COLUMNSylvia Witteman

Ik durf mijn kinderen niet meer om een boodschap te sturen, want ze vergeten glashard mijn pannenzegels

null Beeld

Al die tijd heb ik gedacht dat ik weinig last had van dat coronagedoe. Op restaurant- en theaterbezoek ben ik niet dol, films kijk ik net zo lief thuis, er zijn maar héél weinig mensen bij wie ik vrijwillig dichterbij kom dan anderhalve meter, en reizen heb ik zo veel gedaan dat ik best een tijdje zonder kan.

Het enige wat mij op coronagebied leek te storen zijn de Zoom-meetings van huisgenoot P. Die zit thuis de hele dag tegen zijn scherm te blaffen met die basstem van hem. Tot overmaat van absurditeit barst hij af en toe uit in een kraaivals ‘Lang zal die leven’ tegen een beduusde, jarige kantoorgenoot, ergens héél anders in Nederland. Soms hebben een of meer betrokkenen daar ook nog feesthoedjes bij op. Maar goed, verder valt met die coronamaatregelen prima te leven.

Dacht ik. Tot er iets gebeurde dat mij doet twijfelen aan mijn geestelijke gezondheid: de supermarkt kwam met zegeltjes voor een pannenset. Die pannenset, besloot ik meteen, moest en zou ik hebben.

Dat slaat nergens op. Ik heb van mijn leven nog nooit eerder iets gespaard. Ik héb bovendien al veel te veel pannen. Ook weet ik best dat die supermarkt er alleen maar op uit is om mij tot geldsmijterij aan te zetten. Voor elk tientje dat ik daar uitgeef krijg ik één zegeltje. Voor één pan heb ik zestig zegeltjes nodig. Dat is 600 euro aan boodschappen, dus. En dan moet ik zelf nog 20 euro bijbetalen per pan! Ja, als ik gek ben. Wat dus helaas inderdaad het geval is.

Elke dag, bij het boodschappen doen, bekijk ik kritisch de caissières. Een van die meisjes is heel gul met zegeltjes. Laatst gaf ze mij er tien, terwijl ik maar voor 30 euro boodschappen had gedaan! Er is ook een kreng bij dat precies natelt op hoeveel zegels ik recht heb. Haar mijd ik, uiteraard. Ik durf mijn kinderen niet meer om een boodschap te sturen, want ze vergeten glashard mijn zegels. Ik koop tien flessen wasmiddel tegelijk, om een beetje op te schieten.

Gisteren deed ik een verontrustende ontdekking. Sommige klanten weigeren die zegeltjes! ‘Nee hoor, dank je’, zeggen ze dan minzaam. Terwijl ze net voor 80 euro zaterdagboodschappen hebben gedaan! ‘Geef ze dan aan mijijijij!’, wil ik schreeuwen. Maar mijn waardigheid houdt me tegen. Nog wel. Waarschijnlijk sta ik binnenkort bij de ingang van die supermarkt mijn hand op te houden, schaamteloos, als een jongetje dat voetbalplaatjes spaart.

En dat komt allemaal door die ellendige corona. Of het is de aansluipende oude dag. Dat kan ook.

In beide gevallen hoop ik op de spoedige vondst van een vaccin.

Meer over