Idealisme siert ons binnen het Koninkrijk

Het is voor alle betrokkenen beter als we van het huidige Koninkrijk geen Gemenebest maken.

Ronald Plasterk en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Koning Willem-Alexander en koningin Maxima tijdens hun bezoek aan Philipsburg, Sint Maarten. Beeld anp
Koning Willem-Alexander en koningin Maxima tijdens hun bezoek aan Philipsburg, Sint Maarten.Beeld anp

De televisieserie Game of Thrones verbleekt bij de werkelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden. In die serie scheidt The Wall, een vrijwel onneembare muur van ijs, the North van de rest van de landen. Het Koninkrijk heeft De Oceaan, die het Caribisch deel scheidt van Europa. Ook de spanningsboog, de plotwendingen, niet te vergeten het spectaculaire acteerwerk en de ontknopingen zijn beter in The Kingdom.

Het is precies zestig jaar geleden dat de grondwet van het Koninkrijk, het Statuut, in de Ridderzaal door koningin Juliana werd getekend. Sindsdien is Suriname uitgetreden en op 10 oktober 2010 is het land Nederlandse Antillen opgeheven en zijn de vier landen ontstaan in hun huidige vorm: Curaçao, Aruba, St. Maarten en Nederland. Alle landen bestaan in de Cariben; Nederland met de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Statia. Het Koninkrijk grenst direct aan Frankrijk bij de grens tussen het land St. Maarten en de Franse prefectuur St. Martin (waar je met euro's kan betalen). Op een heldere dag kun je vanaf Aruba het grootste buurland van ons Koninkrijk zien liggen: Venezuela.

Het Statuut zegt in artikel 36 dat de landen elkaar hulp en bijstand verlenen, en artikel 43 bevat de waarborgfunctie: het Koninkrijk waarborgt rechtszekerheid, mensenrechten en de deugdelijkheid van bestuur. Nu bestaat er in het Koninkrijk om twee redenen een grote asymmetrie. Ten eerste is Nederland in aantal burgers en bnp meer dan vijftig keer groter dan de anderen bij elkaar. Dus waar staat 'het Koninkrijk' is het voor een belangrijk deel Nederland dat bijstand verleent, en waarborgt.

De tweede asymmetrie komt uit het volkerenrecht. Een voormalige kolonie heeft altijd zelfbeschikkingsrecht, dus mag (als de bevolking dat wil) altijd uit het verband treden, maar de voormalige kolonisator mag niet eenzijdig de boel de boel laten. Deze asymmetrie in het volkenrecht vloeit logisch voort uit de asymmetrie van het kolonialisme van weleer.

Met het wegvallen van de tussenlaag van het land Nederlandse Antillen is de verbinding tussen de eilanden en Den Haag toegenomen. De waarborgfunctie is in de afgelopen jaren een aantal malen aangeroepen; dat leidt tot een zogenaamde 'aanwijzing' van de Rijksministerraad. Er is vier jaar geleden geïntervenieerd toen de financiën van Curaçao dreigden te ontsporen. Sinds de start van het kabinet-Rutte II is op twee punten ingegrepen. Toen het zich liet aanzien dat ondanks herhaald manen de begroting van Aruba een te zonnig beeld gaf is een onafhankelijk onderzoek van de financiën gelast en toen er aanhoudende aanwijzingen waren van ernstige integriteitsschendingen op St. Maarten is een onafhankelijk onderzoek gedaan, waarbij ook werd gekeken naar de regering van het land. In alle drie de gevallen was er, begrijpelijk, vanuit het politieke bestuur aanvankelijk weerstand.

Toch is op Curaçao de begroting nu in evenwicht en stuurt de zittende regering op een sluitende begroting. Aruba bleek inderdaad aan te koersen op een onhoudbare verdubbeling van de staatsschuld (van 40 naar meer dan 80 procent) en achteraf is eigenlijk iedereen ervan overtuigd dat het goed was dat vreemde ogen hiernaar keken. De harde conclusies over integriteit hebben nu al geleid tot een scherpe screening van toekomstige ministers door de gouverneur van St. Maarten. Deze drie voorbeelden laten zien dat een aanwijzing niet altijd direct plezierig wordt gevonden maar op termijn in het voordeel is van de landen en uiteindelijk, daar gaat het om, van de bevolking.

Minister Plasterk. Beeld anp
Minister Plasterk.Beeld anp

Er is onlangs door de Kamerleden Van Raak (SP) en Bosman (VVD) gesuggereerd om van het Koninkrijk een Gemenebest te maken. Ook daarin kunnen landen taken samen doen, maar de bovengenoemde asymmetrie is weg: ze doen dat alle vier op basis van volledige vrijwilligheid, dus ook Nederland. Een dergelijke situatie kan alleen ontstaan als alle vier landen dat wensen. Dan zou Nederland ontslaan zijn van de verplichting om in andere landen mensenrechten en behoorlijk bestuur te waarborgen, en de andere landen zouden zijn gevrijwaard van aanwijzingen uit de Trêveszaal. Toch lijkt het voor de Caribische landen geen vooruitgang en daarom nu geen begaanbare weg.

Niemand weet waar het Koninkrijk zal staan over veertig jaar, bij de 100ste verjaardag van het Statuut. Wat zal blijven is dat een eiland met een inwonertal van Zoetermeer niet eenvoudig een onafhankelijk justitieel apparaat overeind houdt, niet snel in de internationale financiële markten zal kunnen lenen voor het renteniveau van Nederland (Aruba, dat onafhankelijk leent, besteedt 15 procent van de landsbegroting aan rentelasten, Curaçao en St. Maarten blijven onder de 5 procent dankzij de lopende inschrijving van Nederland). Omgekeerd kan Nederland economisch voordeel hebben van samenwerking met de Cariben als 'gateway' naar Midden- en Zuid-Amerika.

Maar er mag ook wel idealisme aan te pas komen: Nederland is een van de meest welvarende landen van de wereld. We kunnen niet alle problemen van de wereld torsen, maar als we nu eens beginnen in het deel waarmee we door de geschiedenis een grote lotsverbondenheid hebben, dan kunnen we aankoersen op een Koninkrijk waarin toekomstige generaties een goed leven kunnen hebben, aan deze en gene zijde van De Oceaan.

Meer over