ColumnLisa Bouyeure

Ik-gecentreerd herdenken

null Beeld

Het is de vraag die al twee decennia op ieders lippen brandt, daar ben ik me heus van bewust. Het antwoord heb ik lang voor mezelf gehouden maar vandaag voelt als een goede dag om alsnog over de brug te komen. Waar was ik, Lisa Bouyeure, toen twee vliegtuigen op 11 september 2001 de Twin Towers in vlogen? Allereerst, leuk dat jullie het vragen. Bedankt voor de massale interesse in mij. Toevallig is het een verhaal dat zich uitstekend laat lenen voor dit onlinehoekje in de krant (kijk, rechtsonder staat mijn foto).

Net als menig 16-jarige (maar we hebben het nu even specifiek over mij) bracht ik die middag door achter de computer, waar ik zat te msn’en met klasgenoten die ik vlak ervoor nog op school had gesproken. Sociale media waren er nog niet, dus wie virtueel de aandacht op zich wilde vestigen zonder direct tegen iemand aan te chatten, moest een cryptische of passief-agressieve boodschap als msn-naam nemen, even offline gaan en dan weer online komen, zodat alle vrienden rechts onderin beeld een venstertje zagen verschijnen met ‘•°¤*(¯`★´¯)*¤° love don’т coѕт a тнιng °¤*(¯´★`¯)*¤°• heeft zich zojuist aangemeld’.

Die middag zag ik voor het eerst hoe mijn internetvrienden hetzelfde principe omarmden om breaking news te verkondigen, toen de een na de ander online kwam met iets over vliegtuigen, neerstorten of het World Trade Center als naam. Ik rende naar beneden om de tv aan te zetten en wachtte ongeduldig tot ik mijn moeder kon storen tijdens haar werk.

Kijk, nu heb ik het toch doen lijken alsof mijn dagbesteding van twintig jaar geleden relevant is voor iedereen die niet Lisa Bouyeure heet, door een particuliere internetgerelateerde anekdote in een stukje over onlinecultuur te fietsen. De kunst van het ik-gecentreerde herdenken heb ik de afgelopen jaren op alle sociale platformen kunnen afkijken. Op Facebook bijvoorbeeld, waar na een grote ramp steevast persoonlijke herinneringen aan de plek des onheils worden opgedist (‘Mijn hond was daar vijf jaar geleden nog om de hoek’). Of op Instagram, waar het tegenwoordig goed gebruik is om een overledene te eren met een foto waar de herdenker zelf ook op staat — Bridget Maasland koos zelfs een knappe mijmerfoto van alleen Bridget Maasland bij een verdrietige post over collega Peter R. de Vries. En op TikTok veroorzaakten tieners met goede bedoelingen vorig jaar nog een relletje door met behulp van schmink en verkleedkleren in de huid van Holocaustslachtoffers te kruipen, opdat men niet zou vergeten en lekker veel hartjes zou uitdelen voor hun weergaloze acteerwerk.

De afgelopen week las ik op sociale media 11 september-ervaringen van over de hele wereld. Erwin lag op het strand aan de Costa Brava, een andere twitteraar was vakken aan het vullen bij de Albert Heijn en weer een ander zat naar Acda en de Munnik te luisteren. TikTokkers meldden dat ze nog niet waren geboren (praktisch een ooggetuigenverslag) of eerder werden opgehaald uit de kleuterklas, en op Instagram kreeg het herdenkgenre een eigen naam: het ik-herinner-me-waar-ik-was-verhaal.

Natuurlijk, eeuwen geleden zullen mensen ook heus andermans dood hebben aangegrepen om de eigen sterfelijkheid te overdenken, maar in onze persoonlijke socialemedia universumpjes heeft die licht egocentrische neiging tot volle wasdom kunnen komen. Al die miljarden minipodia, speciaal ontworpen zodat we onszelf met succesverhalen, foto’s, anekdotes en hersenspinsels in de schijnwerpers kunnen zetten, hebben ons gek genoeg de indruk gegeven dat het een essentiële vraag is: hoe verhoudt een enorme tragedie duizenden kilometers verderop zich eigenlijk tot jóú?

Meer over