ColumnAleid Truijens

Ik ben bang dat de nieuwe vmbo-leerweg de zoveelste goede bedoeling is die verkeerd uitpakt

null Beeld

In 2024 wordt de mavo definitief ten grave gedragen. Op het graf mogen bloemen komen, en een grafsteen: hier rust de school voor het ‘gemiddelde’ Nederlandse kind. In de grafrede kan gezegd worden dat de mavo in haar bloeitijd, tussen 1968 en 1999, veel kinderen uit wat ‘kansarme’ milieus heette, gelegenheid bood om sociaal te stijgen. Na de mavo kon je mbo doen, of havo, en daarna doorleren.

Na 1999 heette de mavo officieel vmbo-theoretische leerweg. Dit ter onderscheiding van de praktische en gemengde leerwegen. Het samenvoegen van mavo en beroepsonderwijs was bedoeld om het beroepsonderwijs een beter imago te geven. Maar wat gebeurde? De status van de mavo kelderde dramatisch. Vmbo-tl werd definitief een school voor kinderen die niet naar havo-vwo-scholen konden, in de praktijk vooral kinderen van lager opgeleiden. Die wrede tweedeling bestaat nog steeds. Gemiddelde kinderen bestaan niet meer. Er is een bovenste en een onderste helft. En een kloof.

Vmbo-scholen staan doorgaans niet in de betere buurten. Op de vmbo’s weten leerlingen haarfijn wie slimmer of dommer is, dat de theoretische leerweg hoger is dan de praktische. Niet fijn voor het zelfbeeld van veel kinderen. De overstap van vmbo naar havo werd moeilijker gemaakt. De naam mavo wordt nog gebruikt, vooral op scholen die ook havo-vwo aanbieden. Op die mavo-afdelingen kwam een run van ouders voor wie de vmbo-scholen met hun ‘diverse’ populatie een schrikbeeld waren.

Nu verdwijnt de theoretische ‘mavo’. Vanaf 2024 worden de theoretische en gemengde leerwegen samengevoegd tot ‘nieuwe leerweg’. Alle leerlingen maken kennis met praktijkvakken, en in het derde jaar kiezen ze een richting, zoals Zorg en Welzijn, ICT of Economie. Ook op scholen die nog ‘mavo’ heten wordt het praktijkvak verplicht.

Welk probleem gaat de nieuwe vmbo-leerweg oplossen? Niet de twee grootste in ons onderwijs: dat kinderen steeds minder leren en dat de kansenongelijkheid groot is. Het eerste geloven veel ouders en leerkrachten simpelweg niet. Het tweede begint, na jaren, eindelijk in de publieke aandacht te komen – zie de documentaireserie Klassen van Esther Gould en Sarah Sylbing (kijken!).

De ontluisterende cijfers van PISA liegen niet. In dit onderzoek naar leerprestaties van 15-jarigen in 77 landen daalt Nederland sinds 2003 gestaag, bij álle vakken, niet alleen lezen.

Onlangs verscheen een Nederlands rapport op basis van PISA-data, over kansen van leerlingen. Die kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleiden groeit sinds 2003. Dat komt niet alleen door verschillen in intelligentie: ook bij leerlingen met gelijke toetsresultaten is de kans dat een kind van laagopgeleide ouders een havo- of vwo-diploma haalt kleiner.

Gelijke kansen bij gelijke prestaties, compensatie bieden voor sociale achtergrond, dat is precies wat onderwijs wél kan waarborgen. Het gebeurt niet.

De oplossingen die de onderzoekers suggereren zijn sympathiek: gratis bibliotheek-, theater- en museumbezoek en huiswerklassen. Maar die zullen niks veranderen aan de tweedeling die diep zit ingebakken in maatschappij, net zo min als de nieuwe vmbo-leerweg. Lager opgeleiden verdienen nog altijd minder, zijn ongezonder en gaan eerder dood dan hoogopgeleiden. Begrijpelijk dat ouders hun kind ‘hogerop’ willen sturen. Alleen latere selectie, waarbij kinderen, los van vooroordelen en verwachtingen, ontdekken waar ze goed in zijn, kan de kloof verkleinen.

Praktijkvakken: mooi idee, maar doe dat dan óók op havo-vwo-scholen. En laat dat, op alle schooltypen, niet ten koste gaan van de kennisvakken. Ik ben bang dat de nieuwe vmbo-leerweg de zoveelste goede bedoeling is die verkeerd uitpakt, en de kloof alleen maar zal verbreden.

Lees ook

Goed onderwijs zet juist niet het kind centraal, maar de leraar
Wat gebeurt er als je leraren de tijd geeft om simpelweg les te geven, overleggen nagenoeg afschaft en de regels voor iedereen helder maakt? Martin Bootsma en Eva Naaijkens draaien met deze simpele beginselen een basisschool waar ziekteverzuim terugloopt en leerlingen met sprongen vooruitgaan.

Kansenongelijkheid in het onderwijs: ‘Ouders met geld, dat is toch telkens weer de bottomline’
Documentairemakers Ester Gould en Sarah Sylbing lieten in 2016 met Schuldig de werkelijkheid zien van mensen in geldnood. Ze zijn terug op tv met Klassen, een reeks over kansenongelijkheid in het onderwijs. ‘Mensen denken: als je slim bent, dan red je het toch?’

Meer over