Column

Hoop wordt overschat

De Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck overpeinst een zomer lang zaken die ze liever eerder had geweten.

Griet op de Beeck
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Ik heb het lang gedaan: geleefd van de hoop. Dat leek me iets goeds. Ik, die opgegroeid was te midden van troosteloosheid die in soorten werd aangevoerd, vond dat een flinke stap voorwaarts. Tot ik eindelijk begreep hoe passief dat eigenlijk is, thuis op de sofa zitten te hopen dat het ooit eens goed zal komen.

Er is een geweldige zin in Oom Wanja, de toneeltekst van Tsjechov. Zijn nichtje, Sonja, is het hele stuk lang dolverliefd op de dokter. Iedereen heeft dat op den duur in de gaten, behalve de dokter zelf. Op een bepaald moment kan haar stiefmoeder het echt niet meer aanzien en zij zegt: 'Ik ga voor jou met die man praten, dan weet je eindelijk tenminste hoe het zit.' Waarop Sonja antwoordt: 'Doe mij maar onzekerheid, dan is er tenminste nog hoop.'

Wat een gevaarlijke zin om vooraan in de kop te parkeren. Ergens is het lekker om bijvoorbeeld te denken dat je dat misschien wel zou kunnen, een roman schrijven, om de geruststelling die zo'n gedachte biedt, van misschien niet te weten of dat zo zou zijn, maar tenminste ook niet geconfronteerd te hoeven worden met de manifeste mislukking. Dat gecultiveerde idee heeft mij alvast jarenlang in de weg gezeten. Pas toen ik eindelijk de moed vond om achter die computer te gaan zitten en het daadwerkelijk te doen, werd alles beter.

Het valt mij zo op, als ik naar mijn eigen verleden kijk, maar ook als ik om mij heen anderen bezig zie, hoe we geneigd zijn om stil te hopen, maar verder vooral niks te doen. We hebben allemaal een tapijt en daar vegen we alles onder waar we bang van zijn, wat ons ontregelt, wat ons kwaad maakt, waar we verdriet om hebben, wat we niet begrijpen. En dan gaan we met onze twee voeten stevig op die mat staan en hopen we dat wat daaronder zit ook niet bestaat, niet echt. We denken dat we zo vermijden dat we een depressie krijgen of een burn-out of een andere modieuze ziekte, terwijl het mijn diepste overtuiging is dat we juist door al dat wegkijken in de problemen geraken.

We durven niet onder ogen te zien wat is en was, want we vrezen dat het dan allemaal erger zal worden. Maar zoals alles ook minder eng is met het licht aan dan in het donker, zo levert het ook zo veel op om dat net wel te doen. Want alleen door te stoppen met hopen dat het allemaal wel eens door de kosmos zal worden geregeld en door daadwerkelijk te kijken naar wie je bent geworden en hoe dat zo is gekomen, kun je veranderen wat voor jou niet werkt. Ik heb lang gedacht dat ik gedoemd was om telkens met datzelfde hoofd tegen diezelfde muur aan te knallen, om steeds weer die foute man te kiezen, om te aanvaarden dat het leven nu eenmaal is wat het is. Wat ben ik blij dat ik ontdekt heb dat mijn leven wel degelijk van mij is. Dat ik kan en mag kiezen voor beter. De makkelijkste weg is dat misschien niet, maar mij lijkt het op zijn zachtst gezegd zonde om niet voluit te gaan in dit ene bestaan waarvan we toch maar zeker zijn dat we het hebben. Nee?

Meer over