ColumnArnon Grunberg

Ik vond het licht pervers, drie mobieltjes naast elkaar in andermans koelkast

null Beeld
Arnon Grunberg

Een goede vriendin in New York die ik al vanaf 1995 ken maar die tussen 1998 en 2006 spoorloos was verdwenen, althans in mijn leven, had me uitgenodigd voor een high tea. ‘We kunnen naar een demonstratie gaan’, zei ze, ‘maar daar ben ik te oud voor, bovendien kan ik slecht tegen traangas.’

Toen ik arriveerde, zat er een jonge makelaar aan de keukentafel, Dave.

De vriendin was bezig een gebouw te verkopen, ze had het lang geleden gekocht toen New York op de rand van de afgrond stond en haar dochters moedigden haar aan nu te verkopen. Familie en geld, een onuitputtelijk thema. Niet voor niets heeft Balzac zoveel daarover geschreven. Overigens was de jongste dochter van de vriendin ervan overtuigd dat haar moeder meer hield van haar zus. De vriendin zei: ‘Ik heb me jarenlang schuldig gevoeld, ik heb er de energie niet meer voor.’

We gingen naast Dave aan de keukentafel zitten. De politiek kwam ter sprake, heden ten dage is alles politiek.

De vriendin zei: ‘Laten we onze mobieltjes in de koelkast leggen, de regering hoeft niet mee te luisteren.’

Ze legde haar mobieltje in de koelkast, de makelaar legde het zijne ernaast. Dat had ik niet verwacht van die makelaar.

‘Jij bent niet bang voor de regering?’, vroeg de vriendin aan mij.

‘Dat wil ik niet zeggen’, antwoordde ik, ‘maar helpt zo’n koelkast?’

Ik vond het licht pervers, drie mobieltjes naast elkaar in andermans koelkast.

We bespraken niets wat de moeite van het afluisteren waard was.

Toen zei de makelaar: ‘Ik moet gaan, mijn vrouw wacht op mij.’ Hij haalde zijn telefoon uit de koelkast en verdween gehaast.

Buiten waren sirenes te horen.

Kijkend naar de koelkast besefte ik eens te meer dat wij uitsluitend in onze fantasie leven, in de werkelijkheid figureren we hooguit.

Meer over