Opinie

Hoe ver moet bestuurlijke openbaarheid gaan? ‘Er is rond het Binnenhof een compleet schaduwcircuit ontstaan’

Het ministerie van VWS wordt overspoeld door Wob-verzoeken en kan de informatie volgens minister Hugo de Jonge niet op tijd vrijgeven. Nieuwsuur wacht ruim een jaar op documenten. Heeft VWS een punt? En waar ligt de grens van bestuurlijke transparantie?

Demissionair minister Hugo de Jonge komt aan op het Binnenhof voor een vooroverleg voorafgaand aan de wekelijkse ministerraad.  Beeld ANP
Demissionair minister Hugo de Jonge komt aan op het Binnenhof voor een vooroverleg voorafgaand aan de wekelijkse ministerraad.Beeld ANP

Wim Voermans (hoogleraar staats- en bestuursrecht Universiteit Leiden)

‘Het argument dat alle Wob-verzoeken niet uitvoerbaar zijn, is onzin. Normaal geldt in Nederland een termijn van vier weken voor Wob-verzoeken. Enkel bij heel goede redenen kan dat verlengd worden tot acht weken. Dat is een van de langste termijnen in Europa. Het Wob-verzoek van de NOS is zeventien maanden geleden ingediend, dat is zeven keer de termijn die ervoor staat. De werkwijze van VWS is niet volgens de wet.

‘Wob-verzoeken worden sinds 1980 ingediend. Overheidsorganisaties hadden zo ingericht moeten zijn dat ze verzoeken adequaat kunnen afhandelen, maar nog altijd wordt 71 procent van de verzoeken niet binnen de termijn afgehandeld. VWS heeft iets nieuws bedacht: ze geven met regelmaat een berg informatie vrij, misschien zit daar iets tussen wat een belangstellende zoekt. Dat is alsof je bij de bibliotheek om een boek van Reve komt vragen, en de bibliothecaris zegt: iedere maandag leggen we veertig boeken neer, misschien zit daar iets tussen.

‘Het is onzin dat er geen zaken kunnen worden prijsgegeven omdat besturen in vertrouwelijkheid in tijden van crises beter is. Het VWS-beleid heeft niets met staatsgeheimen te maken. Er is onwil om mensen in te zetten voor Wob-verzoeken. Medewerkers voor dit soort zaken worden al twaalf jaar structureel wegbezuinigd. Daardoor krijgt de samenleving informatie te laat en te gebrekkig, terwijl transparantie van bestuur een recht is en een teken van een gezonde democratie. Juist in crisistijd: dan wil je weten welke beslissingen op basis waarvan gemaakt zijn.’

Douwe Jan Elzinga (hoogleraar staatsrecht Rijksuniversiteit Groningen)

‘We hoeven niet altijd alles te weten, al denken we in Nederland graag van wel. Maar die wens heeft vergaande gevolgen. Het is problematisch als alle overleggen, alle vergaderingen en notulen openbaar worden. Dan kan er niets meer in vertrouwelijkheid worden besproken, en gaan bestuurders officiële overlegorganen mijden. Dat geldt zeker voor politiek gevoelige beraadslagingen. Er trekt door de zogenaamde nieuwe openheid die Rutte-III predikt, nu al een kramp door de ambtelijke dienst. Mensen neigen ernaar niets meer op te schrijven. In plaats van te overleggen in een vergaderzaal, gaan ze op een terras zitten, een rondje over het Binnenhof lopen of ergens een onderling gesprek voeren. Het is als een waterbed: je drukt hier, dan gaat het naar elders.

‘Als de nieuwe Wet open overheid later dit jaar ingaat, moeten ook whatsappjes, interne mails en tal van andere stukken openbaar gemaakt kunnen worden. Terwijl ambtenaren zich vrij moeten voelen. Het effect is averechts: doordat bestuurders meer informeel gaan overleggen, krijg je de facto minder transparantie. Er is rond het Binnenhof een compleet schaduwcircuit ontstaan van mondeling overleg. We moeten maat houden, anders worden zaken gewoonweg niet meer aan het papier toevertrouwd.’

Mendeltje van Keulen (2011-2018 griffier commissie Europese Zaken in de Tweede Kamer)

‘Er zijn grenzen aan de transparantie die bestuurders kunnen geven, maar die rode lijnen zijn bij VWS niet in het geding. De grenzen liggen onder meer bij stukken waarin de onderhandelingspositie van Nederland wordt bepaald.

‘Het is van belang onderzoeksjournalistiek altijd zoveel mogelijk te helpen, maar het verlangen naar transparantie kan zijn doel voorbij schieten. Mensen moeten weten waar beleid op gestoeld is, maar als er meer details gegeven worden, neemt het vertrouwen dan ook altijd toe? Persoonlijke overwegingen hoeven mensen niet te weten. Tegelijkertijd wordt wantrouwen verder gevoed als ministeries niet tijdig aan verzoeken tegemoet komen. Maar je merkt op ministeries dat men liever niet vertelt hoe de worst is gemaakt. Ik zie wederzijds wantrouwen: mensen vertrouwen de regering niet, en de regering vertrouwt niet hoe gevoelige informatie uitgelegd wordt en waar het terechtkomt. We zitten sinds de formatie en het overleggen over individuele Kamerleden als Omtzigt wat dat betreft op een dieptepunt in het vertrouwen. De paradox lijkt: hoe meer je vraagt, hoe minder vertrouwen er is.’

Ivana Ivkovíc (politiek filosoof)

‘Transparant zijn is complexer dan alleen data en informatie verstrekken. Het gaat er ook om dat bestuurders open kaart spelen, dat men kan vertrouwen op de uitleg die ze geven. Inmiddels wordt in Nederland al aangenomen dat er onwil is en dat heeft tot gevolg dat men zich afvraagt wat er loos is zodra gevraagde informatie niet wordt gegeven. Precies dat speelt in deze discussie: men vermoedt al dat er iets mis is en dat er zaken worden achtergehouden.

‘Hugo de Jonge stelt dat hij een compleet beeld wilt geven en niet steeds per Wob-verzoek een deel van dat beeld. Dat roept de vraag op wie de macht heeft zaken transparant te maken. Het ministerie houdt graag controle op het overzicht en bewaakt het narratief. De vraag is of je dit kunt volhouden. Het hoort immers bij een democratie dat je de vrijheid hebt om je eigen beeld te vormen op basis van vrijgegeven informatie, dat de overheid het niet in eigen hand kan houden.

‘De zorgen vanuit de overheid zijn legitiem, maar staan op gespannen voet met de Wob-verzoeken. De spagaat van de Wob-verzoeken is dat er gericht naar specifieke documenten wordt gevraagd, maar indieners vaak niet weten welke documenten ze nodig hebben. Uit vrees voor chaos zie je nu bestuurlijke behoudendheid. Maar pluralisme leidt niet altijd tot chaos. De overheid moet het aandurven informatie vrij te geven: een publieke strijd om de waarheid hoort bij een gezonde democratie.’

Meer over