpen zijn met een even gruwelijke vergelding, dat bewezen is dat de doodstraf geen afschrikwekkend effect heeft en dat nooit valt uit te sluiten dat de wrekende staat per ongeluk een onschuldige doodt.

Negen brieven schreef Lambrinides dit jaar, ze staan online. Om te pleiten voor het leven van Stephen Michael West, bijvoorbeeld. Helpen deed het niet; de geesteszieke West werd op 16 augustus geëlektrocuteerd in Tennessee voor de verkrachting van en moord op een moeder en haar dochter, 32 jaar geleden.

Dat er dit jaar maar negen brieven uitgingen namens ons, EU-burgers, komt doordat de doodstraf in Amerika gaandeweg zeldzamer wordt. Elk jaar rond Kerst lees ik het jaarrapport van het Death Penalty Information Center dat minutieus de staat van de doodstraf vastlegt in de VS, en elk jaar zijn er lichtpuntjes te melden. Dat New Hamp­shire zich dit jaar voegde bij de inmiddels 21 Amerikaanse staten die de doodstraf hebben afgeschaft en dat California alle executies heeft opgeschort en dat het in Indiana inmiddels tien jaar geleden is dat er voor het laatst ­iemand van staatswege ter dood werd gebracht. Dat er in 2019 nog maar 22 executies waren en 33 nieuwe terdoodveroordelingen – minder dan in 2018, en heel veel minder dan in de jaren negentig, toen het veroordelingen en executies regende.

De Amerikaanse president wil dit aantal graag juist uitbreiden; dit jaar ondernam hij een – vergeefse – poging om de doodstraf op federaal niveau te hervatten. Op federaal niveau liggen de executies al zestien jaar stil, wegens een juridische strijd over de executiemethode: door dodelijke injectie.

Als je de wereld verdeelt in de klassieke, oude bondgenoten die zichzelf ‘de westerse wereld’ noemen en zich net iets beschaafder en verlichter dan de rest achten enerzijds, en de rest – de oud-koloniën, de prillere democratieën, de opkomende machten, de grote groeiers – anderzijds, dan zijn de VS de enige in het oude kamp die nog op regelmatige basis mensen elektrocuteren of doodspuiten.

In de andere helft wordt aanzienlijk welwillender over de doodstraf gedacht. Een van ’s werelds machtigste landen, het land met de meeste mensen, de bijna-grootste economie, het grootste diplomatieke netwerk en de meest imposante aanwezigheid in wat vroeger de Derde Wereld heette, het land waar iedereen vol ontzag voor buigt vanwege de handel en de investeringen en de stroom geld, het land dat de nieuwe wereldorde aanvoert, voert meer executies uit dan alle andere landen ter wereld samen. Vermoedelijk. Want zeker weten doen we het niet. China heeft geen onafhankelijk doodstrafinformatiecentrum dat keurig alle veroordelingen en executies documenteert in een openbaar naslagwerk. In China kan het voorkomen dat een mens verdwijnt of sterft door een staatskogel zonder dat we het te weten komen.

In de nieuwe wereldorde weet onze EU-ambassadeur niet altijd naar wie hij protestbrieven moet sturen, over wie, en wanneer.

Meer over