Brief uit VancouverHongcouver

Hongcouver: een Canadese stad met Chinese opsmuk

Een bericht van Olaf Tempelman uit Vancouver, Canada. De victoriaanse stad die gesierd wordt door Chinese opsmuk.

Chinese reclames in Vancouver.Beeld Olaf Tempelman

In het 19de-eeuwse victoriaanse huis is geen receptie. Aan de muren hangen A4-tjes in het Chinees waar ik weinig van bak. In de verte hoor ik geluid. Daar ga ik maar even op af. Ik open de deur van een kamer en zie een Chinees stel de liefde bedrijven. ‘Oops, I’m sorry!’, zeg ik. Daar heeft dat stel weinig aan, want er is door mijn toedoen sprake van een coïtus interruptus.

Het kan zijn dat u nu vragen voor mij hebt. Dacht ik soms dat Chinezen de liefde niet bedrijven? En wat deed ik überhaupt in dat huis van die Chinezen? Nou, dit was het adres van een hostel en dat bleek nog goed ook, alleen had eigenaar Frank – Fang vóór hij de Volkskrepubliek China verliet – nog niet eerder gasten uit Europa gehad.

Dat vertelt Fang, pardon: Frank, pas nadat ik in zijn hostel ook nog een student uit Hongkong, Kyle, wakker heb gemaakt. Het Engels van het door mij gestoorde liefdespaar is nauwelijks beter dan mijn Chinees. En dus klop ik maar op de deur van een andere kamer. Kyle spreekt prima Engels en zorgt er met zijn smartphone voor dat Frank uit zijn andere hostel overkomt. Het is het begin van een interessante en leerzame avond in een Chinees geornamenteerde keuken van een victoriaans huis in een voorstad van Vancouver.

Canada’s enige metropool aan de Grote Oceaan dankt zijn naam aan de Engelse kapitein George Vancouver. Diens voorouders kwamen uit Drenthe en heetten Van Coevorden. In de Canadese volksmond heet Vancouver tegenwoordig vaak Hongcouver. Wie er wordt gedropt, waant zich veel en vaak in een welvarende stad ‘ergens in China’.

De Chinese oostkust is hier dichterbij dan de Europese westkust. Al in de 19de eeuw was de Chinese bevolking van deze stad substantieel. De laatste decennia groeide die explosief. Flink wat nieuwe inwoners arriveerden na het neerslaan van de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing in 1989. De Britse overdracht van Hongkong in 1997 veroorzaakte een volgende emigratiegolf. Veel Hongkong-Chinezen besloten naar Vancouver te verhuizen uit een – achteraf gezien terechte – angst voor het verlies van politieke vrijheden.

In het centrum van Vancouver is nu om en nabij eenderde van de inwoners van Chinese origine, in een voorstad als Richmond zijn Chinezen al een flinke meerderheid. Fang arriveerde twintig jaar geleden uit Chengdu in de Volksrepubliek China, een plek waaraan iedereen hier refereert als mainland China. Reden voor vertrek: ‘grote politieke problemen’. In de keuken van het victoriaanse huis dat hij omtoverde tot hostel legt Fang uit hoe die ontstonden: ‘Je kunt in China niets ondernemen zonder honderd vrienden in de Partij die je honderd dagen per jaar smeergeld betaalt.’

Als er iets is waar Fang zich aan ergert, dan aan westerse publicisten en professoren die verkondigen dat Chinezen graag autoritair worden bestuurd, dat de liefde voor hiërarchie en gehoorzaamheid diep zit, dat je zonder die o zo machtige Partij chaos zou krijgen in de Volksrepubliek. ‘Dat de Partij mensen geen vrijheid wil geven, betekent niet dat mensen geen vrijheid willen… Schrijf dat op!’, zegt Fang in de gebiedende wijs. Als Chinezen echt dol waren op autoritair bestuur, dan woonden er niet zoveel in Hongcouver.

Meer over