IJs brengt de herinnering tot leven aan een Nederland dat in loop der jaren is weggesmolten

null Beeld
Beeld

Woensdag opende de Volkskrant met een diepgevoelde collectieve nationale wensdroom: 'Eindelijk het ijs op'. We warmen op en natuurijs is een schaars goed geworden, maar áls het ijs dik genoeg dreigt te worden om op te kunnen schaatsen, maakt schaatskoorts zich van ons meester. Ik ken genoeg mensen die alles achter zich laten (gezin, bedrijf, wintersportvakantie, carrièrekansen, angst voor de verdrinkingsdood) zodra ergens een stuk natuurijs is gespot. Ze raken bevangen door een razende obsessie: schaatsen.

Er zijn hier talloze kunstijsbanen waar je, hoogzomer uitgezonderd, kunt schaatsen wanneer je wilt. Mijn broer reist elk jaar naar Zweden om in de buurt van Stockholm de schaatsen onder te kunnen binden. Maar dat is niet meer dan therapie, een noodverband om de depressie om het verdwenen natuurijs de baas te kunnen blijven.

Woensdagavond kwam de officiële bevestiging dat het zover is: de eerste marathon op natuurijs. Die vond plaats in Haaksbergen, bij ijsclub IJsch, na een hevige concurrentiestrijd met Arnhem, Noordlaren en Veenoord. Daar had het ijs de benodigde dikte van 3 centimeter nog niet bereikt, tot grote spijt van de ijsmeesters die nachtenlang aan het sproeien waren geweest om primeurijs te maken.

Of we echt kunnen spreken van natuurijs is de vraag. Zelf vind ik dat echt natuurijs aan twee voorwaarden moet voldoen: 1. Je moet er doorheen kunnen zakken, waarna je zelf uit het wak klautert of door een held wordt gered; 2. Er moeten lange scheuren in zitten waar je met je schaatsen in kunt rijden waarna je hard op het natuurijs smakt. Van beide criteria is op de genoemde ijsbanen geen sprake. Er zit geen water onder het ijs en het is te dun voor een mooie scheur. Maar we doen het ermee, zo vaak vertoont de Siberische Beer zich niet meer in deze contreien.

In Amsterdam trad gisteren Fase 1 van de Derde IJsnota in werking: een vaarverbod in een aantal grachten. Er hoort een Communicatieplan bij met de 'Communicatiestromen tijdens de Vorst'. Tevens trad de APV 1994 in werking, die 'het beschadigen, verontreinigen, versperren of het voor schaatsen minder bruikbaar maken van een voor het publiek toegankelijke ijsvlakte' strafbaar stelt. We gaan niet meer over één nacht ijs, als het er eindelijk is.

Simon Schouten (rechts) wint tijdens de eerste marathon op natuurijs. Beeld anp
Simon Schouten (rechts) wint tijdens de eerste marathon op natuurijs.Beeld anp

De taal past zich aan, woorden die lang naast de schaatsen op zolder hebben gelegen komen tevoorschijn. Het is opeens weer 'bitter koud' en 'kruiend ijs' en 'windwakken' maken de situatie er niet veiliger op. Ik kwam ergens 'koek-en-zopie' tegen, nu alleen nog het magnifieke 'kistwerken'. Stokoude schaatsers herinneren ons nog eens aan de huiveringwekkend strenge 'winter van '63'.

Het is te laat voor een Elfstedentocht, maar we grijpen elk graadje vorst en elk begin van ijsvorming aan om iets van het bijbehorende gevoel tot leven te wekken. Dat gevoel, zeggen schaatssociologen, gaat eeuwen ver terug. Het ijs was in het noordelijk deel van Nederland wat het carnaval was in het zuiden: de standsverschillen vielen weg en er golden op het bevroren water andere, lossere omgangsvormen en zeden. Er zijn schitterende erotische gedichten en liedjes geschreven over heftige, verboden romances in de rietkragen langs het ijs.

IJs brengt de herinnering tot leven aan een Nederland dat in de loop der jaren is weggesmolten. Het is de koude weemoed die ons in staat van warme opwinding brengt. Dat gaat niet met kunstijs, daarvoor heb je natuurijs nodig, het glasheldere priklicht van het noorden en de snijdende oostenwind die alle kleine sores wegblaast.

Meer over