ColumnEva en Eddy Posthuma de Boer

Ik heb nog nooit ook maar één boek weggedaan. Ik kan dat niet

null Beeld

De zomervakantie ten einde, corona nog lange niet, het oudste kind dat het nest voorgoed verlaat: tijd om op te ruimen. Alle kasten, van onder tot boven, rigoureus. Multomappen vol administratie vanaf 1996, tassen, jassen, schoenen, cd’s, dvd’s, spelletjes - zonder moeite vul ik zakken en neem ik afstand. Maar dan, de boeken. Ik heb nog nooit ook maar één boek weggedaan. Ik kan dat niet.

We hebben in ons huis verschillende boekenkasten en andersoortige boekbewaarplaatsen, zoals krukjes, vensterbanken, kachels en traptreden. De hoofdboekenkast in de woonkamer beslaat twee muren, van onder tot boven. Daarin staan wat je zou kunnen noemen de A-boeken, keurig op alfabetische volgorde, taal, fictie en non-fictie. Romans waar we van houden, die we met ons meedragen en koesteren, of die we niet zo goed vonden, maar die een oeuvre completeren. Ik noem, van Donna Tartt De verborgen geschiedenis (weergaloos), Het puttertje (verslonden) en De kleine vriend, dat in elk geval niemand die ik ken heeft uitgelezen, maar eeuwig blijft, alleen al omdat Tartt er twaalf jaar over schreef.

Dan de B-boeken, in de kast op de overloop. Veelal cadeau, allemaal ongelezen. Zoals, bijvoorbeeld, Ongelooflijke optische illusies en Astrologie voor alledag, een stuk of zeven Peter van Straatens die we dubbel hebben, sommige zelfs driedubbel, waaronder Hoezo oud? en Zo zijn we niet getrouwd. Biografieën van helden, al dan niet van weleer, geschiedenissen van sportclubs, waaronder een 80 kilo wegend gevaarte over NAC. Verder vele thrillers en detectives, niet onze meest geliefde genres, en eindeloze jaargangen strips, al dan niet in gebonden vorm.

Gerard Reve in 2001. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Gerard Reve in 2001.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Voorts, de her en der hoeken-en-gatenstapels met nog te lezen boeken die waarschijnlijk de moeite waard zijn, maar waar we niet aan toekomen. En natuurlijk de nachtkastjes met boeken die als eerst aan de beurt zijn, maar waar we ook niet aan toekomen. Vergat ik bijna de kinderboeken in de respectievelijke kinderkamers, ook onder te verdelen in A- en B-categorieën, net als de kookboeken in de keuken; en de boeken die mij omsluiten in mijn werkkamer, die ooit, kort geleden of nu, relevant zijn voor mijn eigen schrijven.

Ik begin met het leeghalen van de B-kast op de overloop. Makkie, kinderbijbels geloof ik nu wel (of dus juist niet), en aan één Van Gaal-verhaal hebben we meer dan genoeg, dunkt me. Ik vul twee dozen. Er komt veel stof vrij. Ik nies. Ik heb het warm. Ik heb geen zin meer. Ik bel het oudste kind, of hij boeken wil. Neen. De kringloopwinkel? Marktplaats? Facebook? Wat een gedoe. Ik nies weer, mijn ogen beginnen te jeuken. Ik schuif de dozen naar een hoek in de gang. Ik zet er een plant voor. Opgeruimd staat netjes.

Meer over