ColumnArnon Grunberg

Ik wist niet dat een mens zo veel slijm met zich meedroeg

null Beeld
Arnon Grunberg

Mijn petekind wilde graag Chinees eten, maar aangezien het Chinese restaurant waar ik meestal heenga vol zat, nam ik hem mee naar Congee Village in Chinatown.

We kregen een grote tafel en zoals dat gaat bestelden we te veel.

Net toen ik het tijd vond om weer naar huis te gaan kreeg ik een hikaanval die overging in het ophoesten van slijm. Ik heb dat vaker. Op een ochtend in 2017 heb ik in een Franse trein grote hoeveelheden slijm over de beroemde operazangeres Claron McFadden uitgehoest. We zijn min of meer bevriend, maar het heeft onze relatie veranderd.

In Congee Village kon ik niet tijdig het toilet bereiken. Ik stortte het slijm uit in een theekopje, dat al snel overliep.

‘Ben je allergisch voor rijst?’, vroeg mijn petekind.

Ik gaf hem mijn creditcard en zei tussen twee hoestaanvallen door: ‘Betalen! Laten we hier weggaan en nooit meer terugkomen.’

Op weg naar de uitgang ging het ophoesten van slijm door – ik wist niet dat een mens zo veel slijm met zich meedroeg – zodat ik een spoor achterliet. Ook op straat had ik nog twintig minuten nodig voor de aanval echt voorbij was.

In een deli kocht mijn petekind een rol wc-papier voor me, zodat ik me kon fatsoeneren voor we in de taxi stapten.

Toen we thuiskwamen voelde ik me beter, merkwaardig genoeg had ik zin in een ijsje.

Dat was wat overdreven, dus verdiepte ik me weer in het werk van Judith Herzberg, ik werk aan een stuk over haar.

Ik las haar gedicht ‘Het volle leven’: ‘Zullen we/ zei ze/ samen/ in een groot bed/ in een hotel-/ kamer/ gaan liggen/ met pyjama’s/ aan en/ dan de knecht/ taart/ laten brengen?’

Ik liet het mijn petekind lezen.

‘Zielig voor die meneer’, zei hij.

‘Welke meneer?’

‘De knecht’, antwoordde hij.

Meer over