ColumnSheila Sitalsing

Iemand sprak over ‘Lowlands’ en diep in mijn oerbrein ontwaakte iets

null Beeld

Op de radio viel het woord ‘festival’. Het duurde een paar minuten – iemand had ondertussen vier keer luid ‘festival’ gezegd – voordat het besef was ingedaald: dit ging niet over het festival als fenomeen van heel vroeger, toen we nog gevaarlijk leefden. Dit ging zelfs niet over de fieltleps van Hugo de Jonge en over wat die in godsnaam hebben gekost en wie daar allemaal rijk van zijn geworden terwijl wij thuis argeloos de wenken van de autoriteiten voor een gezond en deugdzaam leven tot ons zaten te nemen (‘Zit u de hele dag? Ga elk half uur even staan. En als u met iemand belt, doe dit dan lopend of staand’ – ja, ook hiervoor heeft zonder twijfel een firma in Health Consultancy & Strategic Community Communication een factuur mogen sturen, zeiden we thuis tegen elkaar, want we zijn wijs geworden en van elke illusie beroofd).

Dit ging over echte festivals, die eraan komen, binnenkort. Iemand sprak van ‘Lowlands’.

Diep in mijn oerbrein ontwaakte iets.

Er waren persconferenties geweest, er waren meldingen gedaan in de krant, maar we waren naast wijs geworden en van alle illusies beroofd ook murw gebeukt, dus we hadden de berichten honend terzijde geschoven. Er waren mails binnengekomen, gedachteloos had ik op delete gedrukt.

Haal terug uit de prullenbak, droeg oerbrein op. Er stonden dingen in als ‘we gaan weer open’, oerbrein en ik konden ‘nú!’ reserveren voor tentoonstelling zus en voorstelling zo. Kaartjes kopen. Voor Slavernij of voor iets met het Metropole Orkest of voor een wereld vol wonderen in de Efteling, het kon ook én én, we hoefden het alleen maar te willen.

In de krochten van de mailbox vonden we nog meer berichten. Over vergeten kaartjes voor afgelaste evenementen en nooit opgevoerde voorstellingen die 'nú’ weer geldig zijn, het gaat eindelijk gebeuren, wees welkom, nu beslissen. Oerbrein juichte.

Een dierbare die het leven ingewikkeld vindt en die op zijn allergelukkigst is in de bioscoop belde om te melden waar we allemaal heen kunnen. Hij galoppeerde opgewonden door de lijst. Judas and the Black Messiah! Misschien later een nieuwe Marvel, en plannen we Bond alvast in, o je houdt niet van Bond, en o dat vind je niet erg zolang we maar een zaal in kunnen met popcorn?

Oerbrein was inmiddels aan het stuiteren, want er is ook nog dat restaurant achter het Noordeinde dat al reserveringen aanneemt en de Mug gaat weer optreden met dat stuk dat je echt moet zien (in Appingedam, is dat te doen?) en rijden naar Frankrijk (die ene bistro blijft maar mailtjes sturen) klonk helemaal niet zo idioot als het eergisteren nog had geklonken en afgelopen weekend had oerbrein gedroomd van een feest, met een kaseko-band en dansen tussen heel veel zwetende mensen. Dat feest had heel echt gevoeld, heel vanzelfsprekend, doodnormaal en heel nabij.

Oerbrein begon lijsten aan te leggen. Ze werden langer en langer, de agenda moest erbij worden gehaald, het was proppen, want oerbrein wilde veel en begon zelfs voorzichtig te hopen dat een dag Lowlands zou lukken.

Oerbrein kreeg het er warm van, want er zou ook geschikte kleding moeten worden geregeld, en schoeisel, en er zal straks gekletst moeten worden over zomaar dingen met zomaar mensen zonder dat er een zoomcamera tussen zit, en straks moet je plassen op een wc waar 80 mensen vóór je op hebben geplast. Misschien, dacht oerbrein, kan ik dit allemaal niet meer.

Lowlands bleek uitverkocht, al maanden. Uiteraard. Oerbrein vond het niet erg.