Columnmartin sommer

Hoe Thom de Graaf de hete toeslagenaardappel doorschoof naar de politiek

null Beeld

De kritische en zelfkritische berichten in verband met de kindertoeslagenaffaire tuimelen over elkaar. Deze week brak de Raad van Europa de staf over ons duistere coalitiebestel; de Ombudsman stelde teleurgesteld vast dat het met de compensatie van de slachtoffers niet opschiet; de Belastingdienst blijkt eens te meer een chaos. Staatssecretaris Van Huffelen vertelt nu wekelijks in de Kamer dat het beter moet – ik heb met haar te doen.

Onbedoeld gevolg van de tsunami aan kritiek en zelfverwijt is dat alles ook weer snel in het vergeetboek verdwijnt. In de aflevering van vorige week staken de rechters de hand in eigen boezem met het rapport Recht vinden bij de rechtbank. Ze hadden de ouders in de kou laten staan en de verschrikkelijkste beslissingen van de Belastingdienst bekrachtigd. Een ontbrekend vinkje of handtekening betekende dat de hele toeslag moest worden terugbetaald. Pijnlijkste voorbeeld: 77,32 euro te weinig eigen bijdrage, subiet 27.554,00 euro terugstorten.

De rechters beseften wat ze aanrichtten, maar gebruikten het dodemusargument: ze wisten van tevoren dat de hoogste rechter, de Raad van State, bij een hoger beroep de ouders alsnog zou teleurstellen. In het televisieprogramma Op1 vond advocaat Gerard Spong dit een ‘bescheten’ argument. Volgens hem waren de rechters bang voor de hoge heren van de Raad van State. ‘Ze hadden in verzet moeten gaan.’

Dat verzet is er wel degelijk geweest, met name van de Rotterdamse rechtbank, blijkt uit het rapport. In Rotterdam stelden ze keer op keer de ouders in het gelijk; ze namen geen genoegen met het woord van de Raad van State dat de ‘keiharde wetgeving’ geen andere mogelijkheid bood dan afwijzing. Toch laat juist dit voorbeeld zien dat Spong gelijk heeft met zijn verwijt van beschetenheid. De Rotterdammers krijgen in het rapport weliswaar lof toegezwaaid, maar aan het standpunt van de Raad van State wordt niets afgedaan. Ook Henk Naves, baas van de koepel van de rechters, sprak bij Op1 over ‘keiharde wetgeving’.

Zo krijgt de Raad van State tegelijk gelijk en ongelijk. Wat dat betreft wordt het nog spannend. De rechters waren de laatsten van de officiële instanties die die as op hun eigen hoofd strooiden. Het wachten is nu op de beloofde zelfkastijding van de allerhoogste, cruciale beslisser, de Raad van State zelf. Die heeft tot dusverre in alle publieke uitlatingen, waaronder speeches van vicepresident Thom de Graaf, de hete aardappel doorgeschoven naar de politiek. De uitleg van de wet die zo slecht voor de ouders uitpakte, was ‘de wil van de wetgever. No mercy.’

De Kamercommissie die het schandaal onderzocht, concludeerde evenwel dat de lezing van de Raad van State ‘niet dwingend uit de wet volgde’. Dat liet de Raad niet op zich zitten: de Kamercommissie had het niet goed begrepen. Ook klaagde de Raad dat hij al die jaren van zowel rechters als wetenschap weinig ‘tegengas’ had gekregen. Maar de rechtbank Rotterdam sloeg al in 2014 alarm. In een boze terugblik schrijft rechter R.J.A.M. Cooijmans dat ze nog veel te keurig waren geweest, dat de koers van de Raad van State ‘onbegrijpelijk’ was en dat het aangedane onrecht ‘voorzienbaar’ was geweest. Rotterdam legde de bezwaren in een gezamenlijke sessie met de Raad van State op tafel. Het duurde vervolgens vijf jaar, tot 2019, voordat aan de Kneuterdijk het inzicht gloorde dat het inderdaad anders moest.

Inmiddels is het idee dat de Raad van State niet anders kon dan de Belastingdienst gelijk geven, meermaals onderuitgehaald. Tijdens de ondervraging door de parlementaire commissie zei rechtsgeleerde Bert Marseille dat de wet ‘verkeerd uitgelegd’ was. Zijn collega Leonard Besselink schreef een spijkerhard artikel waarin hij ‘met kromme tenen’ zag hoe de Raad de schuld gaf aan de politiek. Advocaat Ellen Pasman schreef een boek, Kafka in de rechtsstaat, dat draait om de leesfout van de Raad van State. ‘Er stond helemaal geen verplichting tot herziening of terugvordering in de wet.’

Pas op 23 oktober 2019 maakte de Raad van State een bocht en stelde de Belastingdienst in het ongelijk, maar niet met de ruimhartige erkenning dat de Raad zelf al die jaren op verkeerd spoor had gezeten. De uitspraak was een ‘paardemiddel’ geweest, een ‘noodgreep’ en zelfs ‘recht doen ondanks de wet’, wat eigenlijk niet had gemogen.

We weten nog niet hoe de Raad in de beloofde evaluatie straks in de spiegel gaat kijken. Maar het is zeker geen klein bier als het frame overeind blijft van rechterlijke onmacht als gevolg van falende politiek. Nu al nemen bestuursrechters meer ruimte vanuit het idee dat de politiek onzorgvuldig opereert, onder aanroeping van de menselijke maat en de grondrechten.

Deze week zagen we daarvan het eerste praktijkgeval. Burgemeester Aboutaleb wilde een huis sluiten in verband met een drugsdelict. De Raad van State floot hem terug. De burgemeester was weliswaar bevoegd, maar de maatregel stond niet in verhouding tot het aangedane leed.

Het klinkt mooi, en is zeker een kolfje naar de hand van degenen die toch al vonden dat de rechter de redelijkheid belichaamt en de gekozen politiek hopeloos tekortschiet – denk ook aan Urgenda of Shell. Als de rechter zich sluipenderwijs meer macht toe-eigent, is dat sowieso geen goede zaak. Als het de uitkomst wordt van een schandaal waarin ook de hoogste rechter een beschamende rol heeft gespeeld, mag je dat bizar noemen. Tweede Kamer, let op uw Saeck.

Meer over