ColumnDanka Stuijver

Huisartsen moeten het vertrouwen krijgen, anders kunnen ze beter stoppen met vaccineren

null Beeld

Het is donderdagochtend als een vader met zijn 2-jarige zoontje mijn spreekkamer in snelt. De vader oogt gespannen, het kind suf. Binnen enkele minuten is mij duidelijk dat het jongetje met spoed naar het ziekenhuis moet. Ik bel een ambulance en vervolgens de kinderarts. Die reageert: ‘Natuurlijk, we gaan hem zien, maar is er een reden waarom vader niet eerder aan de bel heeft getrokken?’ Ik slik even en zeg dan beschaamd: ‘Vader kon ons niet bereiken, de telefoonlijn lag plat.’

Patiënten bellen de huisartspraktijken de hele dag, soms meerdere keren, met vragen, zorgen over en verzoeken om het AstraZeneca-vaccin. Patiënten met andere, soms urgente, vragen staan langdurig in de wacht. Door de drukte lag de telefoonlijn er op sommige plekken zelfs uit.

Toen huisartsen werden verzocht mee te helpen met de covid-vaccinaties, namen zij die taak vanuit een moreel plichtsbesef graag op zich. Als geen ander zagen zij de verwoesting die het virus in sommige families had aangericht. Als geen ander kennen zij hun kwetsbare patiënten die vaak al meer dan een jaar zijn afgesneden van de buitenwereld. Als geen ander zien zij wat voor effecten zowel corona als de maatregelen tegen corona hebben op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van mensen.

Niemand had voorzien dat deze klus zo’n frustrerende en tijdrovende taak zou blijken. Dat huisartsen patiënten moeten selecteren, uitnodigen, afbellen en toch weer uitnodigen door het steeds van koers veranderen en pauzeren van de vaccinatietrein. Een klus die wel ‘even’ naast het werk in de dagpraktijk en de diensten op de huis­artsenpost kon worden geklaard.

Extra teleurstellend was dan ook dat door het imagoprobleem van AstraZeneca de prik­opkomst van 65-plussers in sommige prak­tijken maar 30 procent was. Vooral in achterstandswijken waar juist relatief veel hoog­risicopatiënten wonen. Om spillage te voorkomen houden huisartsen lijsten bij van kwetsbare 60-minners die hebben aangegeven graag een prik te willen in het geval dat er vaccin over is. Maar na advies van de ­Gezondheidsraad heeft het ministerie van VWS besloten dat dát niet meer mag.

Waarom? ‘Omdat huisartsen hiermee niet zouden handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de professionele standaard.’ Maar hoe moet dat als de professionele standaard om de haverklap, met iedere route­wijziging van de vaccinatietrein, verandert?

Hoewel de Inspectie Gezondheidszorg heeft aangegeven niet te zullen optreden ­tegen artsen die kwetsbare 60-minners op hun nadrukkelijke verzoek inenten, klinkt uit juridische hoek een ander geluid. Een grote verzekeraar waarschuwt alvast dat huisartsen die doorgaan met het vaccineren van 60-minners mogelijk niet gedekt zullen zijn bij een schadeclaim. Oók als een patiënt een verklaring heeft getekend dat hij of zij de arts niet aansprakelijk zal stellen voor een eventuele bijwerking van het vaccin. Nog sterker, zo’n verklaring accepteren of eisen is helemaal niet toegestaan en kan zelfs tegen de huisarts gebruikt worden, mocht de patiënt later alsnog besluiten een klacht in te dienen. Dus kan een schadeclaim een faillissement en het einde van de beroepsuitoefening betekenen.

Dus wat moeten huisartsen, die alleen AstraZeneca tot hun beschikking hebben, dan doen? Vaccins weggooien om hun eigen hachje te redden, wetende dat die vaccins levensreddend kunnen zijn? Stel je voor: er zijn prikken over en een kankerpatiënt vraagt om een prik. Een coronabesmetting zal hij waarschijnlijk niet overleven. Moet zijn huisarts dan nee verkopen en hem zijn zelfbeschikking ontzeggen? Dat zou volledig indruisen tegen de artseneed en kan de vertrouwensband tussen arts en patiënt, die langer mee moet gaan dan deze pandemie, flink ­schaden. Het vaccineren door huisartsen is daarmee een catch-22 geworden.

Feitelijk omdat niemand de verantwoordelijkheid wil of kan nemen voor een eventuele zeldzame bijwerking van een vaccin. Maar als patiënten sterven aan corona door getreuzel en gezwalk, wie is dan verantwoordelijk? Moeder Natuur?

Óf huisartsen krijgen het vertrouwen, de middelen en de ruimte om de vaccinatietaak zelf in te richten, óf de taak moet weg bij de huisartsen. Tenslotte zijn zij geen event­managers, hun praktijken geen callcenters en zitten ze bepaald geen vliegen te vangen. Het zwalkende vaccinatiebeleid zet de arts-patiëntrelatie onder druk en gaat ten koste van de reguliere huisartsenzorg. En dat kan leiden tot levensgevaarlijke situaties, zoals bij het 2-jarige jongetje.

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over