ColumnAaf Brandt Corstius

Ik zie het wimhoffen al in het rijtje trilplaat-tae-bo-mayonaisedieet-Jane Fonda-videobanden

null Beeld

‘En, zijn jullie veel aan het wimhoffen?’, vroeg de vrouw in het kleine groepje waarmee ik in het park had gesport. (Vertel het niemand, ik had gesport, met mensen, ik probeerde iets aan mijn gezondheid te doen, in de buitenlucht, en dat op een sociale manier, vast verboden.)

Als vanzelfsprekend begonnen de anderen te vertellen over de specifieke band die zij onderhielden met ijskoud water. De een douchte altijd koud, de ander nam regelmatig een duik in zee, het liefst in de winter. Ik kwam weer met mijn eeuwige ‘Ik heb laatst een minuut in de Gaasperplas gezwommen. O, en ik hou wel van in de koude zee zwemmen, in de zomer.’

Het opvallende aan het Wim Hofgebeuren is dat het al lang bestaat, maar tijdenlang alleen iets was voor een kleine groep die door anderen als wonderlijk werd beschouwd: ‘Ga jij lekker in een bad met ijsklontjes zitten, succes ermee’. Wim Hof was een beetje de Greet Hofmans van de jaren nul: prima als je erin geloofde, maar de niet-gelovigen keken je dan wel een beetje meewarig aan.

Maar nu is het binnen één jaar toch nog volledig ingeburgerd. De verklaring: corona etcetera. Je kunt in mijn stad niet langs de plaatselijke rivier lopen of er komen net drie millennials uitgeklommen, half bevroren en zo rood als een kreeft. De vraag is niet: ‘Heb je ooit we eens met koud water afgedoucht?’, maar: ‘Hoeveel minuten kon jij buiten zwemmen in die ene week dat het zo begon te vriezen?’ ‘(Vier minuten, was het antwoord van een man die ik dit weekend sprak. Hij kwam eruit met bevroren haar.)

Hij wimhoft, zij wimhoft, wij wimhoffen. Hoewel ik er ook vatbaar voor ben, zoals voor alle trends, zie ik het wimhoffen tijdens zo’n gesprek al bijgezet worden in het rijtje trilplaat-tae-bo-mayonaisedieet-Jane Fonda-videobanden: een gezondheidshype die in retrospect een tikje belachelijk zal zijn en waar we over tien jaar lacherig op zullen terugkijken. ‘En dan gingen we met zijn allen in een bak met ijswater zitten. Nou ja, er was een pandemie, we wisten het ook allemaal niet meer.’

En terwijl ik dit opschrijf weet ik óók dat ik niet kan uitsluiten dat ik, waarschijnlijk net als het hele wimhoffen op zijn laatste benen loopt, ineens nog compleet begeistert raak door dit fenomeen en met een trillend lichaam, handen in bidhouding, tot zestig sta te tellen in een ijskoud meer.

Tot dan moet ik tijdens wimhofgesprekken maar gewoon toegeven hoe ik zelf in elkaar steek. ‘Ik hou van heel warm douchen’, zei ik tegen het groepje sporters. ‘Dat je begint met warm water, en de kraan steeds warmer draait, tot je onder een gloeiendhete douche staat.’

Meer over