GastcolumnErnestine Comvalius

Hoe vertel je het weggevaagde verhaal van de Molukkers in Westerbork?

Het lot van de Molukse gemeenschap in Nederland is dit jaar onderwerp van evenementen en aanleiding voor een open brief van burgemeesters. Waarom zit die 70-jarige geschiedenis nog altijd in het vergeethoekje, vraagt Ernestine Comvalius.

1955: een Moluks kind in een slaapzaal.  Beeld Werner Rings / Getty
1955: een Moluks kind in een slaapzaal.Beeld Werner Rings / Getty

Mijn lief is Moluks. Dit jaar wonen Molukkers zeventig jaar in Nederland, vandaar dat wij met de kleinkinderen en onze kinderen op Tweede Paasdag op weg zijn gegaan (coronaproof, uiteraard) naar zijn geboortedorp, Westerbork-Schattenberg. Het werd een wandeling door twee parallelle dimensies; twee verhalen, waarvan het ene vijf jaar heeft geduurd en het andere twintig jaar.

Het verhaal van honderdduizend Nederlandse Joden, Sinti en Roma is op allerlei manier zichtbaar in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Het Molukse verhaal, dat twintig jaar duurde, is opgesloten in het hoofd van mijn lief en dat van zijn mede-kampbewoners. Slechts een paneel in een zijpaadje in het Herinneringskamp herinnert aan het verblijf van de duizenden Molukkers.

‘Wat is Sobibor?’

Ik neem jullie, lezers, mee op de route vanaf de parkeerplaats. Vanwege corona is het museum gesloten en rijden de bussen niet. 3 Kilometer lang is de weg naar de ingang van het kamp. Het jongste kleinkind, 2 jaar, stapt dapper door. De andere drie kinderen van 8 en 10 jaar oud vragen zich af waarom er zo veel kerstbomen langs de weg staan. Zij stoppen bij elke houten paal met cijfers en namen. ‘Wat is Sobibor? O, ik zie Auschwitz. Hoe spreek je dat uit. Wat is er gebeurd? Hier schrijven ze 1944 en daar 1943.’

Een van de ouders legt uit dat op de palen naar de ingang van het kamp staat in welk jaar de Joden en anderen werden afgevoerd, hun aantal, en de naam van het concentratiekamp.

Onafhankelijkheid Zuid-Molukken

Mijn lief vertelt dat dit de weg is waarop hij als kind jaarlijks meeliep met de stoet van de drumfanfare ter voorbereiding van 25 april, de dag waarop de onafhankelijkheid van de Zuid-Molukken was uitgeroepen.

Intussen legt een ouder de kinderen uit hoe je op basis van je uiterlijk, je geloof, je manier van denken, zomaar op transport kon worden gezet naar een vernietigingskamp. ‘Wat een gemene man was die Hitler, toch.’

Huppelend rennen zij naar de radiotelescoop in het veld dat elektromagnetische straling opvangt. En daarna hebben ze honger en pijn in de benen, waarna de ouders besluiten hun kinderen naar huis te brengen.

Barak

Mijn lief en ik lopen verder op de geasfalteerde hoofdweg naar een barak die model staat voor de barakken waarin zowel de Joden als de Molukkers hebben gewoond.

Hij wijst steeds naar lege ruimtes. ‘Hier bij de poort was er een gewapende marechaussee die de wacht hield. Daar stond ons schooltje en hier mijn huis, barak 46.’ De gaarkeuken zagen wij via zijn ogen, kijkend naar de andijvie en spruitjes die op de borden werden gekwakt. Het vreemde, Nederlandse voedsel dat zij mondjesmaat aten. Zelf koken mocht pas vijf jaar later.

Mijn lief en zijn broers en zussen raakten ondervoed en moesten als kleuters zonder ouders tijdens de vakantie in speciale centra verblijven om aan te sterken. Ver weg, in Bergen aan Zee of Schiermonnikoog. De eerste vijf jaar mochten de ouders niet werken; het zakgeld van 2,50 gulden per persoon spaarden zij, want hoewel de mannen op dienstbevel naar Nederland waren gestuurd in 1951, werden zij verplicht hun overtocht terug te betalen aan de Nederlandse staat.

Eigen verhaal

Ik vraag me af wat het betekent om te lopen in gebied waar je ooit hebt gewoond, maar waar de herinnering aan jouw bestaan is weggevaagd. Eigenlijk weet ik het antwoord wel. Alle nazaten van de koloniën leven zowel in het officiële verhaal, waarin zij nauwelijks bestaan, als in het parallelle, eigen verhaal dat je met elkaar uitwisselt in de liederen, de mythen en sagen.

Vanaf 21 maart is het gedenken van de komst en het verblijf van de Molukkers in Nederland begonnen, met programma’s, dialogen en debatten. 86 burgemeesters trokken aan de bel in een open brief, maar Den Haag zwijgt.

Ernestine Comvalius is voormalig directeur van het Bijlmer Parktheater. In april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Ernestine Comvalius bij het portret van haar door kunstenaar Patricia Kaersenhout in het Van Abbemuseum. Beeld nvt
Ernestine Comvalius bij het portret van haar door kunstenaar Patricia Kaersenhout in het Van Abbemuseum.Beeld nvt
Meer over