COLUMNArnon Grunberg

Ik heb me jarenlang ter adoptie aangeboden, zelfs toen mijn moeder nog leefde

null Beeld

‘Ik heb lang moeten denken wat die tijger op straat deed’, dichtte Daniil Charms (1905-1942) in een kindergedicht, vertaald door Robbert-Jan Henkes. Op de Vijzelgracht in Amsterdam waren geen tijgers te zien, wel acht hongerige mensen in de rij voor patisserie Holtkamp.

We zouden gaan wandelen, maar halverwege had Roos gezegd: ‘Misschien kunnen we Hedy d’Ancona een taartje gaan brengen.’

Hedy ontmoette ik in het voorjaar van 1994 bij een uitzending van Sonja Barend waarin mijn debuutroman werd besproken. Recentelijk vertelde Sonja dat ze me na die uitzending aan haar dochter had willen koppelen, maar aangezien ik haar dochter nooit heb ontmoet heeft ze daar kennelijk geen werk van gemaakt. Misschien maar beter ook.

Wel heeft Hedy me op vrijdag 24 januari van dit jaar geadopteerd. Ik heb me jarenlang ter adoptie aangeboden, zelfs toen mijn moeder nog leefde; zoals andere mensen thee aanbieden, zo bied ik mezelf aan. Op 24 januari hapte Hedy dus toe, waarna ze weinig van me heeft vernomen. Ik was een matige zoon.

Hedy liet ons binnen, Roos siste: ‘Houd afstand, we gaan haar niet ziek maken.’ De taartjes waren nauwelijks op of de dochter van Hedy kwam langs met stofzuigerzakken. Die dochter was voor zover ik weet niet geadopteerd. Door de stofzuigerzakken werd het een blijspel. Bovendien vertelde de dochter dat ze zo ongeveer namens haar zoon die in 5 vwo zit mijn debuutroman aan het herlezen was.

Soms vrees ik dat dat de toekomst is van het lezen: ouders die namens hun kinderen lezen. Beter dan niets.

Daarna dacht ik aan Charms, die op 2 februari 1942 op de psychiatrische afdeling van een gevangenis in Leningrad stierf. ‘Hij had gevraagd om een hoed of een lap stof om zijn gedachten in te verbergen.’

Op de Vijzelgracht waren nog altijd geen tijgers te zien.

Meer over