Columnerdal balci

Ik sloeg het advies om vrede te sluiten met mijn vetkwabben in de wind en ging in verzet

null Beeld

Ik ben ook maar een kind van mijn tijd en woog op een gegeven moment honderd kilo schoon aan de haak. Voordat ik me kon afvragen hoe het ooit zover had kunnen komen, werd ik van alle kanten aangemoedigd om deze nieuwe werkelijkheid te liefkozen. Vanuit de media, vriendenkring en familie werd me op het hart gedrukt om zo snel mogelijk ‘body positive’ te worden. Toen keek ik met weemoed naar oude opnames, constateerde dat voor de jaren tachtig iedereen dun was en werd geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid, dat ook ik was geëindigd als de zoveelste prooi van geldwolven die de wereld in een pandemie van overgewicht hebben gestort.

Dat ik veel at valt niet te ontkennen, maar ik overdreef toch nooit. Dat ik veel bewoog zou toch moeten voorkomen dat ik dik werd? Hoe kon het dan dat die twee nullen in het cijfer honderd op de weegschaal naar mij bleven kijken als de twee vileine ogen van wijlen Dallas-schurk J.R. Ewing? Ik plofte neer op de bank en maakte de balans op. Als iemand die altijd een hekel heeft gehad aan de cultuur van gulzigheid was ik uiteindelijk gezwicht voor de kroket in de automaat, voor de gevulde koek in het benzinestation, voor de frisdrank bij het eten, voor de vette kip van de kolonel uit Kentucky.

De altijd dunne jongen van voorheen woog dus nu honderd kilo en mijn omgeving wilde dat ik me liever vandaag dan morgen neerlegde bij de tijdsgeest waarin niets anders wordt geaccepteerd dan liefde voor het eigen te dikke lijf. Immers, als de heilige woorden ‘wees gelukkig met je wie je bent’ elkaar in de goede volgorde weten te vinden, gaan alle andere woorden (die willen wijzen op de grote risico’s op suikerziekte en hartfalen bij mensen met een overgewicht) op zoek naar een onderduikadres.

Wat ons dus rest is accepteren dat veertig jaar nadat het Amerikaanse obesitasschip is uitgevaren de helft van de wereld tot slachtoffer van de fastfood en de dikheidscultuur is geworden. Het grootkapitaal moet dus ook in de voedselsector winstbedragen blijven uitdelen. Een nieuwe werkelijkheid waarin de nooit te stillen honger regeert: bij de ­multinationals de honger naar geld, bij de massa’s de honger naar de hamburger, cola, snoep en de gefrituurde kip.

Ik sloeg het advies om een keer naar het Amerikaanse programma My Big Fat Fabulous Life te kijken – en zo makkelijker vrede te sluiten met mijn vetkwabben – in de wind en ging in verzet. Ik dacht terug aan de jongen die ik was, aan dat we als familie in het noordoosten van Turkije blij waren met kaas tussen het brood, met fruit in de middaguren, met sliertjessoep met bruine bonen erin. Niet het overtollige vet in mijn lijf sloot ik in de armen, maar dit dieet van weleer.

En toen ging ik fietsen. Het Hollandse landschap, net zo gaaf als de wangen van het meisje met de parel, onthaalde de verloren zoon met liefde. Ik wist niet waar de route me zou brengen en fietste maar in de richting van Oudewater. In een benzinestation kocht ik voor de verandering geen Fanta maar een flesje water. Daarna een hele tijd een rechte weg, ik op een fiets met versleten banden, de daken van riet op raakafstand en de stank van mest die zich mengde met de stank van de gebeurtenissen van vroeger.

Gouda kwam in zicht, de doelloze fietstocht waar ik aan was begonnen, was inmiddels veranderd in een beproeving. Het ademhalen ging mij steeds moeilijker af, niet vanwege de besmettelijke ziekte van de laatste jaren, maar door de handen van de geniepige multinationals en hun aandeelhouders die mij tot een dikke man hadden gevoerd.

Ik was doodmoe maar vertrouwde op de wilskracht die, zolang het doel verheven is, altijd aan de zijde van de mens staat. Het steigerende paard van het protest onder mijn borst duwde me vooruit. Ik bereikte Gouda, rustte uit op de warme trappen bij de kerk, begon aan de weg terug en merkte dat ik op was. Aan Montfoort kwam maar geen einde en net toen het dreigend donker begon te worden en de weg mij dreigde op te slokken, voelde ik de hand van Joop Zoetemelk in mijn hand en trapte door.

Ik bleef fietsen, de volgende dag ook, in de daarop volgende weken ook. Net zolang totdat ik mijn overgewicht in de oorlog tussen mij en de kolonialen van deze tijd een langzame dood zag sterven.

Erdal Balci is schrijver en journalist.

Meer over