ColumnLoubna Laabid

Ik vrees dat de avondklok een kat-en-muisspel tussen de jeugd en mijn collega's wordt

null Beeld

Op lokaal en landelijk niveau worden allerlei coronamaatregelen afgekondigd. Op straat is het de agent die moet handhaven. Hoe gaat dat in de praktijk? Deel 4 in een serie.

Sinds de avondklok is aangekondigd, klampen wijkbewoners zich aan me vast. Ze denken dat ik alles weet. Bij iedere nieuwe coronamaatregel stellen ze me vragen, maar de schaal waarop dat deze week gebeurde, is ook voor mij nieuw. Ik zit in vier verschillende appgroepen met 250 tot 350 wijkbewoners, daar deel ik voortdurend mijn informatie. Velen kon ik dus al eerder waarschuwen. De hele dinsdagavond beantwoordde ik berichten van mensen die zich zorgen maken. Wijkbewoners vragen of ze hun hond nog mogen uitlaten en of ze hun avondwandeling kunnen maken, maar ze appen me ook met prangende vragen.

Een jonge moeder bijvoorbeeld, appte me dat haar kind soms vanwege gezondheidsklachten naar het ziekenhuis moet. Zelf rijdt zij geen auto en dus vraagt ze altijd een vriendin hen te brengen. Ze vroeg me of ze straks nog met haar in de auto naar het ziekenhuis mag. Ik antwoordde dat medische noodzaak in principe altijd voorrang heeft, maar toch weet ook ik niet zeker wat straks wel en niet mag.

Soms krijg ik een snauw: ‘Je perkt mijn leven steeds verder in, je gaat er niet over of ik ‘s avonds binnenblijf.’ Dan ga ik het gesprek aan: ‘Ik begrijp uw frustratie, ik heb het ook niet verzonnen. Maar omdat u advies vraagt, zeg ik hoe de regels zijn. Ik kan er een mooi verhaal van maken of er omheen draaien, maar ik kan beter eerlijk zeggen hoe de situatie is.’ Op een enkele keer na komt er dan rust. Toch merk ik dat de impact op mijn wijkbewoners enorm is. Tot nu toe zijn mensen in de wijk gemoedelijk en leven ze de maatregelen na, maar deze inbreuk op hun vrijheid gaat een stap verder. Ik vraag me af of de jeugd zich aan de avondklok gaat houden. Ik vrees dat het een kat-en-muisspel wordt: dat ze toch samenkomen en dat ze de benen nemen zodra ze mij of mijn collega’s zien.

In mijn wijk wonen veel grote gezinnen met beperkte middelen in kleine huizen, velen leven op elkaars lip. Ik ken meerdere gezinnen met vijf kinderen, de jongste van een jaar of 5 en de oudste rond de 18, die allemaal samen in een tweekamerwoning leven. Tientallen thuissituaties in mijn wijk zijn pittig en om sommige maak ik me zorgen. Het zou kunnen dat we meer meldingen van huiselijk geweld en agressie gaan krijgen. Nu laten ouders hun kinderen vaak even naar buiten, zodat ze kunnen afkoelen. Straks zitten ze nog langer bovenop elkaar en kunnen kinderen hun energie niet kwijt. De burenoverlast kan ook toenemen.

Daarom gaf ik bewoners de afgelopen dagen al tips en advies. Om vlak voor acht uur nog even een ommetje te maken, ervoor te zorgen dat kinderen overdag de deur uitgaan, als iedereen thuis is misschien oordoppen in te doen. Ook benadruk ik dat ze me altijd om advies mogen vragen en persoonlijk contact kunnen opnemen als ze iets kwijt willen. Dan kan ik per situatie advies geven. Bij mij gaat het appen daardoor tot een uur of half twaalf ’s avonds door, en de volgende ochtend vanaf zeven uur ‘s ochtends weer.

Eigenlijk moet ik aan mijn rust denken, maar ik vind het lastig niet te reageren. Ik moet eerlijk bekennen: ik maak me echt zorgen.

Loubna Laabid (44) werkt 17 jaar bij de politie en is sinds drie jaar wijkagent in Rotterdam Zuid, Zuidplein.

Meer over