ColumnArie Elshout

Hoe kan het toch dat voetbalanalisten zo vaak zulke beroerde voorspellers zijn?

Arie Elshout Beeld
Arie Elshout
Arie Elshout

Het is met een bezwaard gemoed dat ik vandaag tussen de oorlogsbedrijven door wil schrijven over iets dat op de schaal van wereldproblemen niet voorkomt. Toch moet ik het een keer kwijt: hoe kan het dat voetbalanalisten vaak zulke beroerde voorspellers zijn terwijl ze meestal al een heel leven meelopen in de voetballerij?

Het was oktober vorig jaar: Ajax won met 5-0 van PSV en daarna waren René van der Gijp en Johan Derksen van Veronica Inside en Valentijn Driessen van de Telegraaf het erover eens: de competitie was eigenlijk al weer een gelopen strijd, met Ajax als gedoodverfde kampioen. Dat zou mij als fanatieke Ajax-fan als muziek in de oren hebben moeten klinken, maar in plaats daarvan ergerde ik me aan deze stelligheid op slechts een derde van de competitie. Het was herfst, de winter naderde, het voorjaar was nog oneindig ver weg. Snapten de mannen met al hun voetbalervaring dan niet wat er in de tussentijd allemaal nog kon gebeuren?

Het seizoen omvat in de Eredivisie 34 wedstrijden, lopend van half augustus tot half mei. In die negen maanden kunnen spelers opbloeien maar ook weer verwelken, kan in een splitsecond een hamstring van sterspelers bezwijken, kan een millimeter op een VAR-scherm beslissen over verlies of winst, fungeert de laatste minuut in blessuretijd vaak als een wrede scherprechter, is vorm een grillige, mysterieuze, ongrijpbare god die komt en gaat wanneer hij wil. Het maakt een competitie tot een kolk van wisselvalligheden die drie jaargetijden omspant.

Dus hoe kan je haar al na een tiental wedstrijden voor beslist verklaren? Dat miskent haar aard en schoonheid. Uiteindelijk werd Ajax toch eerste, in zoverre klopte de voorspelling, eerlijk is eerlijk, maar verder liep alles anders dan voorspeld, gaf Sjoerd Mossou van het AD vorige week bij ESPN toe. Toen Ajax aanvankelijk in bloedvorm over de velden raasde, werd gedacht dat ze de titel al in maart of april konden ophalen, zei hij. Gebeurde niet.

Vanaf februari stokte de aanvalsmachine en werd elke speelronde een beproeving. Ik kreeg herhaaldelijk een hartverzakking als ik keek op teletekstpagina 818 voor het scoreverloop, weer op achterstand gekomen of voorsprong verspeeld. Elke wedstrijd voelde aan alsof het team opgevouwen en geketend in een langzaam met water vollopende glazen box werd opgesloten. Uiteindelijk wonnen ze meestal, maar de overwinningen waren klokkiaanse ontsnappingen.

De zijde-dunne draad waaraan de voorsprong hing, kon elk moment knappen. Dat gebeurde in het voorlaatste spelweekend bij AZ-Ajax, maar even later werd bij Feyenoord-PSV met een omstreden penalty als deus ex machina het draadje met de voorsprong in de slotseconden miraculeus hersteld. Na deze Ontsnapping aller Ontsnappingen schoot bij Ajax de prop er door en haalde het alsnog swingend de titel binnen.

Natuurlijk heeft Peter de Waard gelijk dat van de hoogte van de clubbegrotingen een grote voorspellende waarde uitgaat. Geld bepaalt de plek op de ranglijst. Als het aan Peter ligt, check ik voortaan niet meer teletekst maar mijn calculator. Maar cijfers verklaren niet alles. In het voetbal is er meer tussen hemel en aarde. Dat het een steenrijke club als Manchester City maar niet lukt om de Champions League (CL) te winnen, dat PEC Zwolle degradeert terwijl zes clubs een lagere begroting hebben, bewijst dat er een marge is waarin andere factoren dan geld een rol spelen.

Geluk bijvoorbeeld. Real Madrid kwam dit CL-seizoen driemaal terug van een hopeloos lijkende achterstand. Hoe kan dat? Telegraaf-columnist Ruud Gullit had er geen verklaring voor. ‘Real dwingt het geluk af, klinkt het dan. Wat is afdwingen als de tegenstander tegen de paal schiet?’ Het is gewoon mazzel.

Verrassingen horen bij het voetbal. Dat weten alle analisten maar we blijven voorspellingen doen, want ook voorspellen hoort bij voetballen. De Feyenoord-selectie is te smal, Real te oud, werd er gezegd, beide clubs staan nu in een Europese finale. Voorspellingen gaan vaak fout, maar dat is niet erg, het is zelfs hartstikke leuk als een wedstrijd anders uitpakt. Lekker joh, zegt Gijp dan.

Niet alles is voorspelbaar, ook buiten het voetbal. Wat zou het mooi zijn als de Oekraïners de op papier sterkere Russen weten af te troeven. Met iets wat niet te becijferen valt: mentale kracht. Als dat gebeurt, zeg ik ook: lekker joh.

Arie Elshout is journalist. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Thomas van der Meer.

Meer over