ColumnMerel van Vroonhoven

Iedere dag drie positieve dingen

null Beeld

‘Wat waren de positieve dingen van vandaag’, vroeg mijn grootvader zijn dochters altijd voor het slapengaan. Ze mochten hun ogen niet sluiten voordat ze er drie hadden genoemd. ‘Zo blijf je het mooie van het leven zien’, zei hij, ‘ook als het een dag minder zonnig is.’

Al jaren schrijf ik in mijn dagboek de drie hoogtepunten van de dag op. Mijn moeder adopteerde het slaapritueel van haar vader en stelde dezelfde vraag weer aan mij en mijn broers. En ook mijn kinderen vroeg ik steevast voor ze uitgeput in slaap vielen eerst drie dingen te noemen die hen die dag hadden verblijd.

‘In elke dag – hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn – zit wel een mooie ervaring verborgen’, was de boodschap van mijn grootvader. Mijn moeder en haar zussen groeiden op tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vraag van mijn grootvader hielp hen om kind te kunnen blijven in een tijd van vrijheidsinperking, armoede en geweld. Afgelopen jaar met een oorlog vergelijken, gaat natuurlijk te ver, maar 2020 was ontegenzeggelijk een zwaar jaar. Vanzelfsprekendheden in ons dagelijkse leven verdwenen of kwamen onder druk te staan. Corona wekte ons bruut uit de droom van een maakbare wereld en eindeloze welvaartsgroei. Ook confronteerde het virus ons met de illusie van gelijke kansen, waarmee we onszelf jarenlang in slaap hadden gesust. In het onderwijs werd pijnlijk duidelijk dat de ongelijkheid in ons land de afgelopen jaren zelfs is gegroeid. Maar bovenal liet corona ons zien dat niets zo kwetsbaar is als de mens. En de kwetsbare mens nog het meest.

Toen vorige week het bericht kwam dat alle scholen weer dicht moeten, dacht ik: wat doen we onze kinderen toch aan? Hoe moet het met Ayub, die nog kampt met een taalachterstand uit de vorige lockdownperiode? Of Kees, wiens moeder hem en zijn broertje tijdens de eerste coronagolf zo verwaarloosde dat beiden onder toezicht kwamen van de Kinderbescherming? Hoe zullen zij de nieuwe lockdown doorkomen? En hoe moet het verder met mijn mentorleerling Kwame, die weer een paar weken niet naar de werkplaats van zijn vmbo-school kan? Samen met zijn vier zusjes en alleenstaande moeder, opgepropt in hun driekamerflatje. Een gevoel van machteloosheid en verdriet bekroop me.

Vandaag breng ik Kwame mijn wekelijks thuisbezoek. Hij wacht mij op in de deuropening van hun galerijflat. ‘U bent vast trots op mij’, zegt hij opgewekt. Achter hem staat zijn moeder te stralen: ‘Hij heeft heel goede cijfers op zijn rapport!’ Kwame knikt en zegt, voor het eerst zonder stotteren: ‘Voor alles ruim voldoende, zelfs voor gedrag’. Ik steek mijn duim op. Wat fijn dat ie, sinds hij op een school zit waar hij zijn gouden handen kan gebruiken, zo is opgebloeid. ‘En jij, Abena, hoe is het met jouw studie’, vraag ik aan zijn oudste zus. Ze lacht: ‘Alles gehaald hoor, mevrouw!’ Na het vmbo en de havo studeert ze nu aan de Hogeschool. ‘Als ik zo doorga, kan ik volgend jaar naar de universiteit’.

Zes uur later, vlak voor ik ga slapen, open ik mijn dagboek. Mijn oog valt op de boekenlegger, een prachtig, metalen kerstboompje dat Kwame op school maakte. Moeiteloos schrijf ik drie hoogtepunten op. Met een diep besef van dankbaarheid en vol bewondering voor kinderen zoals Kwame en zijn zussen, die met hun ongekende veerkracht laten zien dat mijn grootvader gelijk had. In elke dag zit – hoe moeilijk de omstandigheden ook – ergens een mooie ervaring verborgen.

Dit is de 33ste aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Merel van Vroonhoven deed als zij-instromer ook onderzoek naar het lerarentekort: ‘De aanpak is te beperkt en te versnipperd’

Ook bedacht ze een programma waarin schoolleiders en topvrouwen uit het bedrijfsleven kijken wat ze van elkaar kunnen leren.

Meer over