ColumnDanka Stuijver

Huisje, boompje, beestje? Nee, huisje, boompje, baarmoederhalskanker

null Beeld

‘Ons zondagskindje’, noemden haar ouders haar altijd. Mooi, vrolijk en geliefd bij familie en vrienden. Met een leuke man, een prachtig huis en een glansrijke carrière. Inmiddels is ze 32 jaar oud en acht weken zwanger van haar eerste kindje. ‘Het was in één keer raak’, vertelt ze mij glunderend. ‘Wat een geluk, hè?’ Ze is bij mij op aanraden van de verloskundige. Dat kleine beetje bloedverlies steeds, dat moest ze toch laten nakijken. ‘Het zal wel niks zijn, maar ga toch maar even.’

‘Heb je, toen je 30 werd, een uitstrijkje laten doen?’, vraag ik haar. Ongemakkelijk schuift ze wat heen en weer op haar stoel. Nee, dat was er niet van gekomen. Ze hadden destijds een opknaphuis gekocht en het was ook rond die tijd dat ze druk bezig waren met de huwelijksplannen. De uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek is mogelijk kwijtgeraakt tussen de uitnodigingen voor de bruiloft.

Ik maak een uitstrijkje. Het toont de aanwezigheid van het humaan papillomavirus (hpv) en onrustige baarmoederhalscellen. Ze wordt de volgende dag gezien door de gynaecoloog. Kleine stukjes weefsel worden onderzocht onder de microscoop. Het blijkt mis, flink mis. Ze heeft baarmoederhalskanker.

De tumor is dusdanig groot dat het uitstellen van de operatie tot na de geboorte van haar kindje wordt ontraden. De zwangerschap wordt afgebroken. De baarmoederhals én de baarmoeder worden verwijderd. Ze zal nooit meer zwanger worden. Nooit een kindje in haar buik voelen. In enkele weken tijd staat haar wereld, en die van de mensen om haar heen, compleet op zijn kop. Huisje, boompje, baby heeft bruut plaatsgemaakt voor huisje, boompje, baarmoederhalskanker.

In Nederland wordt de diagnose jaarlijks bij 830 vrouwen gesteld. Meestal in de leeftijd van 30 tot 35 jaar. Een leeftijd van moeders met kleine kinderen, of vrouwen die nog graag moeder willen worden.

Sinds de jaren negentig krijgen alle vrouwen vanaf hun 30ste een vijfjaarlijkse uitnodiging voor een uitstrijkje. Daarmee kan een eventueel voorstadium voor baarmoederhalskanker tijdig worden ontdekt en behandeld. Helaas is de opkomst voor dit bevolkingsonderzoek minder dan 60 procent en al jaren dalende. Van de vrouwen die baarmoederhalskanker krijgen, blijkt dat de helft niet heeft meegedaan aan het bevolkingsonderzoek. Omdat ze te jong of te oud zijn of als een berg tegen het onderzoek opzien. Inmiddels bestaat daarom een thuistest waarbij een vrouw zelf kan testen of zij hpv bij zich draagt.

Iedereen die seksueel actief is, komt in aanraking met hpv. Het virus is zeer besmettelijk, het kan al via vingers worden overgedragen. In de meeste gevallen ruimt het immuunsysteem het virus binnen twee jaar op, maar soms niet en kan dan, onder andere, baarmoederhalskanker veroorzaken.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft vorig jaar ten doel gesteld van baarmoederhalskanker een zeldzame ziekte te maken. Met name in derdewereldlanden is dat een opgave. In Nederland hebben we de beschikking over een hoogwaardig en kosteloos screeningsprogramma én een hpv-vaccinatieprogramma. Helaas wordt ook van het laatste weinig gebruik gemaakt.

Sinds 2010 kunnen meisjes van 12 via het Rijksvaccinatieprogramma, worden gevaccineerd. De vaccinatiegraad ligt nu rond de 58 procent. Vanaf volgend jaar wordt het vaccin aangeboden aan zowel jongens als meisjes van 9 jaar. De eerste grote onderzoeken tonen een afname van baarmoederhalskanker met een indrukwekkende 80 procent in de jaren na vaccinatie. Maar ook genitale wratten en andere kankersoorten die door hpv worden veroorzaakt, zoals penis-, anus-, mond-, en keelkanker, tonen een hoopvolle daling na vaccinatie.

Mijn patiënt wordt na een intensief traject ‘schoon’ verklaard. Zo voelt ze zich echter allesbehalve. Ze heeft last van urineverlies en van pijn bij het vrijen. Ze rouwt om haar kindje, om haar baarmoeder en om de persoon die ze was. De relatie met haar man, die geen moment van haar zijde is geweken, is veranderd. De relatie met vriendinnen, die wel kindjes krijgen, is verwaterd.

Met vallen en opstaan, met hulp van dierbaren en professionals, probeert ze de draad weer op te pakken. Op goede dagen kan ze genieten van haar pasgeboren nichtje. Op slechte dagen snijden de brabbelende babygeluidjes dwars door haar lege schoot. Het is ook op deze mindere dagen dat die ene vraag, die ene gedachte, steeds maar door haar hoofd blijft spoken: ‘Wat als…?’

Danka Stuijver is huisarts

Meer over