Opinie

Ik zie een mooie inkomstenbron voor musea en een dikke middelvinger naar de blockchain NFT’s

Tientallen miljoenen neertellen voor een digitaal kunstwerk dat iedereen via het internet kan binnenhalen. Bert Lanting ergert zich aan de NFT-rage, maar ziet ook mooie mogelijkheden.

Bezoekers in het Rijksmuseum kijken naar  De Nachtwacht van de schilder Rembrandt van Rijn. Beeld Hollandse Hoogte
Bezoekers in het Rijksmuseum kijken naar De Nachtwacht van de schilder Rembrandt van Rijn.Beeld Hollandse Hoogte

Als ik 100 dollar overmaak naar de organisatie Red Panda Network kan ik een zeldzame rode panda adopteren. Mooie beestjes -- veel handzamer formaat dan de zwart-witte reuzenpanda -- die leven in de wouden op de flanken van het Himalaya-gebergte Er zijn nog maar zo’n 2.500 van.

Ik zou bijvoorbeeld Sita kunnen adopteren, een vrouwtje dat twee jongen heeft. Het geld gaat niet rechtstreeks naar haar, maar wordt gebruikt voor het behoud van deze zeldzame en bedreigde diersoort. Als dank krijg ik een adoptiebewijs met een rode panda-knuffel, die ook nog eens gevuld is met ecologisch verantwoord water.

Maar ik krijg geen bewijs dat ik Sita echt heb geadopteerd: er zijn nog honderden andere mensen en misschien zelfs duizenden die 100 dollar hebben overgemaakt voor het bedreigde beestje dat mij niet als haar redder wil erkennen.

Dat is het verschil met als ik bijvoorbeeld afgelopen week het digitale kunstwerk Everydays: The First 5,000 Days van de Amerikaanse kunstenaar Beeple had gekocht voor 70 miljoen dollar, een miljoentje meer dan de echte nieuwe eigenaar. Dan zou ik een non-fungible token (NFT) hebben gekregen, een door blockchain gesteund certificaat waarmee ik aan iedereen kan bewijzen dat ik de wettige eigenaar ben van het kunstwerk dat iedereen via het internet kan ophalen en ook nog eens exact hetzelfde is als het exemplaar dat ik sinds het neertellen van dat toch wel aanzienlijke bedrag bezit. Wilt u het zien?

Het doet me denken aan een anekdote die Philip Hook, expert moderne kunst bij Sotheby’s, vertelt in zijn vermakelijke boek Breakfast at Sotheby’s - An A-Z of the Art World. Hij ging eens op bezoek bij een Japanse kunstverzamelaar aan wie het veilinghuis al menig peperduur schilderij had verkocht. Maar in zijn appartement was geen enkel schilderij te zien. Die had de kunstverzamelaar veilig opgeslagen in een kluis. Aan de muur hingen wel, netjes ingelijst, de eigendomsbewijzen van de gerenommeerde meesterwerken. Daar ging het hem voornamelijk om, én waarschijnlijk de kansen op een waardestijging van de kunstwerken die ook voor hem onzichtbaar waren geworden.

Bezitters van de nieuwe NFT’s zijn natuurlijk veel sympathieker: de door hen aangekochte kunstwerken liggen niet in een kluis, maar zijn voor iedereen toegankelijk. Zelfs in originele staat, zoals de eerste tweet van Twitter-oprichter Jack Dorsey (geen kunst overigens), waarop nu ook miljoenen wordt geboden. Maar net als de Japanse kunstverzamelaar worden de NFT-fanaten ook gedreven door de gedachte dat hun aankoop op den duur in waarde zal stijgen.

Of dat zal gebeuren, is natuurlijk de vraag, zeker bij de NFT’s. Maar als je het concept waardoor Beeple nu een aangenaam leven kan leiden, combineert met de sympathieke adoptiecampagne voor de rode panda’s dan hebben de traditionele musea goud in handen. Wie wil er geen eigenaar worden van De Nachtwacht, om maar eens een kunstwerk te noemen. Misschien is het een verkeerd voorbeeld, want wie weet wat De Nachtwacht waard is?

Maar neem een willekeurige Van Gogh uit het Amsterdamse museum. Het eigendomsbewijs daarvan kun je toch verkopen aan een beetje behoorlijke bieder, op voorwaarde dat: het nooit uit het museum zal verdwijnen, dat de koper het fysieke exemplaar nooit mag verkopen, het ding nooit van zijn leven in zijn huis zal mogen ophangen en dergelijke. Wel mag de gelukkige ‘bezitter’ het beperkte eigendomsbewijs doorverkopen, als hij dat wil.

In het museum komt onder het stuk een bordje met zijn naam als eigenaar. Nog mooier, zou ik zeggen, dan als schenker van het schilderij, wat je ook vaak ziet in musea. Desnoods hangen in het Rijksmuseum honderd of voor mijn part duizend namen van mede-eigenaars van De Nachtwacht naast het origineel en krijgen de kopers een echt, door de directeur ondertekend bewijs dat zij een stukje van het doek bezitten, zonder dat daar verdere rechten uit voortvloeien dan het recht het certificaat door te verkopen.

Zou dat geen mooie inkomstenbron zijn voor de musea en een dikke middelvinger naar de blockchain NFT’s?

Bert Lanting is redacteur van de Volkskrant.

Meer over