Dagboek van een agentLoubna Laabid

Ik ben constant met de besmettingen bezig, maar ik zeg het niet tegen mijn dochters – ik wil ze niet ongerust maken

null Beeld

Op lokaal en landelijk niveau worden allerlei coronamaatregelen afgekondigd. Op straat is het de agent die moet handhaven. Hoe gaat dat in de praktijk? Deel 7 in een serie.

Iedere nacht na de rellen tegen de avondklok, eind januari, stond mijn politiebureau bomvol. Agenten stonden allemaal hutjemutje op elkaar, met geen mogelijkheid waren de coronamaatregelen na te leven – terwijl ieder zich daar normaal gesproken goed aan houdt.

Het besmettingsgevaar was groot, ook omdat we die nachten tientallen arrestaties hadden verricht waarbij we niet de gewenste afstand hadden kunnen bewaren.

Pas een week na de rellen kregen we een beeld van de besmettingen. Iedereen die met een besmette collega in contact is geweest, moet in quarantaine. Vooral veel ME’ers zijn ziek geworden, maar ook vijf collega’s van mijn bureau zijn nu in quarantaine en laten zich testen. Als zij positief zijn, moeten anderen ook weer in isolatie. Zo gaat het als een lopend vuurtje.

Roostertechnisch merk ik dat: we moeten steeds meer werk verrichten met steeds minder personeel. Eerst dacht ik: na 9 februari komt het goed, maar nu hebben we tot 2 maart een avondklok. De druk staat er bij ons vol op.

Telkens vraag ik me af in welke mate mijn collega’s en ik last zullen krijgen van een besmetting met corona. De een wordt echt ziek, de ander voelt niets. Voortdurend schiet door mijn hoofd: wanneer heb ik die en die collega gezien? Hoe dichtbij was ik? Hoe lang heb ik in zijn of haar nabijheid verkeerd? Ik was geheid in de buurt van een besmet persoon, want we stonden in de nachten rond de rellen allemaal bovenop elkaars lip.

Voor het in toom houden van de rellen werden in allerijl onbekende collega’s opgetrommeld. Van hen heb ik geen idee of ze besmet zijn. Hoewel ik geen klachten had, liet ik me woensdag voor alle zekerheid testen. Ik testte negatief, een collega moest wel in quarantaine. We hebben als politie geen testlocatie op het bureau, maar er zijn sneltestlocaties in de stad waar wij ons net als ieder

ander melden. Inmiddels gaan er binnen de politie stemmen op om ons eerder te laten vaccineren: we staan letterlijk in de frontlinie, lopen een verhoogd risico op besmetting en kunnen er niets aan doen dat we worden bloot-­gesteld aan het virus.

Ik ben deze weken heel alert op de symptomen, ook bij mijn drie dochters. Hebben ze hoofdpijn, een loopneus, diarree? Ik ben er constant mee bezig, maar ik zeg het niet tegen ze, ik wil ze niet ongerust maken. De eerste dagen na de nachtelijke arrestaties hield ik nog afstand tot mijn kinderen, maar na een paar dagen hield ik het niet vol: mijn dochters zijn 9, 11 en 18, die hebben hun moeder nodig.

Loubna Laabid (44) werkt 17 jaar bij de politie en is sinds drie jaar wijkagent in Rotterdam-Zuid, omgeving Zuidplein.

Meer over