ColumnPeter Middendorp

Ik ben gaan mediteren, ik zeg het maar zoals het is. Voor de rest is het nog even wennen

Er is een eeuwig ongemak in mij, dat zeurt en klaagt en soms voor een paar dagen of weken ineens hoog kan opflakkeren. Ik ken de oorzaak niet, er is geen reden voor, ik heb werk en een gezin en ons huis staat niet in Jemen. De vraag die mij als een steentje in mijn schoen op mijn levenspad begeleidt, luidt dan ook: hoe kom ik ervanaf?

Ik heb alles al geprobeerd wat er te proberen valt. Rust, reinheid, regelmaat. Sport, voeding, slaaphygiëne. Drank, drugs, pillen. Niets helpt, er gebeurt niets, het enige effect dat optreedt is averechts: hoeveel wietolie je ook onder je tong druppelt, het ongemak groeit en groeit, net zo lang tot je in paniek het halve flesje achterover slaat en even later, krijtwit en duizelig, je koude zweet ligt uit te gutsen op de badkamervloer.

Vaak denk ik aan de man die verslaafd was aan chocoladekoeken. Elke dag, klokslag vier uur, liep hij naar de kantine om er een te gaan eten. Hij haatte zijn verslaving, hij wilde ervanaf, sprak zichzelf toe, ging op zijn handen zitten, maar terwijl hij zichzelf hardop verbood een koek te gaan halen, liep hij toch naar de kantine.

De man werd dikker en ongelukkiger, bijna wanhopig. Therapie kon niets voor hem doen, want hij had geen problemen. Tot hij op een dag een onderzoek las over verslaafd gemaakte muizen, die alleen in gezelschap konden herstellen, en hij besefte dat hij niet met heel zijn lijf en wezen aan die koeken was verklonken, maar aan het dagelijkse loopje door de gangen en vooral aan de gesprekken met het kantinepersoneel.

Kortgeleden las ik een artikel over mensen die te veel ademhalen, drie keer meer dan nodig soms. Het lichaam kan daar niet goed tegen. Te veel zuurstof maakt zelfs benauwd, dat is het gemene, het vicieuze: een overdosis zuurstof voelt als zuurstofgebrek, waardoor de arme ongemaksdrager denkt dat hij geen lucht meer krijgt en naar adem zal blijven happen tot het licht uitgaat.

Was ik er ook zo een? Ja? Was het lek boven, was dit mijn chocoladekoek? Het zou wel eindelijk eens verklaren waarom ik zowel van roken, wielrennen als hardlopen hou.

Ik ben gaan mediteren, ik zeg het maar zoals het is. Ademhalingsoefeningen in meditatiehouding. Vier tellen inademen, acht tellen uit, wat best even wennen is. De leden van het gezin moeten ook nog even wennen. Ze zetten muziek aan, wasmachines, stofzuigers, nodigen kinderen uit. Ze roepen door het huis waar ik ben, komen mijn kamer binnen en prikken in mijn schouder: ‘Wat doe je? Wat ben je aan het doen?’

Dan moet ik nog weleens schreeuwen, van ‘wat denk je zelf, hoe ziet het eruit wat ik doe? Nou, raad eens, doe es een poging, ja, nu wil ik ook dat je raadt!’ Maar dat wordt vanzelf beter, zeggen kenners, en wie schreeuwt krijgt gelukkig geen lucht.

Meer over