'Hoe zou het Syrische meisje Salam schoolzwemmen hebben gevonden?'

Er zijn mensen die bang zijn voor water of het juist omarmen als een nieuwe vriend.

Nico Dijkshoorn
Nico Dijkshoorn. Beeld de Volkskrant
Nico Dijkshoorn.Beeld de Volkskrant

Mijn lagereschooltijd is in drie beelden te vangen. Ik zit achter in de klas en zie het busje van de schooltandarts het schoolplein op rijden. Ik zit in een witte onderbroek heel hard op mijn pols te blazen. Ik zit huilend achter in de schoolbus, richting het zwembad. Ik begreep schoolzwemmen niet.

Ik snapte niet waarom we met zijn allen tegelijk moesten zwemmen, ik snapte de grijze haak niet waaraan ik al mijn kleren moest hangen. Oudere jongens, in het kleedhokje naast mij, hadden het over de kut van Annelies van der Marel, terwijl ik niet eens wist dat ze er eentje had. Ik snapte de douche niet en ik begreep het zwembadgeluid niet.

Gefluisterde teksten zwollen binnen een seconde aan tot geschreeuwde bevelen. Ik begreep niet hoe iemand zich daarop kon verheugen: met een haak om je middel door het water ploegen terwijl een vrouw, met een broek aan, vlak naast je schreeuwde: Dijkshoorn, eten wij soep met een vork? Snel deed ik mijn vingers tegen elkaar. Daar ging ik, Dijkshoorn, de zwemmende lepel.

Dat kwam zojuist allemaal weer boven. In de krant staat dat minder scholen de leerlingen leren zwemmen. Dat snap ik. Er is wel meer veranderd op school. Ik heb zes jaar lang naar de afbeelding van een dodo zitten kijken. Die hing naast het schoolbord. De dodo was een vogel, later zeer populair geworden onder VARA-leden omdat Boudewijn Büch ervan droomde om met zo'n harige bol te paren. Nu kijken leerlingen weer naar iets heel anders naast het schoolbord. Dat is de vooruitgang, die houd je niet tegen.

De reden waarom het schoolzwemmen extra in de belangstelling staat, is verdrietig. In Rhenen verdronk in 2015 het Syrische meisje Salam. Dat gebeurde tijdens het schoolzwemmen. Een rechter moest zich uitspreken over schuld. Maar dat zijn allemaal lettertjes, koud op papier, verdrietige ouders, wanhopig zoekend naar duiding van het onomkeerbare.

Ik zou zo graag willen weten of Salam ook bang was voor water. Of juist helemaal niet. Of zij was als alle andere kinderen uit mijn klas, die het water onbekommerd omarmden als een nieuwe vriend. Zo zit de wereld volgens mij in elkaar: je hebt mensen die over een draad lopen en nooit denken te vallen en je hebt mensen die gehecht zijn aan aarde, lagen sediment onder hun voeten. Soms graven ze in de grond en vinden een schedel. Ze huiveren. Ook in het verleden werd er zinloos gestorven omdat je toevallig op de verkeerde plek stond.

Ik vermoed dat Salam gelukkig was tijdens het schoolzwemmen. Daar denk ik nu steeds aan. Hoe ze gillend de bus uit holde, hoe er tijdens het omkleden is geschreeuwd wie op wie verliefd was, hoe ze tijdens het douchen steeds even op de knop drukte als het water stokte, hoe al die opgewonden kinderen nog even zijn tegengehouden door een badmeester en daarna het allermooiste, het hollen naar het zwembad toe, glijpartijen riskerend, om maar als eerste bij het water te zijn.

Niets is mooier dan onaangeraakt water, het hangen in de lucht en weten dat jij het gaat laten golven. Boven water komen en dan de ogen wijd open. Ik stond altijd achteraan, op mijn hoede. Salam was niet bang. Ze was daar gelukkig. Dat maakt het allemaal zo vreselijk verdrietig.

Meer over