Hou vervroegde verkiezingen

De regering onderneemt niets concreets. De werkloosheid zal hoog oplopen. Toekomstige generaties betalen dan de rekening van de crisis

Bas Jacobs

De Miljoenennota 2010 laat zien dat de overheidsfinanciën een nooit eerder vertoonde optater krijgen. De belastinginkomsten nemen sterk af en de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen nemen toe. De overheid bezuinigt nu terecht niet om grotere economische rampspoed te voorkomen.

Saaiste
Maar de Miljoenennota is – ondanks de crisis – de saaiste in jaren. Het is kruimelwerk. Er wordt heen-en-weer geschoven met begrotingsposten en de kaasschaaf wordt veelvuldig gehanteerd. Het is onvoorstelbaar dat nu geen maatregelen worden aangekondigd om de arbeidsmarkt op orde te brengen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te vergroten.

Met de crisis komen de structurele zwaktes van de Nederlandse arbeidsmarkt aan het licht. De contractlonen groeien nog steeds harder dan de inflatie, terwijl de werkloosheid in rap tempo stijgt.

De Nederlandse arbeidsmarkt reageert volkomen rigide op de economische schok, waardoor de werkloosheid onnodig hoger en langduriger zal zijn. Loonmatiging is vereist om de werkgelegenheid te herstellen, maar ook om de concurrentiepositie te verbeteren en te profiteren van het voorziene herstel van de wereldhandel.

Werknemers die meer verdienen dan ze opleveren, zoals ouderen en laaggeschoolden, worden nu ontslagen. Deze werknemers hebben na de recessie alleen perspectief op werk als hun lonen meer in de pas lopen met hun productiviteit.

Hervormingen van het ontslagrecht en de WW zijn nog altijd urgent om de gouden kooi te openen waarin veel oudere werknemers gevangen zitten. Ook zal meer loon naar werk in plaats van naar leeftijd moeten worden betaald. De loonkosten van laaggeschoolden zijn door minimumloon en de laagste cao-schalen vaak te hoog.

Dalen
Bruto minimumlonen en laagste cao-schalen zouden moeten dalen bij gelijktijdige hogere loonkostensubsidies of arbeidskortingen. De bruto loonkosten van de laagstbetaalden kunnen dan zakken, terwijl hun netto inkomen op peil blijft.

De deeltijd-WW moet worden afgebroken, want die vergroot de problemen op de arbeidsmarkt. Publiek geld wordt verspild aan bedrijven die niet levensvatbaar zijn of aan bedrijven die ook zonder deeltijd-WW zouden overleven. Deeltijd-WW’ers zoeken geen nieuwe baan, waardoor het arbeidsaanbod afneemt. De lonen blijven dan te hoog en het herstel van de arbeidsvraag vertraagt. Als de regeling tot in lengte van jaren blijft bestaan, zal de deeltijd-WW de vut van deze crisis worden.

Door het expansieve begrotingsbeleid en de daling van het bruto binnenlands product stijgt het uitgavenaandeel van de overheid in het bbp met ruim 5 procentpunt tussen 2008 en 2010 – zonder dat hier belastingopbrengsten tegenover staan. Deze uitgavenquote neemt na de crisis automatisch af als de productie zich herstelt.

Stijgen
Bijgevolg stijgen de belastinginkomsten en dalen de uitgaven aan uitkeringen. Maar het tempo hangt sterk af van de loonontwikkeling. Want als de lonen worden gematigd, daalt het overheidsaandeel eveneens omdat de ambtenarensalarissen, overheidsuitgaven en uitkeringen zijn aan de loongroei gekoppeld. Een flexibele arbeidsmarkt is dus essentieel voor herstel van de overheidsfinanciën.

De overheidsfinanciën verslechteren structureel. De economische groei zal de komende jaren afnemen door hogere kapitaalkosten voor bedrijven, krimpende kredietverlening, stijgende reële loonkosten, structureel stijgende werkloosheid en hogere afschrijvingen.

Op termijn is zo’n 40 miljard aan bezuinigingen of lastenverzwaringen nodig om de overheidsfinanciën houdbaar te maken. Dit bedrag is onzeker, omdat nog niet duidelijk is hoe groot de structurele verslechtering zal zijn. Maar dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën een enorme dreun krijgt, staat buiten kijf.

Helaas laat de regering na voldoende maatregelen te nemen die de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn wel verbeteren, maar het economisch herstel op korte termijn niet schaden.

Alleen met politiek pijnlijke en onomkeerbare stappen kunnen op een geloofwaardige manier de problemen in de begroting worden opgelost. Daardoor stijgt het vertrouwen van financiële markten zodat de rente op de Nederlandse overheidsobligaties laag blijft. Op dit moment kan de overheid makkelijk meer lenen. Echter, als zich weer grote problemen zouden voordoen bij de financiële sector, en de overheid weer onverhoopt zou moeten ingrijpen, kan dat snel afgelopen zijn.

Herstel
Het economische vertrouwen herstelt zich alleen als burgers en bedrijven duidelijkheid krijgen over wat ze de komende jaren boven het hoofd hangt wat betreft werkloosheid, belastingen, overheidsvoorzieningen, huizenmarkt en pensioenen. Door toekomstige maatregelen nu al aan te kondigen en gefaseerd in te voeren, verkleint de regering de economische onzekerheid waardoor bedrijven meer gaan investeren en huishoudens meer gaan consumeren.

Helaas staat de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar op de tocht door omvangrijk maatschappelijk verzet, terwijl daarmee amper eenvijfde van het houdbaarheidsprobleem wordt opgelost. Bovendien zullen voornamelijk de jongeren langer moeten doorwerken. Het was een peulenschil geweest ook van welvarende ouderen een hogere bijdrage te verlangen door de AOW sneller te fiscaliseren (‘Bosbelasting’).

Ook kan de AOW-leeftijd in stappen van 3 maanden per jaar worden doorgevoerd zodat al over 8 jaar de AOW-leeftijd op 67 staat. Vervolgens kan de AOW-leeftijd worden gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. De regering had ook de woonvergoedingen uit de AWBZ kunnen halen. Daarnaast kunnen de hierboven geschetste arbeidsmarktmaatregelen helpen.

Balkenende IV past in 2010 slechts op de winkel. Door de interventies in de financiële sector is succesvol een meltdown van het financiële systeem voorkomen. Door het expansieve begrotingsbeleid zakt Nederland niet weg in een economische depressie. Maar zelfs in de grootste crisis sinds de jaren ’30 vervallen Balkenende, Bos en Rouvoet in de stomvervelende gewoonte alle structurele problemen voor zich uit te schuiven.

Taboeloos
Een twintigtal commissies moet zogenaamd taboeloos nadenken om de overheidsfinanciën in het gareel te krijgen. Door heel hard te roepen hoe groot de problemen zijn, maar verder niets concreets te doen, zaait de regering slechts maatschappelijke onrust. Grote beleidsonzekerheid over toekomstig overheidsbeleid schaadt het broze economisch vertrouwen, waardoor het economische herstel vertraagt.

Doordat coalitiepartijen elkaar kennelijk het licht niet in de ogen gunnen, zal de werkloosheid onnodig hoog oplopen en wordt een te hoge rekening doorgeschoven naar toekomstige generaties. Misschien is het beter vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

null Beeld
Meer over