ColumnElma Drayer

Hoezo mogen journalisten alleen mensen interviewen die sprekend lijken op henzelf?

null Beeld

Performer, activist en omroepstichter Akwasi Owusu Ansah mag vele verdiensten hebben, het beheer van zijn impulshuishouding valt daar geloof ik niet onder. Mij lijkt dat niet alleen vervelend voor hemzelf, ook voor de zaak waarvoor hij strijdt. Na elk incident maakt hij het zijn vijanden makkelijker om die minder serieus te nemen – of erger.

Vrijdag maakte de EO bekend dat Akwasi eind december woedend was weggelopen uit een interview met het radioprogramma Dit is de Dag omdat de vragen hem niet bevielen.

Hij pikte twee laptops in en dreigde die pas terug te geven als de betreffende opname van de aardbodem zou verdwijnen. De redactie zwichtte, maar kon dankzij een back-up het programma toch uitzenden. Akwasi kwam tot inkeer en bood uitvoerig excuses aan.

Uiteraard kreeg hij meteen de gebruikelijke racistische bagger over zich heen. Maar er kwam ook steun. Wat hij deed, las ik op de sociale media, was een logische reactie op de bedreigingen waarmee hij als prominent activist voortdurend te maken heeft. Daardoor zou hij ‘in dit soort vallen’ trappen. In een opiniestuk dat niet in uw papieren krant, maar maandag wel op de site verscheen, noemde cultureel manager Nan van Houte het interview ‘de zoveelste poging hem erbij te lappen en de veiligheid van hem en zijn gezin in de waagschaal te stellen’.

Pardon? Wie het gesprek terugluistert kan niet anders dan constateren dat de EO-presentator zijden handschoentjes droeg. Hij behandelde Akwasi met een omzichtigheid waarvan andere publieke figuren doorgaans slechts kunnen dromen. De activist kreeg juist alle ruimte om zijn verhaal te doen. Dat interpreteren als de zoveelste poging hem erbij te lappen en zijn veiligheid in gevaar te brengen is op z’n minst onheus.

Hoe je het wendt of keert, weglopen uit een interview duidt op divagedrag. Zie Donald Trump, zie Thierry Baudet, die beiden in het recente verleden exact hetzelfde deden.

Akwasi liet simpelweg zien dat hij, net als deze politici, journalistiek verwart met een heel ander vak.

Van Houte maakte het in haar opiniebijdrage trouwens nog bonter. Bij wijze van preventie opperde zij om witte journalisten ‘op cursus’ te sturen, ‘zodat ze wat meer empathie en begrip leren opbrengen voor de gasten van kleur die ze tegenover zich krijgen’.

Tweede suggestie: voortaan ‘zwarte journalisten aantrekken om dit soort interviews te laten afnemen’.

Dat laatste doet denken aan wat NRC-redacteur Sabrine Ingabire in september 2019 betoogde op de site van Dipsaus, podcast ‘door en voor vrouwen van kleur’. Aanleiding was een stekelig verlopen interview van onze eigen Patrick van IJzendoorn met de Britse auteur Reni Eddo-Lodge, die soortgelijk divagedrag vertoonde. (Het gesprek heeft de krant nooit gehaald.) Ingabire zag het anders. Volgens haar toonde dit aan dat een witte man zich niet kan verplaatsen in een vrouw van kleur. Om eraan toe te voegen: ‘Witte journalisten zijn niet allemaal racistisch, maar witte kranten in hun wezen wel.’ Voorts schreef ze te geloven dat ‘in de meeste gevallen, zwarte mensen beter in staat zijn om zwarte mensen te interviewen. Over wat dan ook. Kunst, politiek, koken, sport, wetenschap.’

Daarachter schuilt, als ik me niet vergis, een redenering die de laatste jaren nogal opgeld doet: wij stervelingen kunnen elkaar alleen begrijpen als we dezelfde kenmerken en (bittere) ervaringen delen. Blijkbaar zijn wij niet vóór alles individu, we zijn vóór alles lid van een groep. En behoor je tot de ene, dan dien je je verre te houden van de andere. Met als treurig gevolg dat de verbubbeling almaar voortschrijdt.

Om bij mijn eigen vak te blijven: natuurlijk is het voorwaardelijk om grondig kennis te vergaren voordat je over een kwestie gaat wijsneuzen. En natuurlijk kom je nergens als je niet over inlevingsvermogen beschikt. Maar journalisten die uitsluitend mogen berichten over werelden die ze uit eigen ondervinding kennen? Alleen mensen mogen interviewen die sprekend lijken op henzelf? Afkomst bij afkomst, geslacht bij geslacht, huidskleur bij huidskleur, seksuele voorkeur bij seksuele voorkeur?

Goddank leven we in een land met een vrije pers, dus doe vooral wat je niet laten kunt. Maar ik treur nog even door.

Meer over