ColumnErdal Balci

Iedere Nederlandse medaille in Tokio is besmeurd met de kleur van oneerlijkheid

null Beeld

De Olympische Spelen in Tokio laten zien dat onverschilligheid in Nederland regeert. Ook staan de Spelen voor de dood van het idealisme dat in de straten van Nederland als een lijk in de openlucht ligt te stinken. Bovendien voelen we dankzij de Spelen de hitte van de veenbrand van de chronische desinteresse aan onze voeten.

Deze conclusies trek ik na de overwinning van de Turkse volleybalsters op de laatste Olympisch kampioen China. Afgelopen zondag, in een hotellobby in Turkije, heb ik samen met andere gasten gezien hoe de Turkse vrouwen de gedoodverfde favorieten uit China in drie sets verpletterden. We juichten voor de meest frivole meisjes van het toernooi die telkens zo vastberaden de lucht ingingen en de ballen zo hard naar de speelhelft van de Chinese dames mepten dat eenieder die hun ooit het talent en het levensgeluk hadden willen ontnemen het vast in de broek deed.

Om maar tot de kern komen in deze column: ook in de jongste Olympische Spelen is het aandeel van de door Nederland tot topsporters opgeleide vrouwen met een islamitische achtergrond na meer dan vijftig jaar dat die vrouwen hier als oma, moeder en dochter leven nul. Sifan Hassan tel ik niet mee omdat ze al een halve atleet was toen ze op 15-jarige leeftijd vanuit Ethiopië naar Nederland kwam. Met andere woorden: het rijke, ontwikkelde Nederland kan niet in de buurt komen van ontwikkelingslanden als Turkije, Marokko, Tunesië en Egypte als het gaat om het bieden van kansen aan meisjes met door cultuur en religie veroorzaakte achterstanden.

Twee jaar geleden zat ik ook zwaar teleurgesteld voor de buis. Ook toen had geen enkel moslimmeisje het tot topvoetbalster kunnen schoppen in het Nederlandse walhalla der kansen. Tijdens dat WK voor vrouwenvoetbal vroeg ik me vooral af of er een getalenteerd, islamitisch, Nederlands meisje was dat naar haar leeftijdgenoten keek en stiekem dacht: ‘Als ik een kans had gekregen, was ik beter geweest dan jullie allemaal.’

Nu moet u weten dat achterstelling van vrouwen mij wegens een pijnlijke familiegeschiedenis persoonlijk raakt. Van de rest van Nederland verwacht ik weliswaar geen tranen om verkwist vrouwentalent, maar iedere persoon met gevoel voor rechtvaardigheid zou kunnen nadenken over de uitsluiting van moslima’s in de topsport. Want wil je weten hoe het is gesteld met de emancipatie van vrouwen, dan moet je naar de topsport kijken. Van bovenaf opgelegde quota’s gelden hier niet. Daar gaat het om de begeleiding van talent, om de vrije omgeving waarin de meisjes kunnen floreren en om een samenleving die verkwisting van het talent niet accepteert.

De grote afwezigheid van de Nederlandse meiden met een migratieachtergrond in Tokio is het resultaat van veertig jaar gemakzucht en nonchalance. Het is het antwoord op de vraag wat er met vrouwen uit het Midden-Oosten gebeurt als grootschalige migratie niet gepaard gaat met het verspreiden van de Verlichtingsidealen. Geen ander antigif dan dat idealisme tegen het pragmatische, door neoliberaal gedachtegoed gekaapte Nederland waar vrouwen met een migratieachtergrond, als het gaat om het ontwikkelen van hun talenten, jaloers mogen zijn op hun nichtjes in arme landen van afkomst.

Zo komen de volleybalsters, de vrouwelijke atleten, boksers, taekwondo-vechters en alle andere vrouwen in het Turkse team in Tokio niet uit de lucht vallen. Daar zetten seculiere vrouwenbewegingen alles op alles om meiden met talent te vinden en ondanks alle tegenwerking van de traditionele en religieuze omgeving voor de topsport te winnen.

Onlangs was het land in rep en roer toen de 13-jarige Merve Akpinar uit Urfa na een gewonnen handbalwedstrijd aan een journalist zei meer dan alles een handbalster te willen worden, maar dat ze door conservatieve kringen gedwongen werd om te stoppen. Een enorme sociale-mediacampagne ging van start, de pers sprong er op, de gouverneur ging zich er mee bemoeien, de familie kon geen nee meer zeggen. Zo kreeg Merve uiteindelijk niet alleen toestemming om te handballen, maar ook een sportbeurs.

Waarom gaat het met de Merves in Nederland mis? Omdat de stille revolutie der politiek-correcte intelligentsia in West-Europa zelfs het gesprek over deze zaken onmogelijk heeft gemaakt. Het cultuurrelativisme verschuilt zich achter de postmoderne leugen van de zogenaamde schoonheid van de talloze identiteiten en eist een taboe op debat over die identiteiten. Het kan zijn, weet alleen dat iedere medaille die in Tokio wordt gewonnen, is besmeurd met de kleur van kansenongelijkheid in deze meest ontwikkelde regio van de wereld.

Erdal Balci is journalist en schrijver.

Meer over