Column

Ik kan wappies niet anders zien dan als wanhopigen die ook ergens willen schuilen

null Beeld
Erdal Balci

De vele trauma’s, opgedaan bij de pogingen om de theorieën van Karl Marx in de praktijk te brengen, hebben er zeker aan bijgedragen. Groot was ook het aandeel van de veertig jaar lange neoliberale dominantie waarin het kapitaal vrij, de werkende klasse verweesd en de utopie koesterende intellectueel niet goed wijs was. Het werd een niet uitgesproken taboe om grootse, ambitieuze plannen te bedenken voor een mooiere, idealere wereld.

Maar de mensen kunnen niet zonder die fantasieën. Brandt de schrijver, de intellectueel de vingers er liever niet aan, dan gaat het volk met de eigen utopieën aan de haal, wat steevast eindigt in een wereld van complottheorieën of in de algehele malaise van het cynisme.Het wordt dus tijd dat de pennelikkers zich gaan roeren.

Dom en slecht

In dagblad Trouw las ik vorige week een interview met filosoof Cees Zweistra, die een boek schreef over het fenomeen van de complotdenkers. Hij is er duidelijk over: de complotdenkers zijn niet gek, niet dom, maar gewoon slecht. Zweistra heeft vele uren met die mensen doorgebracht en hij heeft er goed over nagedacht, maar hoe goed ik ook mijn best doe om enkel gedestilleerde kwaadaardigheid te ontdekken bij die mensen, ik kan de wappies niet anders beschouwen dan lui die hulpeloos zijn in een turbulente wereld en uit wanhoop zich hebben vastgeklampt aan utopieën van de pen van een miljoen amateurschrijvers.

Toegegeven, het is moeilijk enig begrip op te brengen voor de extremisten die tegen de coronamaatregelen demonstreren en daarbij Jodensterren dragen en met galgen en doodskisten zeulen. Van een vriend die in een ziekenhuis werkt hoorde ik dat nagenoeg alle coronapatiënten op de ic’s antivaxers zijn. Sommigen schijnen zelfs tijdens de behandeling te schreeuwen dat alles een complot is en dat corona helemaal niet bestaat.

Ja, het klinkt allemaal absurd en gestoord, maar toch lukt het me om deze vorm van de collectieve gekte te begrijpen. Beter gezegd: ik heb te doen met deze mensen die volgens de torenhoge standaarden van de 21ste eeuw niet gek mogen worden in het regime van de eeuwige stress en onzekerheid. Bestaanszekerheid is een fantasie uit vroeger tijden. Ze moeten kalm blijven terwijl op sociale media onafgebroken het hedonistische levensstijl van de allerrijksten door hun strot wordt geduwd. Panieken en ontkennen mag niet, zelfs niet met de apocalyptische klimaatvooruitzichten voor hun kinderen. En, niet te vergeten, in de pandemie moeten ze de rots in de branding zijn en niet afdwalen.

De allerrijksten werken inmiddels aan hun eigen ‘eilandutopie’, zo valt te lezen in de kranten. Als reactie op de risico’s van een ecologische ramp en op de pandemie kopen ze in Nieuw-Zeeland grote stukken grond om zich straks terug te trekken als de apocalyps uitbreekt. Waarom ook niet: ze hebben de miljoenen voor de aankoop, het land ligt ver weg van de rest van de wereld en is niet invasiegevoelig.

Willen schuilen

De mensen zonder de middelen willen ook schuilen. Een deel vindt veiligheid in het complottenhuis waar de meest idiote verhalen de ronde doen en waar die verhalen vroeg of laat bezit nemen van de bange zieltjes. Het overgrote deel gaat dat wappiehuis niet in en doolt alleen maar rond zonder kans op een ticket naar Nieuw-Zeeland, zonder perspectief op de terugkeer van de jaren zestig en zeventig die weliswaar niet perfect waren maar de warme hand van de solidariteit alle verstotenen kracht gaf en zonder de aanwezigheid van schrijvers en intellectuelen met een reddingsboei in de vorm van nieuwe utopieën.

Wat grond op Nieuw-Zeeland is voor de kapitaalkrachtige, dat zou het boek, de roman, de film voor de gewone man moeten zijn. Wie zegt dat de pen niet meer geschikt is om de wereld naar een betere toekomst te schrijven, moet die pen maar niet ter hand nemen.

De utopie is de barricade waar schrijver en volk elkaar vinden. Veel te lang heeft die ontmoeting niet plaatsgevonden en daarom ga ik met een nieuw boek een bescheiden poging doen. Een poging die moet uitmonden in een gloednieuwe revolutie op Europees grondgebied. En aangezien u mijn liefste lezer bent, mag u de openingszin van de roman in de maak alvast lezen: ‘Mammo keek aandachtig naar de rechter en leek het vonnis woord voor woord tot zich te nemen, maar in werkelijkheid luisterde hij naar de regendruppels die op het dak belandden als waren ze de woorden die een onmogelijke roman naar een troostrijk einde moesten zien te leiden.’

Erdal Balci is is journalist en schrijver.

Meer over