columnJULIEN ALTHUISIUS

Huizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren, te beleggen of pensioenen mee te betalen

x Beeld x
xBeeld x

Omdat we niet kunnen kopen en ik waarschijnlijk nog eerder in de spits sta bij Paris Saint Germain, dan dat ik een betaalbare huurwoning in omgeving Amsterdam vind, hadden we gereageerd op een huurwoning in Deventer. We waren er snel bij, maar het vingerhoedje optimisme over onze kansen bleek al te veel. ‘We zijn overladen met aanvragen voor de woning waardoor wij helaas geen nieuwe aanvragen meer in behandeling kunnen nemen.’

Een paar dagen later zat ik op het terras en kwam ik een vriendin tegen. We werken min of meer in dezelfde sector. Ze was op weg om naar een huis te kijken dat te koop stond voor 1,1 miljoen euro. Ze haastte zich te verontschuldigen. Het stond al een jaar te koop, dus er kon heus wel wat van de prijs af. En ze hadden flinke overwaarde op hun eigen huis. En haar schoonmoeder zou misschien bij ze komen inwonen, dus die droeg ook nog bij.

Maar toch. Het scheelde niet veel of ik was gillend in de enorme kloof gesprongen die zich tussen ons had geopenbaard. Het is, in een notendop, het verhaal van onze generatie. De ene helft van de vrienden en collega’s woont in huizen van acht ton en rijdt Tesla’s, terwijl de andere helft elke dag moedeloos verhuurwebsites afspeurt. ‘De ene millennial bedient de andere’ schreef Jeroen van Bergeijk vorige week in een mooie reportage waarin hij undercover was gegaan als flitsbezorger. ‘Twee werelden waarin de ene millennial het moet doen met een weinig uitdagend flexbaantje en zich nooit een koopappartement in de stad zal kunnen veroorloven. En die de lifestyle van de andere succesvolle, welgestelde millennial mogelijk moet maken.’

Voor een groot deel gaat dat ook op voor de woningmarkt. ‘De rijke millennial verhuurt aan zijn arme leeftijdsgenoot’ analyseerde Rabo-econoom Carola de Groot twee jaar geleden. ‘Vooral dertigers en veertigers blijken huizen te kopen om ze vervolgens te verhuren.’ Passief inkomen genereren, heet dat dan. Je zou het ook flesserij kunnen noemen. Huizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren, te beleggen of pensioenen mee te betalen. Elk kwartaal opnieuw weer horen we dat de huizenprijzen nog nooit zo hoog zijn geweest. Ondertussen kunnen leraren, verpleegkundigen of politieagenten geen woning meer krijgen in de stad waar ze werken.

Op sociale media ging donderdag een bericht rond van de actiegroep Het Woonprotest. ‘Wij zijn klaar met de kolossale wooncrisis die honderdduizenden slachtoffers maakt’ las het bericht, waarin werd opgeroepen op 12 september op de Dam te protesteren. ‘We trekken aan de noodrem om een ommekeer te forceren.’ Sneltest: als die woorden te radicaal klinken, ben je waarschijnlijk onderdeel van het probleem.

Hippocrates schreef in zijn Aphorismen dat je ‘extreme ziektes’ het best behandelt met ‘extreme behandelingen’. Het lijkt er op dat die oude witte man gelijk heeft. De wooncrisis vraagt om stevig en doortastend ingrijpen dat veel meer behelst dan het bouwen van meer huizen. Huren in de vrije sector reguleren, zelfbewoningsplicht op grotere schaal, een opkoopverbod voor beleggers, vakantieverhuur nog meer beperken, overwaarde belasten, leegstand beboeten en tegelijk mensen die al jaren hoge huren ophoesten in staat stellen een fatsoenlijke hypotheek te krijgen – om maar wat dingen te noemen.

Dat zal ten koste gaan van beurskoersen, dividend, de financiering van een tweede huis in Frankrijk, inkomsten uit overdrachtsbelasting en menig bankrekening. Er zal veel geld en kapitaal verloren gaan. En ja, dat zal pijn doen. Het universele recht op een betaalbare woning is alleen net iets belangrijker.

Meer over