OpinieLezersbrieven

Houd het speciaal onderwijs open

De ingezonden lezersbrieven van woensdag 24 december.

Directeur Nicolette Schipper van De Eenhoorn, een  school voor special onderwijs in Hoorn, spreekt wat kinderen toe op het schoolplein. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Directeur Nicolette Schipper van De Eenhoorn, een school voor special onderwijs in Hoorn, spreekt wat kinderen toe op het schoolplein.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Brief van de dag

De sluiting van de scholen is een veel te ingrijpende maatregel. Dat geldt voor het regulier, maar nog veel meer voor het speciaal onderwijs. Is er überhaupt nagedacht over welke gevolgen een sluiting van deze laatste categorie heeft voor de kinderen en hun gezinnen? Deze scholen hebben niet alleen een onderwijsfunctie, maar bieden ook zorg en een ontmoetingsplek voor kinderen die geen vriendjes in de buurt hebben.

Onze zoon van 8 zit op het speciaal onderwijs. Hij heeft een IQ tussen de 65 en 70, maar heeft grote moeite met het opvolgen van ­instructies en vertoont ongeremd en sociaal onwenselijk gedrag. Hij heeft hulp nodig bij het aan- en uitkleden, naar de wc gaan en moet gestimuleerd worden met eten en drinken. Hij heeft continu begeleiding nodig. Dat is precies de reden waarom hij op een speciale school zit.

Met deze lockdown komt hij thuis te zitten. Dat betekent dat gedurende deze periode steeds een van ons ‘Derk-dienst’ heeft. De dagen dat mijn man werkt (hij is huisarts) ben ik de dienstdoende. Waar laat dat onze andere kinderen van 11, 10 en 6? Laat staan mijzelf en mijn man?

Beste Mark, Hugo en andere ­leden van het kabinet: jullie hebben geen idee waar je het over hebt (als jullie het überhaupt al over deze categorie hebben...). Kom maar eens een dagje (of een half uurtje) kijken bij ons thuis. Continu een zorgintensief kind om je heen is gekmakend. Niet alleen voor ouders, maar ook voor de broers en zussen. Speciale scholen hebben een essentiële rol in de levens van kinderen met een handicap en hun gezinnen.

Ik snap dat er maatregelen ­nodig zijn, maar dit is buiten alle proportie.

Machteld Honig, Amsterdam

Maatwerk

Goed overheidsbeleid is maatwerk. Als een overheid daar geen zin in of geen tijd voor heeft, kan een algemene regeling worden ingevoerd, die sommigen tekortdoen en anderen te ruim bedeelt. Dan krijg je zo’n rare en achteloze regeling als: geef iedereen maar 30 duizend euro – dan zijn we weer even van het gezeur af.

Ruim dertig jaar geleden was ik zo ongeveer de eerste generatie die ‘gewoon’ ging werken met kinderen, want hoogopgeleid, dus jammer als je niet gaat werken. Bij mijn sollicitatiegesprek werd nog gevraagd hoe ik dat nou ging doen, met de opvang. Ik moest de kosten van opvang zelf betalen. Jarenlang bleef van mijn salaris niet meer over dan een paar honderd gulden per maand, maar je bleef werken, want het was maar tijdelijk.

Later ontstonden er regelingen. De overheid gaf geld aan de gemeenten, die dat naar eigen inzicht mochten besteden aan kinderopvang. De gemeente waar ik woonde, zette vastgoed neer. Mijn commentaar bij de gemeente dat dat ‘geen geld voor kinderopvang’ was, werd weersproken. Degene die niet in dezelfde gemeente werkte als waar zij woonde, kreeg nul op rekest en bij het ministerie werd gemeld: u heeft gelijk dat dit niet klopt, maar de gemeente mag nu eenmaal zelf bepalen hoe zij het overheidsgeld besteedt.

Overheid: wordt het nu niet eindelijk tijd om eens keihard te gaan werken aan een goede, rechtvaardige en duurzame, algemene regeling, waar geen speld tussen te krijgen is en die binnen een jaar wordt gerealiseerd, in plaats van het zoveelste knip- en plakwerkje, want met die 30 duizend euro, als doekje voor het bloeden, is dit verhaal zeker niet afgerond.

Denk maar aan het coronavaccin. Het kan best snel, als het maar belangrijk wordt gevonden.

Irene Apperloo, Twello

Jongeren

Vandaag weer een stevige discussie met mijn zoon van 25 over de nieuwe lockdown. Ik merk dat ik telkens vooral vanuit mijn perspectief zijn argumenten probeer te weerleggen. Maar hoe eerlijk is dat eigenlijk? Vragen als waarom ­beslissen mensen van boven de 50 over mijn toekomst? Waarom worden kinderen en jongeren niet zichtbaar betrokken, terwijl wij een onevenredig groot offer moeten brengen?

Jij hebt makkelijk praten mam, jij hebt de wereld al afgereisd, jij hebt jaren gebruik gemaakt van gesubsidieerde studies, jij hebt een eigen woning en heb je hele leven kunnen gaan en staan waar je wilde! En naast het dragen van de consequenties (voor natuur én economie) van deze weelde, wordt er door jouw generatie ook nog beslist dat we voor jullie moeten stoppen met zaken die voor ons jonge mensen de ­essentie zijn van ons bestaan. Maar die tijd zijn jullie vergeten, dat is niet meer jullie belang! Dat doet zeer en voelt oneerlijk.

Ik word langzaam stil. Hoe is het jong te zijn met een gigantische studieschuld, zonder woning in een wereld met – zoals het er nu uitziet – forse beknotting in alle vrijheden en rijkdom die wij hebben ervaren. Meer en meer voelde ik zijn onmacht, maar ook zijn gelijk.

Ik voel een Greta Thunberg-achtige verontwaardiging opkomen. Waar is onze echte Partij voor de Toekomst jongens? Ik doe een oproep. Ik ben zeker van de partij.

Karin Minderman, Den Haag

Hoeksteen

‘Afstand houden en je laten vaccineren doe je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen die je liefhebt’, herhaalde Hugo de Jonge maar weer eens bij Op1. Zijn we werkelijk zo diep gezonken dat we niet verder kunnen kijken dan onszelf en de mensen die we liefhebben? De overbuurman die het moeilijk heeft? De ouderen die je passeerde op straat? Die kennis met astma? De zorgmedewerkers? De patiënten die ­gebruik maken van reguliere zorg? De andere mensen in de straat, de wijk, de stad, in heel Nederland, die nu zo afhankelijk zijn van het gedrag van anderen?

In dezelfde uitzending viel ook de ­opmerking: ‘We moeten af van het individualisme en het gezin weer tot hoeksteen van de samenleving maken.’ De hoeksteen van een samenleving, dat is niet het gezin, dat zijn de mensen die leven vanuit het besef dat de samen­leving die hen nodig heeft groter is dan zijzelf en de paar individuen die ze liefhebben, en daar ook naar handelen.

Els Castelijns, Eindhoven

Prikken

Kunnen jullie ophouden met de woorden prikken, prikje en geprikt? Straks gaat het nog over een ‘prikbewijs’, terwijl alleen iemand die geschoold is in het toedienen van een vaccin dat kan halen, vergelijkbaar met een rijbewijs. Oftewel een vaccinateur, zoals zo ­iemand vroeger heette.

Het gaat om vaccineren of inenten tegen corona. Prikken doe je met een vork in eten, een vinger in iemands zij, een speld in een ballon of een pen in een oog. Kleuters doen prikwerkjes.

Misschien prikt het even als je het vaccin in je arm krijgt, maar dat gaat wel weer over. Net als ik (geboren 1972) bij het griepvaccin (vanwege astma) een dag een katterig gevoel heb en twee dagen een pijnlijke bovenarm waar je niet lekker op slaapt. Maar liever dat dan een grote kans op longontsteking waar ik weken zoet mee ben. En ja, ik laat me vaccineren als ik een oproep krijg.

Dankzij diverse artikelen in deze krant is me voldoende duidelijk hoe de vaccins werken en ontwikkeld zijn. Ik weet alleen nog niet of ik hem ook in mijn gele inentingsboekje bij kan laten schrijven.

Yvonne de Hilster, Bennekom

Kinderboeken

BN’ers moeten ophouden de kinderboekenmarkt te vervuilen, dat ben ik hartgrondig met Julien Althuisius eens. Wat mij betreft is dat vooral vanwege het schadelijke effect van hun boeken op het jonge lezerspubliek. Aan de meeste kinderboeken van BN’ers valt geen enkel plezier te beleven. Ze zijn langdradig en soms totaal niet te volgen. In het tijdsgewricht van ontlezing is dat ronduit gevaarlijk.

Stel, een ouder die normaal gesproken nooit voorleest, laat zich vanwege de bekende naam op de kaft overhalen om dat voor één keer wel te doen. ‘Paul de Leeuw met een eigen Sinterklaasboek, leuk!’ Al op de eerste pagina, als wordt gerept over een staking van de Pietenvakbond, is het luisterende kind het spoor volledig bijster.

De zinnen rijgen zich aaneen zonder dat er iets te huiveren of te lachen valt. Kind verliest al snel de aandacht en ouder haakt inwendig af. Dat was eens maar nooit meer, denken beiden en weer gaat een mooie leestoekomst verloren. Eigenlijk zouden BN’ers hun naam moeten lenen aan kinderboeken die stiekem geschreven zijn door echte kinderboekenschrijvers. Dan redden ze de boekenbranche in plaats van dat ze deze verder naar de afgrond duwen.

Esther Postema, Amersfoort

Kinderboeken (2)

Kunt u voordat u BN’ers van broodroof beticht hun boeken lezen? Neem ­Jochem Myjer, geliefd theatermaker die zijn eigen shows schrijft. Bekend van De Gorgels, waarvan beide boeken zijn bekroond door de Nederlandse Kinderjury. Boeken die in vele gezinnen met veel plezier worden (voor)gelezen. Boeken die vertaald zijn in meerdere landen waar men nog nooit van hem heeft gehoord en van waaruit ontroerende lezersbrieven komen. Of Martine Bijl, die een van onze geestigste tv-makers was, talig, een verteller.

Twee voorbeelden van BN’ers die hun boeken zeker niet even uit de mouw hebben ­geschud, maar daar serieus aan gewerkt hebben. En zo zijn er vast meer namen in Julien Althuisius’ rijtje die deze column niet verdienen. Ja, ze hebben het voordeel van hun bekendheid (ook met hard werken verdiend). Maar een boek wordt alleen geliefd als het mensen echt raakt. En dan mag een boek er zijn.

Ria Turkenburg, redacteur kinderboeken, Leiden

Bibliotheek

Pakweg 45 jaar geleden ontdekte ik als kind op eigen houtje de openbare bibliotheek in ons dorp. Het gevoel van rijkdom dat mij toen overviel, behoort nog altijd tot mijn fijnste herinneringen.

In deze tijd is er veel aandacht voor het lot van ondernemers, terwijl het ook duidelijk wordt hoe sterk we gebaat zijn bij goede openbare voorzieningen.

Daarom wil ik deze kerstvakantie een lans breken voor de online bibliotheek. Via je telefoon of tablet betreed je lezend of luisterend de overdadige wereld van romans, kinder- en kookboeken. Geen winstoogmerk, duurzaam, sociaal en bovendien lockdownbestendig.

Desirée van der Avoird, Rijen

Kartonberg

Met het vele online winkelen kunnen gemeenten de kartonbergen niet bijbenen. Burgers staan met hun karton steeds voor volle containers. En hergebruiken is veel ­milieuvriendelijker dan recyclen.

Waarom niet een nieuw systeem in het leven roepen om kartonnen dozen opnieuw te gebruiken? De meeste dozen waarin pakjes worden bezorgd, kunnen netjes en onbeschadigd worden plat gemaakt.

Een logistiek ophaalsysteem is er al: de pakketbezorgers kunnen bij het af­leveren van het pakket gelijk de platgemaakte dozen die iemand van vorige ­bezorgingen heeft liggen weer mee­nemen. Net zoals Picnic steeds de oude plastic zakjes meeneemt bij een bestelling. Ondernemers profileren zich als groen door neutrale dozen te gebruiken, zodat een doos door iedereen kan worden hergebruikt.

Een extra zetje om de burger te verleiden kan statiegeld op een doos zijn. En het feit dat je niet meer door de regen naar de papierbak loopt, om erachter te komen dat die vol is. Hoeven knappe koppen zich alleen nog te buigen over de verspreiding van de ingezamelde dozen. Zo hoeven die prachtige, goed bruikbare dozen niet eerst allemaal tot pulp vermalen te worden, om vervolgens weer een doos te worden.

Irene de Pous, Den Haag

Zinvol leven

Nee! Fokke Obbema stopt met de serie Zinvol leven. Geen mooie gesprekken meer op de maandagmorgen. Terwijl Oek de Jong zo goed aangeeft, dat het thema nog lang niet uitgemolken is. ‘Voor mij gaat het niet om zinvol of zinloos, maar om de vraag: sta je wel of niet in het leven? Sta je in de levensstroom of erbuiten?’

Het gaat om afgesneden zijn of juist in verbinding. Een thema van levens­belang, juist nu! Dank in ieder geval Fokke Obbema voor al die prachtige ­interviews.

Paula Borsboom, Utrecht

Kop voorpagina

Voor de aankondiging van het overigens uitstekende interview dat Sander van Walsum met mij had, is een buitengewoon ongelukkige kop op de voorpagina van de papieren Volkskrant terecht gekomen waar ik mij van distantieer. Er wordt mij nu een zeer dubieuze zin in de mond gelegd, waar ik mij totaal niet in herken.

Als ik het heb over de woestijn, dan heb ik het natuurlijk niet ‘over de woestijn van de Joden waar ze vervielen in geklaag’ maar heb ik het over het veelzeggende bijbelverhaal over de veertigjarige woestijntocht op weg naar het veelbelovende land waarin het slavenvolk gaandeweg gaat ontdekken wat menselijke vrijheid is. Een prachtige metafoor voor de tijd waarin wij leven.

Ad van Nieuwpoort, predikant Duinzichtkerk, Den Haag

Meer over