Columnmax pam

Ik probeerde mij onze nationale held Pieter Omtzigt te paard voor te stellen, maar dat lukte niet echt

null Beeld -
Beeld -

Omdat ik even genoeg had van de Nederlandse politiek, de Nederlandse televisie en de Nederlandse lucht, deed ik iets wat ik in jaren niet had gedaan. Ik gooide de achterbak vol met kleren, weekendkranten, boeken en toiletspullen. Met ieder jonger iemand zou ik van leeftijd willen ruilen, maar dit is zo’n beetje het enige voordeel van de ouderdom: je kunt alles en iedereen achter je laten als het je uitkomt. In mijn binnenzak droeg ik mijn paspoort en mijn gele vaccinatieboekje, dat ik altijd had bewaard en waarin nog de inentingen stonden tegen tyfus en gele koorts. De stempels van Pfizer waren erbij gekomen.

Door met de auto te gaan, omzeilde ik de ingewikkelde en dure testprocedures die je bij het vliegen moet ondergaan. Inderdaad was er bij de Belgische grens geen controle. Ook van de Franse douane was geen spoor te bekennen en nog voor de avond reed ik Orléans binnen, een stad waar ik lang geleden met mijn ouders moet zijn geweest. De imposante kathedraal lag aan het eind van een lange, verlaten straat. In het centrum vond ik een oud hotel, waar een Australisch echtpaar de enige gasten waren. Door de pandemie was terugvliegen onmogelijk en met een rondreis door Frankrijk hadden zij van de nood een deugd gemaakt. Ik kreeg nog een echte kamersleutel, die tot mijn gêne zo zwaar en groot was dat hij in mijn broek een enorme bobbel veroorzaakte.

Vanwege de lockdown serveerde het hotel geen maaltijd en dus slenterde ik de stad in om iets eetbaars te zoeken. Even later stond ik op het grote plein, het Place du Martroi, en keek ik op naar het ruiterstandbeeld van Jeanne d’Arc. Ik probeerde mij onze nationale held Pieter Omtzigt te paard voor te stellen, maar dat lukte niet echt. Tot mijn verrassing waren de terrasjes open. Er heerste daar een uitgelaten stemming. In eten en flirten zijn Fransen op hun best. Terwijl ik nog aan mijn tartaar zat, stonden alle bezoekers precies om 5 voor 9 op en verdwenen in de zijstraten, alsof vloed binnen een minuut veranderd was in eb.

De volgende ochtend reed ik verder naar het zuiden en aan het eind van de middag arriveerde ik op de boulevard van Biarritz. In de dalende zon lag de stad er schitterend bij. Oorspronkelijk waren de Franse badplaatsen aan de Atlantische Oceaan chiquer dan die aan de Côte d’Azur. Aan de Côte werd je bruiner en dat werd door de Europese bovenlaag als bijzonder ordinair ervaren. Een bruine huid was voor de werklui.

Het woord woke was toen nog onbekend, zeker aan de schrijver Vladimir Nabokov, die als klein jongetje elke zomer met zijn ouders en bedienden per trein van St.-Petersburg naar Biarritz reisde. Ik nam een kamer in het hotel waarvan ik eens had gelezen dat de Nabokovs er hadden gelogeerd, voordat zij hun huurappartement betrokken. Het bestond nog en sinds de bouw in 1905 bleek er niet al te veel aan te zijn versleuteld: een hoog atrium, met rondom op elke verdieping een balustrade, waarachter zich de kamers bevinden. Het uitzicht op zee is majestueus, want de golven die hier het strand oprollen hebben veel meer karakter dan de slome rimpelingen in Saint-Tropez.

In Speak, Memory heeft Nabokov zijn vakanties in Biarritz beschreven. Hij ving er vlinders en ging dagelijks naar het strand, waar hij voor het eerst verliefd werd – op het 9-jarige meisje dat Colette wordt genoemd. Er waren toen in Biarritz nog sterke mannen, die je tegen een kleine vergoeding op de rug namen en zo met je de branding inliepen. Behalve dat de welgestelden een bruine huid wilden vermijden, werden zij ook niet graag nat. Mij hoor je niet zeggen dat ik in de verkeerde eeuw ben geboren – voor je het weet, vind je jezelf terug in de kolenmijnen van Wales – maar de sinoloog Rik Schipper heeft me eens verteld dat je in sommige streken van China nog een draagstoel kunt huren.

De volgende dag nestelde ik mij met krant en boek op het strand van Biarritz, schuin tegenover het aloude casino. In de krant las ik over Sywert, de idealist die steenrijk is geworden dankzij een miljoenendeal. Hij is inmiddels zo beroemd dat alleen Sywert genoeg is, zoals Abe, Madonna of Memphis. Daarna las ik in één ruk de machtige sleutelroman De rat van Amsterdam van Pieter Waterdrinker. Ook die gaat over zelf benoemde idealisten die hun zakken vullen met eindeloze hoeveelheden geld. Sywert met zijn bv’s, Boudewijn Poelmann, Derk Sauer en al die anderen van de Postcodeloterij – in de roman: de Nationale Armenloterij – zijn de grote graaiers van deze tijd. Ik moest naar Biarritz om dat in te zien.

Meer over